|
Op deze pagina artikelen die in de Warinkrant over daltononderwijs hebben gestaan. Gedifferentieerde weektakenDe ‘dag- of weektaak’ is een formulier, waarop de opdrachten voor de kinderen staan. Deze overzichten zijn niet voor alle groepen of alle kinderen hetzelfde. We houden rekening met wat kinderen over het algemeen aankunnen. Zo werken de kleuters met een weektaak, waarop per week vijf opdrachten staan: voor iedere dag een. Er zijn kleuters die ervoor kiezen om in het begin van de week twee taken per dag te maken, zodat ze op vrijdag de hele dag kunnen spelen. In groep 3, 4 en 5 krijgen de kinderen ook een weektaak, maar die is in feite een verzameling dagtaken. Vanaf groep 6 zijn de taken per vakgebied geordend. GebruikDoor het bundelen van alle taken in de vorm van een weektaak krijgen de kinderen een beeld van de hoeveelheid werk, de samenstelling van een taak, de soorten opdrachten en de verschillende vakgebieden. Omdat het werk steeds met dagkleuren wordt afgetekend, wordt het inzicht in en het overzicht van het weekritme versterkt. Hier hebben kinderen houvast aan. Als de kinderen een taak af hebben, kleuren ze het met de dagkleur af. Vanaf groep 6, als de taken per vak geordend zijn, leren we de kinderen een weekplanning te maken die ze met de dagkleuren aangeven. Hierdoor krijgen ze nog meer gelegenheid het werk naar eigen inzicht in te delen. Op de weektaak bieden we de kinderen een zo ruim mogelijke variatie aan in de vakgebieden, waarbinnen ieder kind op eigen niveau, in eigen tempo en volgens een zelf bepaalde volgorde het werk binnen een bepaalde tijd maakt. Kinderen zijn niet hetzelfdeBij het maken van een weektaak houden we rekening met tempo- en/of niveauverschillen bij de kinderen, maar ook met de behoefte aan structuur van het individuele kind. Er zijn kinderen die de taken van de week niet goed kunnen overzien, ondanks dat de deze met de kleur van de dag hebben ingekleurd. Voor deze kinderen bundelen we de vakken per dag. Daarbij gaan we uit van de vakken die op die dag aan de orde komen. In groep 3/4 hebben de juffen iets vernuftigs bedacht. Enkele kinderen kunnen niet overzien wat ze eerst of het laatst moeten doen. De juf plakt de losse opdrachten met klittenband op de tafel. Het kind werkt eerst de bovenste opdracht af, verwijdert deze door het los te trekken van de tafel en levert deze strook met zijn werk in bij de juf. Vervolgens maakt het de tweede opdracht, verwijdert de strip van de tafel enzovoort. Ander werk of minder werkSommige kinderen werken met een aparte spellingsleergang. We stemmen hun weektaak hierop af. We hebben ook goede rekenaars die niet alle gemakkelijke sommen hoeven te maken, maar daarentegen ook moeilijke opgaven moeten maken. We noemen dit de compacters. Sommige kinderen beschouwen het als een eer dat ze hiertoe behoren. Het tegenovergestelde gebeurt ook: kinderen die moeite hebben met rekenen en hier veel tijd voor nodig hebben hoeven minder te maken. Op hun weektaak staan alleen de sommen die ze moeten maken. Meer dan alleen takenDe weektaak is er niet alleen maar voor om aan te geven welke taken de kinderen moeten maken. We geven ook aan voor welke opdrachten de kinderen klassikale instructie krijgen. Of dat we een opdracht allemaal tegelijk maken, zoals toetsen. Ook geven we aan dat een kind een taak op zijn eigen tijd mag maken op voorwaarde dat het op tijd af moet zijn. Dit geven we aan met het woord ‘werkles’. Op het bord geven we met een dagrooster aan op welk moment van de dag de instructies plaatsvinden. Dit dagrooster bespreken we aan het begin van de dag. Het is ook mogelijk om op de weektaak aan te geven welke opdrachten door de leerlingen zelf gecorrigeerd moeten worden. In groep 4 geven we dit met een stip aan. Basisstof, verrijkingsstof en vrije takenOp de weektaak staan de basis- en verrijkingsstof aangegeven. We verwachten van de kinderen, dat ze de basisstof in ieder geval afhebben, tenzij we het met individuele kinderen anders afspreken. Als de kinderen hiermee klaar zijn werken ze verder aan een verrijkingstaak of een vrije taak naar eigen keuze. Op de weektaak staan suggesties voor verrijkingstaken. Vrijheid betekent niet alleen dat het kind de volgorde mag bepalen binnen de taak, maar ook dat het voor een deel zelf de inhoud van het leren mag kiezen. Vrije taken mogen ‘anders dan anders’ zijn. Ze mogen aansluiten bij de speciale interesses van de kinderen. Vrije taken zijn bij ons niet “Even iets voor jezelf doen”, of uitloopwerk voor de snelle kinderen of “even een spelletje doen”. Ook deze taken worden ingekleurd op het taakformulier. Tot slotHet samenstellen van weektaken is voor de leerkracht een tijdrovende bezigheid. Neem bijvoorbeeld groep 7a: een taak voor de gemiddelde groep, een taak voor de compacters, een verzameling dagtaken voor een kind dat behoefte heeft aan meer structuur; een taak met minder rekenen en tot slot een taak met aangepast spellingswerk. We hebben dit voor onze kinderen over, omdat dit hun ontwikkeling ten goede komt.
Dalton en het nieuwe rapportGroep 4 krijgt een nieuw rapport. De kinderen van die groep zullen de rest van hun schoolloopbaan dit mee krijgen. Het lijkt veel op het rapport dat u van uw oudere kinderen gewend bent. De verschillen met het vorige rapport zijn niet groot op één nieuwigheid na. We willen de kinderen een deel van het rapport zelf in laten vullen. Denk nu niet, dat zij de cijfers invullen. Dat blijven de leerkrachten doen. De kinderen kunnen invullen hoe ze zelf over hun houding en hun werk denken. Hieronder staat een voorbeeld van een invulregel.
Dit zijn de vragen die de kinderen zullen beantwoorden.
Wat het werk betreft
Hoewel niet iedere groep het nieuwe rapport krijgt, stellen
we ook de andere kinderen in de gelegenheid op zichzelf te reflecteren. Zij
vullen een formulier in, dat een plek in het portfolio krijgt. U kunt dat inzien
tijdens de tienminutenavonden.
De Warinschool nadert zijn doelNa een intensief begeleidings- en opleidingstraject mogen de leraren van de Warinschool zich ‘daltonleerkracht’ noemen. Zij ontvingen woensdag 11 juni uit handen van drs. D. de Haan het officiële certificaat Daltonleerkracht, dat door de Nederlandse Daltonvereniging wordt verstrekt. De Haan is daltoncoördinator van de Hogeschool Utrecht en verzorgt uit dien hoofde opleidingen tot daltonleerkracht. Het team van de Warinschool is van mening dat kinderen het best tot hun recht komen, als ze opgroeien in een omgeving, waar zij zich veilig en verantwoordelijk voor voelen. De leraren zien hun onderwijs als middel om kinderen te helpen in hun ontwikkeling tot zelfstandige, verantwoordelijke mensen die hebben leren samenwerken en die actief en kritisch deelnemen aan de maatschappij en met vrijheid om kunnen gaan, maar dan wel vrijheid in gebondenheid. Daarom besloten ze drie jaar geleden om van hun school een daltonschool te maken. De ontwikkeling die het team, zowel op collectief als op individueel niveau heeft doorgemaakt is enorm. Men heeft sterk ingezet op het zelfstandig werken en het samenwerkend leren. De gevolgen zijn merkbaar: de leerlingen werken beter samen, ze werken veel zelfstandiger, kinderen hebben vaker hun werk af en vervelen zich nauwelijks, want er is extra werk. Ook zijn er materialen aangeschaft, zoals white boards, open kasten en stoplichten. Het opleidingstraject werd afgesloten met presentaties door de leerkrachten over hun persoonlijke ontwikkeling tot Daltonleerkracht. Deze presentaties zijn allemaal als voldoende beoordeeld, waarna elke leerkracht het certificaat Daltonleerkracht heeft ontvangen. Dit wil niet zeggen dat de ontwikkeling afgerond is. De teamleden blijven leren en zich verder ontwikkelen. Er is een verzoek tot visitatie bij de Nederlandse Daltonvereniging aangevraagd. Het schoolteam hoopt daarmee de felbegeerde licentie te krijgen, zodat de Warinschool zich een daltonschool mag noemen.
Geven van instructie in het daltononderwijsVoordat we besloten een daltonschool te worden, hadden we al afspraken gemaakt over het geven van instructie. Die afspraken kwamen overeen met de manier die hieronder beschreven is, maar door onze traditioneel-klassikale werkwijze kwam dit niet goed uit de verf. Nu we volgens de Daltonprincipes met de bijbehorende organisatie werken lukt het wel, wat ten goede komt aan zowel leerlingen die nauwelijks dan wel veel moeite hebben met leren. Alle leerlingen volgen de basisinstructie, behalve als het kind op een geheel ander niveau werkt. Het kan om een leerling gaan die bijvoorbeeld met een andere spellingsmethode werkt of uit een ander rekenboek werkt. Ook kan de leerkracht van mening zijn dat het kind, dat op basisniveau werkt, op dat moment geen basisinstructie nodig heeft. Het kind kan zelfstandig aan het werk. Kinderen die de stof in de loop van de instructietijd snappen, mogen zelfstandig verder gaan. De rest krijgt dan nog steeds instructie. Dat noemen we de verlengde instructie. Als dit groepje klein is, gaat het bij de leerkracht aan de instructietafel zitten, zodat het gepraat van de leerkracht de andere kinderen niet stoort. Wat kinderen al zelf kunnenVroeger lazen we de teksten uit het aardrijkskunde- of geschiedenisboek klassikaal. De inspecteur stelde toen terecht vast, dat we ‘hetgeen de kinderen aangeleerd hadden niet in de lessen integreerden.’ Ze bedoelde hiermee, dat we de kinderen begrijpend lezen hebben aangeleerd, maar we lieten hen deze vaardigheden niet voldoende zelfstandig inde praktijk toepassen. Tegenwoordig laten we de kinderen teksten van wereldoriëntatie en dergelijke zelfstandig lezen. Dat doen we al vanaf groep 3. Dat kan individueel, in tweetallen of bij de leerkracht aan de instructietafel. De instructietafelBij de kleuters fungeert de centrale tafel als instructietafel. Daarnaast ondersteunt de leerkracht de kinderen aan een tafelgroep, maar dat kan wisselen. Vanaf groep 3 kennen we instructietafels. Hieromheen staan vier stoelen of krukken en de stoel van de leerkracht. De tafel staat midden voor de klas. De leerkrachten gebruiken deze tafel voor de verlengde instructie, de groepsinstructie of individuele hulp. Het bureau van de leerkracht, die een stuk kleiner is dan de instructietafel, dient om materiaal en persoonlijke spullen van de leerkracht op te leggen. Het bureau neemt in tegenstelling tot vroeger geen prominente plaats in in het lokaal. We helpen geen kinderen aan het bureau. WerkplekkenDe kinderen werken op hun eigen plek. In het geval van maatjeswerk mogen ze van plaats verwisselen. Dat kan op de gang zijn, maar ook naast een klasgenootje in het lokaal. De kinderen mogen alleen met toestemming van de leerkracht buiten het lokaal werken. Zolang het stoplicht op ‘rood’ staat werken de kinderen in het eigen lokaal. De nakijktafel en het nakijkenWij hechten grote waarde aan het zelf corrigeren door de kinderen. Zelfcorrectie heeft een aantal voordelen: ● Het kind krijgt meteen feedback op zijn werk. Het hoeft niet te wachten tot hij het werk pas later in de week terugkrijgt van de leerkracht. ● Het heeft een duidelijk leereffect, omdat het kind, als het een fout ontdekt, zich meteen zal afvragen hoe deze fout kon ontstaan. ● De kinderen krijgen hierdoor beter inzicht in wat ze zelf kunnen en bij welke zaken ze hulp moeten vragen van de leerkracht. Vanaf groep 4 staat een nakijktafel met daarop mappen met antwoordbladen en nakijkboekjes. De kinderen kijken hun werk aan hun eigen tafel na, waarna ze aangeven of zij al dan niet tevreden over hun werk zijn. Dit laten we doen om de kinderen te leren, dat ze verantwoordelijk zijn voor hun eigen werk. Na het nakijken leveren de kinderen hun werk in op een vaste plek in de daltonkast. We leren de kinderen bij ons te komen, als ze extra instructie willen. Dat ze dat nodig hebben, kunnen ze na het zelf corrigeren zelf bepalen. De leerkracht doorloopt het werk van de kinderen al dan niet steekproefsgewijs, zodat deze achteraf ook nog altijd een kind voor extra instructie bij zich kan roepen. De kinderen kijken veel na, maar de leerkracht kijkt alle toetsen na. In groep 1 en 2 gebruiken we geen nakijktafel. In groep 3 kijken de kinderen vanaf kern 7 Humpie Dumpie en spelling zelf na. Op de dagtaak staat aangegeven, wat ze na moeten kijken. In groep 4 kijken de kinderen vanaf de zomervakantie Humpie Dumpie na. Na de herfstvakantie komt daar spelling bij. Na de kerstvakantie kijken ze ook nog hun rekenwerk na. In groep 5 mogen de kinderen ook de oefeningen van woordenschat en taalbeschouwing nakijken. Ze kijken ook de geschiedenisopdrachten na. In de weektaak van de drie hoogste groepen wordt met de letter ‘z’. aangegeven wat de leerlingen zelf moeten nakijken. Het betreft opdrachten in verschillende vakgebieden. De opdrachten betreffende wereldoriëntatie worden ook zelf nagekeken. We werken ruim anderhalf jaar op deze manier. De leerkrachten kennen hun pappenheimers en weten dan ook van wie ze het werk extra in de gaten moeten houden. Ik heb het idee, dat de kinderen zich meer betrokken bij hun werk en het resultaat ervan voelen dan voorheen.
Zelfstandigheid, een belangrijke voorspellerErvaringen uit Zweden tonen aan dat VVE een van
de voorspellers is van goed begrijpend lezen later. Verder komt uit
een internationaal onderzoek van Mieke van Diepen naar voren dat
leerlingen die niet zo goed zijn in lezen, het het beste doen in een
klas waar het gemiddelde niveau hoog ligt. Ook een grote klas werkt
positief: de leerlingen zijn daarin zelfstandiger. Daarnaast hebben
plezier in lezen en de aanwezigheid van boeken en kranten in huis
een positieve invloed op de leesprestaties. Dit blijkt uit het
promotie-onderzoek van Van Diepen naar begrijpend lezen bij
basisscholen in 35 landen, waaronder Nederland. Uit grootschalig
internationaal vergelijkend onderzoek (PIRLS) uitgevoerd in 2001
blijkt dat Nederlandse kinderen in groep 6 van het basisonderwijs
tot de wereldtop behoren op het gebied van begrijpend lezen. Alleen
Zweedse scholieren doen het beter.
Het logo van de Nederlandse DaltonverenigingNadat mijn team en ik het besluit hadden genomen om te streven een Daltonschool te worden en nadat de medezeggenschapsraad, het toenmalige bestuur en de bovenschools directeur hiermee hadden ingestemd, heb ik de school als aspirant-lid van de NDV (= Nederlandse Daltonvereniging) aangemeld. Deze club bestaat inmiddels 76 jaar. Aanvankelijk groeide de vereniging sterk, maar in de jaren zeventig waren nog maar zo’n dertig daltonscholen in ons land over. Vanaf de invoering van de basisschool met de daarbij gestelde eisen aan het te geven onderwijs kozen veel scholen voor deze vorm van onderwijs en meldden zich als lid. Halverwege de jaren negentig telde de NDV ongeveer 130 leden. Nu, elf jaar later is dit aantal meer dan verdubbeld. De
NDV heeft zich enkele jaren geleden een nieuw logo aangemeten.
Logo’s horen meteen te laten zien, waar een organisatie voor staat.
Dat kon ik van het logo van de NDV bepaald niet zeggen. Ik heb een
deskundige hiernaar gevraagd. Hij kon het mij niet meteen duidelijk
maken, maar stuurde binnen een week een verklaring die ik in
bewerkte vorm hieronder vermeld.
Daltonplan bij de tijd (door Piet van der Ploeg)Aan de Saxion Hogeschool in Deventer is nog niet zo lang geleden dr. Piet van der Ploeg benoemd als lector Daltononderwijs. Dr. Piet van der Ploeg was tot voor kort werkzaam als Universitair Hoofddocent Algemene Pedagogiek aan de Universiteit van Utrecht en hield zich bezig met verbetering en vernieuwing van de didactiek en het programma van de opleiding Pedagogiek. Een lectoraat bestaat uit een lector (hooggekwalificeerde specialist blijkend uit onder andere gepromoveerd zijn en ruime ervaring met onderzoek) en een kenniskring die gezamenlijk proberen het bewuste kennisgebied verder te ontwikkelen en deze kennis uit te dragen aan anderen. Van zijn hand las ik een artikel in een digitale nieuwsbrief van de Nederlandse Daltonvereniging. De strekking van zijn verhaal is, dat uit onderwijskundig onderzoek blijkt welke factoren bijdragen aan succesvol onderwijs. Het zijn dezelfde kenmerken die Helen Parkhurst benadrukte, toen ze honderd jaar geleden het daltononderwijs ontwikkelde. Blijkens het moderne wetenschappelijke onderwijsonderzoek is het voor de effectiviteit van onderwijs van doorslaggevend belang dat de leerling doelgericht, gestaag en geconcentreerd kan werken, in eigen tempo en op passend niveau, en dat hij van tevoren weet wat de bedoeling is, weet waar hij aan toe is en hoe een nieuwe activiteit samenhangt met wat hij eerder heeft gedaan. De onderzoeksliteratuur bezigt hiervoor termen als ‘goal setting’, ‘time on task’, ‘advanced organizers’ en ‘mastery learning’ Dat is goed nieuws over Daltononderwijs. De Daltonplanonderwijspedagogiek beschrijft en bepleit immers een organisatie, een vormgeving en een inrichting van onderwijs die juist voor zulk leren de voorwaarden scheppen en de gelegenheid bieden. Want onder eigen verantwoordelijkheid werken aan taken op maat en zelf bezigheden plannen en bijhouden is bevorderlijk voor doelgerichtheid, gedurigheid en concentratie en garandeert dat het leren niet te snel of te langzaam gaat en dat het niet verveelt of boven de pet gaat. En het doordacht aanvaarden en timen van werkzaamheden vooronderstelt dat de leerling overzicht heeft van wat er gebeuren moet en dat de leerling zich rekenschap geeft van de doelen van leeractiviteiten en van de verhoudingen tussen leeractiviteiten en dat de leerling dus ook op tijd en voldoende weet heeft van die doelen en verhoudingen. Daltononderwijs maakt effectief leren mogelijk. Interessant dat onze onderwijspedagogiek zo bij de tijd is. Het Daltonplan stamt uit het begin van de vorige eeuw. Parkhurst moest het doen zonder de kennis die we vandaag de dag hebben van onderwijs- en leerprocessen. Ze koerste op ervaring en ontwikkelde het Daltonplan in de praktijk van alledag, op ambachtelijke wijze voortdurend haar werk verbeterend. Achteraf bekeken zat ze op precies de goede weg. Helderziende was ze niet. Ze had een uitzonderlijk scherp oog voor wat werkt en wat stoort in onderwijzen en leren. Parkhurst ontdekte dat eigen verantwoordelijkheid het beste werkt. Laat de leerling zelf werkzaamheden op zich nemen, zelf programmeren, zelf afspraken maken, zelf zijn tijd indelen, zelf het werk uitvoeren, al doende zelf ondervinden hoe het moet en of het anders moet, zelf zijn vorderingen bijhouden, zichzelf achter de vodden zitten als het nodig is, zelf merken wanneer iets niet wil, zelf eventueel om hulp of extra uitleg vragen, zelf ervaren dat het goed gaat enzovoort. Dan leert hij het meest en heeft hij er bovendien het meest plezier in en plezier van. Onderwijs dat dit mogelijk maakt, vergt behalve veel vakkennis en vakdidactische know how en creativiteit (alleen al om adequate taken te maken en een divers aanbod van taken samen te stellen) ook het nodige psychologisch inzicht bij leraren en grote inzet van leraren (hoe meer activering en differentiatie, hoe complexer en arbeidsintensiever bijvoorbeeld sturing, instructie, ondersteuning en beoordeling zijn) en het stelt hoge en specifieke eisen aan leeromgeving en leermiddelen. Parkhursts theorie en praktijk getuigen hiervan, Daltonleraren hebben het in de loop van de eeuw ervaren en bewezen en Daltonscholen laten het zien. Werken onder eigen verantwoordelijkheid paste niet in het onderwijs zoals dat aan het begin van de twintigste eeuw de normaalste zaak van de wereld was: klassikaal frontaal simultaan collectief onderwijs. Amerikanen noemen het ‘lockstep teaching’ en ‘batch processing’: leerlingen collectief en uniform benaderen, ze klasgewijs ordenen naar leeftijd, ze frontaal en simultaan lesgeven. Parkhurst was niet de eerste en de enige in Amerika die vermoedde dat zulk onderwijs alles behalve efficiënt is. En haar Daltonplan was niet het enige alternatief, zelfs niet het enige Plan. Eind negentiende en begin twintigste eeuw ontstonden in Amerika bijvoorbeeld ook the North Denver Plan, the Pueblo Plan, the Elizabeth Plan, the Winetka Plan en the Gary Plan. Stuk voor stuk pogingen het onderwijs anders te organiseren, vorm te geven en in te richten. In plaats van klassikaal frontaal simultaan collectief: individualiseren, activeren en differentiëren. Gemeenschappelijk kenmerk van de alternatieven was het leren zo veel mogelijk aan de leerlingen zelf te laten: werken onder eigen verantwoordelijkheid. Het Daltonplan was niet het enige Amerikaanse alternatief, maar heeft wel als enige de tand des tijds doorstaan. Sterker nog: het is ‘alive and kicking’. En gegeven de ‘match’ tussen de Daltonplanonderwijspedagogiek en de uitkomsten van hedendaags onderwijsonderzoek heeft het alles in zich om de toekomst te hebben. Werken onder eigen verantwoordelijkheid. Het leren is van de leerling. Het is zijn ding, zouden we tegenwoordig zeggen. Dat klinkt naar ‘Het Nieuwe Leren’: “De leerling is eigenaar van zijn eigen leerproces”. Maar er is weinig nieuws aan, hebben we gezien. En het is praktisch net zo oud als ‘Het Oude Leren’. Want het klassikale frontale simultane collectieve onderwijs kwam pas halverwege de negentiende eeuw op en verbreidde zich vervolgens vanaf de jaren zeventig in Amerika. Het had zich amper gevestigd of het stond al ter discussie. De negentiende-eeuwse voorstanders van ‘lockstep teaching’ en ‘batch processing’ hadden het beste met het onderwijs en de leerlingen voor. Ze meenden dat collectief en simultaan onderwijs efficiënt was dank zij sociale mechanismen en dynamieken, bijvoorbeeld doordat leerlingen elkaar imiteren, zich aan elkaar meten en aan elkaar vormen. Hoe collectiever en simultaner, dus hoe klassikaler en frontaler, hoe meer iedereen leert, dachten ze. De hervormers, zoals onze Parkhurst, geloofden daar niks van: leerlingen hebben uiteraard onderwijs nodig (leraren, leerstof, leerplan, leervormen, leermiddelen enzo) maar daarbinnen moeten kinderen hun eigen gang kunnen gaan; dan leren ze het meest. Het ziet er nu naar uit dat de hervormers gelijk hadden. Dalton, een logisch vervolgDe opkomst voor de informatieavond van 19 januari was groot. Buiten de leerkrachten waren er nog zo’n 70 aanwezigen. De informatie werd in twee delen gegeven. Allereerst een presentatie van mezelf over onze onderwijskundige ontwikkeling van de laatste 10 à 15 jaar, en daarna een verhaal door de leerkrachten over de veranderingen in hun groep. Daardoor kon het gebeuren dat een aantal ouders om kwart over negen weg konden en anderen een half uur later. Bij mijn presentatie wilde ik duidelijk maken dat onze keuze een Daltonschool te worden een logisch gevolg is van de veranderingen die we de laatste jaren hebben vormgegeven. Onderwerpen van veranderingIk heb de volgende veranderingen genoemd en toegelicht.
Tijdens de presentatie heb ik deze onderwerpen in de volgende rubrieken ondergebracht:
Missie en visieAl deze veranderingen vloeien voort uit onze visie en missie. De missie van onze school omschrijf ik als volgt: Elk kind probeert zijn of haar omgeving zo goed mogelijk te begrijpen, en hier positief mee om te gaan. Vanuit een christelijke levensvisie dienen volwassenen en kinderen op een pedagogische wijze met elkaar om te gaan. Essentieel is dat elke volwassene een veilig, ondersteunend klimaat biedt voor het exploreren, begrijpen en zo zelfstandig mogelijk omgaan met de omgeving. De visie, waarop we de missie vorm willen geven, omvat de volgende punten:
De DaltonprincipesVier van de hierboven genoemde punten vormen de basisprincipes van het Daltononderwijs:
Met name de laatste drie punten vind ik bij ons onvoldoende uit de verf komen, terwijl ze wel belangrijk zijn. Op echte Daltonscholen lukt dat wel. Dan is er voor mij maar één gevolgtrekking: ga te werk, zoals ze dat op een Daltonschool doen. Blijft de vraag, of je je school ook een Daltonschool moet noemen. Ik heb hier volmondig voor gekozen, omdat Daltononderwijs ergens voor stáát. Waar staat Dalton voor?Daltononderwijs staat voor:
Verantwoordelijkheid Zelfstandigheid Samenwerken Met de taak als aangrijpingspunt. Bijkomend voordeel: het individuele kind komt beter tot zijn recht De Nederlandse Daltonvereniging, waar we aspirant-lid van zijn, noemt bij het bovenste punt ‘vrijheid in gebondenheid’. Bij het invoeren van het Daltononderwijs heb ik enkele boeken gelezen. De schrijvers spreken liever van ‘verantwoordelijkheid’. Binnen de NDV zal hierover ongetwijfeld een discussie losbarsten. Wij spreken liever van ‘verantwoordelijkheid’. De ervaringen in groep 8In groep 8 hebben we al een aantal veranderingen doorgevoerd. We hebben de kinderen gevraagd, hoe ze de aanpassingen tot nu toe ervaren.
Mijn ervaringenIk heb voor mezelf het idee dat mijn instructies effectiever zijn. Daarnaast merk ik dankzij de instructietafel, dat kinderen die de opgaven allang snappen niet onnodig naar m’n uitleg hoeven te luisteren. Daarbij ben ik meer in staat de kinderen het werk nogmaals uit te leggen. Ook kom ik er meer aan toe zorgleerlingen beter te helpen en te begeleiden. Vragen, stel ze gerustIn de diverse groepen werd een aantal vragen gesteld. Ik wil ze de volgende keer in de schoolkrant behandelen. Hebt u vragen, stel ze dan. U kunt ze ook naar me mailen: directie@warinschool.nl. De volgende vragen zijn me al bekend:
Scholen ontwikkelen zichDe maatschappij ontwikkelt zich en scholen horen daar niet bij achter te blijven en dienen zich eveneens te ontwikkelen. Zo ook de Warinschool. Waar wij de laatste tien jaar sterk op hebben ingezet is het creëren van een goed pedagogisch klimaat, een grotere zelfstandigheid van kinderen, effectieve instructie (met name met rekenen), leerlingenzorg en niet te vergeten het inzetten van computers in ons onderwijs. Als je je ontwikkelt moet je op gezette tijden terugkijken op wat je wilt en wat je hebt bereikt. Het pedagogisch klimaat is in vergelijking met 12 jaar geleden sterk verbeterd. De instructie is effectiever geworden. We beschikken over veel computers en de infrastructuur (lees: het netwerk) is goed, waardoor de computers goed ingezet worden. Waar ik niet tevreden over ben is de mate van zelfstandig werken. Mede door de inzet van onze intern begeleider (Bert de Moor) is de leerlingenzorg de laatste jaren sterk verbeterd, maar juist bij de remediale hulp binnen de groepen hebben we de bovengrens nog niet bereikt. Er zijn verschillende wegen die naar Rome leiden. Er zijn dus ook verscheidene manieren om bovenstaande doelstellingen te bereiken. In de praktijk van het onderwijs blijken Daltonscholen de doelstellingen waar wij nog in te kort schieten wel te halen. Bovendien spreken de visie, de uitgangspunten en de principes van het Daltononderwijs ons sterk aan. Voor ons reden om ons te ontwikkelen tot een Daltonschool. Kinderen willen hun omgeving goed begrijpenHet leidende pedagogische principe van het Daltononderwijs vloeit voort uit het mensbeeld van Helen Parkhurst. In het boek ‘De wereld van een kind” beschrijft ze dit beeld: Elk kind probeert zijn of haar omgeving zo goed mogelijk te begrijpen, en hier positief mee om te gaan. Bovendien dienen volwassenen en kinderen op een pedagogische wijze met elkaar om te gaan. Essentieel is dat elke volwassene een veilig, ondersteunend klimaat biedt voor het exploreren, begrijpen en zo zelfstandig mogelijk omgaan met de omgeving. Dit leidt tot de drie belangrijke uitgangspunten van het Daltononderwijs: verantwoordelijkheid, zelfstandigheid en samenwerken. Helen ParkhurstHelen Parkhurst was een van de grote onderwijsvernieuwers van de vorige eeuw. Haar eerste school was een eenmansschool met 40 leerlingen in acht groepen. In feite een onmogelijke opgave voor een jonge, beginnende onderwijzeres. Zij bedacht een manier om hiermee om te gaan. Ze koos voor een aanpak met gedeeltelijke zelfstudie en voor overleg met kinderen wat eigen verantwoordelijkheid zou kunnen zijn. Daarnaast legde ze het een en ander vast in een soort contract: ‘de taak’ De kinderen beloofden dat de taak op tijd af zou zijn en op haar beurt beloofde zij de kinderen hulp te bieden waar dat noodzakelijk was. De aanpak bleek heel positief te zijn. Dat kwam doordat de leerkracht gerichte bemoeienis had met het werk van de leerling. Daarnaast had het kind een actieve rol in zijn eigen onderwijs. De methode werd overgenomen door de State High School in Dalton – Massachusetts; die zijn naam gaf aan deze werkwijze. Mogelijk hebt u bij het horen van de naam Daltonschool meteen gedacht aan de gebroeders Dalton in de strips van Lucky Luke, maar u kunt dat beeld beter uit uw hoofd zetten, hoewel dat mij nog niet helemaal gelukt is. MisverstandenIn de vorige schoolkrant heb ik geschreven, dat onze school zich tot een Daltonschool zal ontwikkelen. Tijdens de informatieavonden is dat ook genoemd. Uit opmerkingen van ouders in de gang en tijdens m’n presentatie over dit onderwerp bleek, dat enkele ouders een verkeerde voorstelling hebben bij wat er gaat gebeuren. Ik ga op enkele in. Een school heeft op verschillende facetten een identiteit. Dat we een protestants-christelijke school zijn heeft met onze levensbeschouwelijke identiteit te maken. Onze onderwijskundige identiteit is die van een traditioneel-klassikale school, maar dat willen we verder ombouwen tot een Daltonschool. Het christelijke karakter van de school zal hierdoor niet veranderen. Sommige ouders zijn bang, dat onze school totaal anders wordt. Daar hoeft u niet bang voor te zijn. Daltonscholen worden gekenmerkt door een goed pedagogisch klimaat en door een grote mate van zelfstandigheid van de leerlingen. Uit opmerkingen van ouders heb ik opgemaakt, dat de sfeer en daarmee het pedagogisch klimaat op onze school goed is. We hebben al jaren geleden ervoor gekozen de zelfstandigheid van de kinderen te vergroten door het invoeren van de dag- en weektaken. De keuze om een Daltonschool te worden sluit naadloos aan op onze ontwikkeling van de laatste 15 jaar. Ouders zijn bang, dat de schoolverlaters het binnen het voortgezet onderwijs moeilijk zullen krijgen. In de praktijk blijkt dat oud-leerlingen van Daltonscholen het binnen het voortgezet onderwijs heel goed doen. Deze scholen vragen van hun leerlingen veel van hun zelfstandigheid en de eigen verantwoordelijkheid voor het leren. Juist daar zijn Daltonscholen sterk in. Tot slotEr valt veel meer te schrijven over Daltononderwijs. Voor deze keer wil ik het bij deze eerste kennismaking laten. In de volgende schoolkranten zal ik zeker op dit onderwerp terugkomen. Vragen over daltonAan het slot van het hoofdartikel in de vorige Warinkrant heb ik een opsomming gegeven van vragen die tijdens de informatieavond van januari zijn gesteld. Ik heb toegezegd in de eerstvolgende schoolkrant hierop in te gaan, terwijl ik u aanmoedigde meer vragen bij me neer te leggen. Gezien de aard en het aantal vragen verwachtte ik weinig reacties. Ik kreeg één vraag voorgelegd en nog wel uit onverwachte hoek. Tijdens een busrit van het Anne Frankhuis naar school vroeg een meisje wat het verschil is tussen een daltonschool en een gewone school. Een vraag die de kern raakt. In een daltonschool werkt men met weektaken om de kinderen zelfstandigheid bij te brengen. Daarnaast gaan daltonscholen heel bewust om met het bijbrengen van verantwoordelijkheid van de kinderen voor hun eigen ontwikkeling. Bovendien hebben ze op daltonscholen er bewust voor gekozen de kinderen te leren samenwerken en om te gaan met vrijheid in gebondenheid. Gewone scholen, waar ik onze school ook nog toe reken, willen de kinderen ook vaak zelfstandig maken en laten de kinderen ook vaak samenwerken, maar dat gebeurt meestal minder bewust en gaat dit vaak minder ver. Wat voor scholen zijn de andere scholen in het dorpHierbij komen we bij de vraag, wat voor soort onderwijs de andere scholen in ons dorpbieden. Ik beschouw zowel onze school als de twee andere tot scholen die traditioneel-klassikaal onderwijs nastreven. Hoewel ik de twee andere scholen niet zo goed ken, mag ik aannemen, dat ook zij de kinderen zelfstandigheid bij willen brengen. Als ik tegen collega’s zeg, dat ik van mijn school een daltonschool wil maken, dan is het eerst wat ik hoor, dat ook zij aan zelfstandigheid doen. Voor de goede orde moet ik erbij vermelden, dat ik hier met m’n twee dorpscollega’s niet over heb gesproken. Natuurlijk is het zo, dat er ‘gewone’ scholen zijn die beter omgaan met verantwoordelijkheid, zelfstandigheid en samenwerking dan sommige daltonscholen. Onze keuze voor het daltononderwijs maakt in ieder geval duidelijk, dat we bewust kiezen voor verantwoordelijkheid, zelfstandigheid en samenwerking, waarbij de taak het uitgangspunt vormt. Ik kan de vraag, waarom de andere scholen niet voor dalton kiezen niet beantwoorden. Heeft het daltononderwijs ook nadelenIk ben in de literatuur en van-horen-zeggen nog geen nadelen van dit soort onderwijs tegengekomen. Is het voor ieder kind geschiktHet enige dat ik kan bedenken is, dat kinderen die behoefte hebben aan veel structuur moeite met het daltononderwijs hebben. Ik denk hierbij aan kinderen met een aan autisme verwante contactstoornis. Wel is het zo, dat het ene kind meer profiteert van de kenmerken van het daltononderwijs dan het andere. Kinderen die van zichzelf al zelfstandig zijn en verantwoordelijkheid voor hun ontwikkeling tonen zullen veel meer gebaat zijn binnen het daltononderwijs dan kinderen die dit van nature minder hebben. Omgekeerd durf ik te stellen, dat kinderen die deze eigenschappen hebben in het traditioneel-klassikaal onderwijs minder zullen floreren dan in het daltononderwijs. Als leerkracht zul je niet alleen moeten differentiëren met de lesstof en de instructie, maar ook met de eigen verantwoordelijkheid van de kinderen. In sommige groepen hebben de leerkrachten met heel goede rekenaars afgesproken, dat ze voor een deel mogen bepalen welke sommen ze overslaan. Daar staat tegenover, dat ze extra moeilijke sommen moeten maken die door de overige leerlingen niet gemaakt hoeven te worden. We hebben kinderen die zichzelf opdrachten geven in het geval ze met hun weektaak klaar zijn. Voor kinderen die dat niet kunnen, neemt de leerkracht die verantwoordelijkheid op zich en geeft dan de opdrachten. Ik heb wel eens de indruk gekregen, dat sommige ouders denken dat gemakzuchtige leerlingen in het daltononderwijs niets uitvoeren. Vergeet niet, dat ieder kind een taak krijgt die het af moet maken. Het is niet zo, dat kinderen zelf mogen bepalen wat het gaat doen. Een van de grote voordelen van de manier van organiseren in een daltonschool is, dat zwakke leerlingen gemakkelijker een beroep kunnen doen op de leerkracht. Daarnaast blijkt in onze praktijk, dat we meer tijd voor de leerlingen hebben. Waarom zijn jullie er niet eerder aan begonnenDit is een vraag die ik me het laatste jaar vaker heb gesteld. In de tijd dat ik nog als gewoon onderwijzer aan de Warinschool werkte, heb ik ooit een brochure bij de Daltonvereniging aangevraagd en uitvoerig bestudeerd. Hierin las ik, dat de leerkracht voor iedere leerling een eigen individuele weektaak moest samenstellen. Mij bekroop het gevoel, dat ik hieraan niet zou kunnen voldoen. Bij het lezen van de huidige literatuur over dalton merk ik, dat men hier anders mee omgaat en wel op zo’n manier die we wel kunnen waarmaken. We werken nu al zo’n twaalf jaar met weektaken. We hebben ooit een veranderingsprogramma uitgevoerd om het zelfstandig werken naar een hoger plan te tillen. Daarmee dacht ik, dat de keuze voor daltononderwijs niet nodig was. Ik heb me daarin vergist. Ik ben er nu van overtuigd, dat we door te werken zoals op daltonscholen we meer recht doen aan de eigen verantwoordelijkheid en de zelfstandigheid van kinderen. Verder verwacht ik, dat ons onderwijs een kwaliteitsimpuls krijgt. Wat zijn de voordelen van zelf het werk door de kinderen na te laten kijkenLaat ik twee dingen voorop stellen.
Mag ik een wedervraag stellen? Wat is het voordeel dat de leerkracht het oefenwerk van de kinderen nakijkt? Het enige is dat deze de fouten beter herkent. De nadelen zijn, dat kinderen nauwelijks het correctiewerk van juf of meester bekijkt. Het kind krijgt het werk pas de volgende dag terug. Dat kinderen hun werk nakijken vergroot het verantwoordelijkheidsgevoel van de kinderen. Ze voelen zich er meer bij betrokken. Ze kunnen meteen nagaan, wat ze fout hebben gedaan. Ze kunnen hun eigen werk beoordelen. Wat ik ook zie is dat onzekere kinderen na het eerste rijtje dit nakijken, wat hun de bevestiging geeft, dat ze het goed doen en de som dus snappen. Dit is goed voor het zelfvertrouwen van de kinderen. Iets, wat we belangrijk vinden. Kortom, het zelf nakijken biedt meer voordelen dan dat er nadelen aankleven. Daar doe je het voorOnlangs kwam een jongen van m’n klas naar me toe en zei: “Meester, vroeger had ik m’n werk nooit af en nu heb ik tijd over om dingen te doen, die ik leuk vind.” Een jaar op weg naar daltononderwijsHet is inmiddels ruim een jaar geleden, dat ik de ouders heb geïnformeerd over daltononderwijs. In dat jaar hebben de teamleden vele kleine stapjes gezet om deze vorm van onderwijs gestalte te geven. In feite hebben we de eerste schreden op weg naar dalton al veel eerder gezet. Voordat ik het laatste schoolplan in 2003 schreef, hebben ouders en teamleden gediscussieerd over het onderwijs aan onze school. Daarbij kwamen suggesties naar voren die gerealiseerd zouden kunnen worden, als we een daltonschool zouden worden. Ik heb dit voornemen uitvoerig in het schoolplan beschreven. Dat is inmiddels bijna vier jaar geleden. Omdat we eerst andere onderdelen in ons onderwijs wilden verbeteren, heb ik de wens om daltonschool te worden enkele jaren uitgesteld. Anderhalf jaar geleden achtte ik de tijd rijp dit veranderingstraject in te gaan. Samen met onze schoolbegeleider, de heer Louk Kerkhoffs, heb ik twee studiemiddagen gewijd aan het onderwerp daltononderwijs. De heer Kerkhoffs heeft van de Nederlandse Daltonvereniging de bevoegdheid gekregen scholen in een dergelijk traject te begeleiden. Hij heeft dit in de loop van de jaren met meerdere scholen gedaan. Bij de bespreking van het schoolplan, vier jaar geleden, reageerden de teamleden redelijk enthousiast. Op de eerste studiemiddag van voorjaar 2005 bespeurde ik enige huiver. Logisch, want nu werd het menens. Na de tweede vergadering heb ik de leerkrachten op de man af gevraagd wat ze ervan vonden een daltonschool te worden. Twee collega’s gaven aan, dat het goed was om te ‘daltoniseren’, de rest voelde ervoor om van onze school een daltonschool te maken. Ik bespeurde veel onzekerheid bij m’n collega’s in de zin van ‘kan ik dat wel’. In het schooljaar 2004-2005 hebben we nog een derde studiemiddag aan dit onderwerp besteed. Onze toenmalige lio, Marjan van den Heuvel, had hiervan haar afstudeeronderwerp gemaakt. Het werd een scriptie die als een huis stond. Zij heeft toen de resultaten van haar onderzoek aan het team gepresenteerd. Die middag hebben we doelstellingen voor het afgelopen schooljaar geformuleerd. Zichtbaar makenIn de loop van het afgelopen najaar hebben we twee belangrijke stappen gezet. Na de jaarvergadering van de ouderraad/medezeggenschapsraad heb ik de ouders over daltononderwijs geïnformeerd. Ten tweede hebben we daltonscholen bezocht. Dit was voor bijna iedere leerkracht een ‘eye opener’. We zagen, dat daltononderwijs niet zo ver van ons afstond. We zagen ook, dat we het zelf ook zouden kunnen. Bijna iedereen kwam met nieuwe ideeën terug. Ondertussen heerste er onrust onder de ouders over onze keuze. Achteraf moet ik toegeven, dat ik deze verandering niet goed met de ouders heb gecommuniceerd. Ik heb dit recht proberen te zetten door in januari een tweede informatieavond te beleggen. In het eerste gedeelte heb ik de ouder duidelijk willen maken, dat we al tien tot vijftien jaar veranderingen hebben doorgevoerd die ook op daltonscholen thuis horen: zelfstandig werken, weektaken, de kinderen verantwoordelijk laten zijn voor hun ontwikkeling, samenwerken, leren omgaan met vrijheid, …… Na de pauze hebben de leerkrachten de ouders verteld, hoe zij in hun groep vorm aan het daltononderwijs hebben gegeven. M’n indruk was, dat ouders tevreden naar huis gingen. Het afgelopen jaar hebben leerkrachten ieder naar hun eigen interesse ontwikkelingen in gang gezet. Juf Marja en Thea hebben een weektaak voor kleuters ingevoerd. Vroeger dachten we, dat jonge kinderen hier niet mee om zouden kunnen gaan. Nu merken we, dat het niet alleen de kinderen zelf, maar ook de juffen van dienst kan zijn. Ook hebben deze juffen een manier ingevoerd om de kinderen te helpen op een snelle manier een werkhoek te kiezen. Juf José was dolenthousiast over maatjeswerk en ging hiermee aan de slag. Juf Armanda had indertijd gekozen voor ‘zelfstandig werken’ als afstudeeronderwerp. Zij heeft de opgedane kennis op een voortreffelijke wijze in groep vier ingevoerd. Tevens heeft ze een weektaak ontwikkeld die past bij het daltononderwijs. Juf Desirée heeft zich sterk gemaakt voor de ontwikkeling van keuzewerk voor kinderen die met hun weektaak klaar waren. Juf Marianna en ik hebben weektaken ingevoerd, zoals die in de hogere groepen op daltonscholen worden gebruikt. Daarnaast hebben we een werkwijze ingevoerd, waardoor goede rekenaars uitdaging in hun rekenwerk vinden. De bovenstaande opsomming is niet compleet. Het enthousiasme van de individuele leerkrachten werkte aanstekelijk. Iedereen praatte over z’n succeservaringen. Niet alleen tijdens de vergaderingen, maar ook in de wandelgangen, op het plein en aan de eettafel. Op deze manier hebben we veel van elkaar geleerd. In dit proces hebben we getoond, dat we professioneel hebben gewerkt. Ik noem enkele kenmerken die dat staven. We zijn niet blijven hangen in besluitvormingsprocedures, maar we hebben beslissingen durven nemen. Vrijwel iedereen is speler in dit proces en heeft zich niet beperkt tot de rol van toeschouwer. We hebben geleerd van de fouten door goed na te denken wat we gedaan hebben. We zijn gericht op ontwikkeling, niet alleen van onszelf en de school, maar vooral van de kinderen. Er is meer gewerkt dan overlegd. We hebben gedacht in oplossingen en niet in problemen. Iedereen kon zijn eigen proeftuintje beginnen en op basis van die ervaringen zijn we verder gegaan. Adaptief onderwijsIedereen heeft zijn eigen motivatie. De mijne is om kinderen te leren zich verantwoordelijk te voelen voor hun eigen ontwikkeling en voor anderen. Ik wil de kinderen leren zelfstandige mensen te zijn. En ik wil hen leren samen te werken en om te gaan met vrijheid in gebondenheid. In onderwijsland hoor je regelmatig de term adaptief onderwijs. De bedenkers van adaptief onderwijs, waarvan professor Stevens de belangrijkste is, stellen drie begrippen centraal: competentie, autonomie en relatie. Ik denk, dat we de laatste anderhalf jaar belangrijke stappen hebben gezet door de kinderen verantwoordelijkheid en zelfstandigheid bij te brengen (autonomie) en door hen te leren samenwerken (relatie), alhoewel we wat het laatste betreft nog een wereld te winnen hebben. Een weg te gaanHet komende voorjaar volgen de teamleden een cursus samenwerkend leren. Daarnaast brengen we dit jaar lijn in onze ontwikkelingen. Zoals hierboven beschreven, hebben veel leerkrachten dingen uitgeprobeerd. Nu moeten we ervoor zorgen, dat we de goede ontwikkelingen van elkaar overnemen. We stellen op dit moment een Daltonwerkboek samen. De leerkrachten zijn gehouden aan de afspraken die daarin vastgelegd worden. Je bent niet meteen een daltonschool. Op het gebied van organisatie hebben we al veel aanpassingen verricht. Ook onze manier van denken moet veranderen. We moeten kinderen vrijheden geven die ze aankunnen. Ze moeten ook de kans krijgen dingen te ontwikkelen die ze zelf kiezen. Het is een proces dat altijd doorgaat. Ik hoop, dat we over twee jaar zover zijn, dat de Nederlandse Daltonvereniging ons zal certificeren, zodat we ons een daltonschool mogen noemen.
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||