brievencontactdaltondownloadshuiswerknieuwsbrief

 
 

NijntjeProceonrondleidingschoolgidsschoolkrantthuispaginawerkstukken

 
  U kunt de schoolgids ook downloaden.

Onze adverteerders

 
 

Inhoudsopgave

Voorwoord

Daltononderwijs

Helen Parkhurst

Een school met geschiedenis

Een christelijke school

Het gebouw

Stichting Proceon

Het schoolteam

Missie

Onderwijsvisie

Onze visie op het kind.

Doelstellingen van de school

Godsdienstige vorming in de praktijk

Pedagogisch klimaat

Kwaliteitsbeleid

Het onderwijs

Daltononderwijs in de praktijk.

Zelfstandig werken.

Uitgestelde aandacht

Tijdbesteding werkles

weekritme

Dagkleuren

De taak

dag- en weektaken

Huishoudelijke taak

taakadministratie

Keuzedienblad bij de kleuters

Dagritmepakket

Geven van instructie

Werkplekken

De nakijktafel en het nakijken

Portfolio

Rapportage aan de ouders

De werkwijze in de diverse groepen

Projectonderwijs

Feesten en vieringen

Leven in een multiculturele samenleving

Computeronderwijs

Protocol internetgebruik

Resultaten

Aannamebeleid

Zorgleerlingen

Leerlingenzorg

Remedial teaching

Orthotheek

Zorg voor het jonge kind

Ouders en school

Ouderparticipatie

Activiteitencommissie (AC)

Medezeggenschapsraad

Ouderbijdrage

Sponsoring

Veiligheid

Klachten

Het dagelijkse leven op alfabet

Anti-pestprotocol

Bedrijfshulpverlening

Buitenschoolse opvang (BSO)

Eerste hulp

Eet- en drinkmoment

Fietsenstalling

Geld voor goed doel

Gevonden voorwerpen

Gymnastiek

Hoofdluiscontrole

Jaarlijkse kosten

Jaarplanning

Klassenverdeling

Leerlingvolgsystemen.

Leerplicht en extra verlof

Logopedist

Maandkalender

Methoden

Namen en adressen

Nascholing

Oudertevredenheidspeiling

Overblijven

Relatie school - kerk

Resultaten van onze voornemens

Rookvrije school

Schoolarts

Schoolkamp

Schoolkrant

Schoolkeuze na groep 8

Schoolplein

Schoolreis

Schooltijden

Speelgoedochtenden

Stagiaires

Studiemiddagen

Tropenrooster

Uitstroomgegevens

Urenverdeling van de lessen

Vakanties

Vakantierooster

Verjaardag

Verzekering

Ziekmelding

Ziekte van leerkrachten

Voorwoord

In deze schoolgids kunt u lezen hoe alles reilt en zeilt bij ons op school. Om te beginnen ver­tellen we u wat wij de sterke punten vinden van de Warinschool:

·       we hechten aan een sfeer van veilig­heid en geborgen­heid;

·       we vinden het belangrijk, dat kinderen zelfstandige mensen met verantwoordelijkheidsgevoel worden;

·       we hebben een gezellige school met leerkrachten die hun handen uit de mouwen steken en goed op elkaar in­gespeeld zijn;

·       we geven eigentijds onderwijs en gebruiken moderne methodes, en houden de ontwikkelingen op onder­wijs­kundig gebied bij;

·       we voeren vernieuwingstrajecten planmatig uit;

·       we vinden het zelfstandig werken van de kinde­ren heel belangrijk;

·       we vinden samenwerkend en coöperatief leren belangrijk;

·       we willen een goed contact met onze leerlingen en hun ouders. We nemen niet alleen de tijd voor hun proble­men, maar ook voor hun suggesties;

·       de teamleden steken veel tijd in nascholing.

Natuurlijk komen er altijd zaken voor verbetering in aanmerking. Maar we hopen dat u na lezing van deze gids vindt dat we uw vertrouwen waard zijn.

 

Peter van den Doel

De School

Daltononderwijs

We hebben voor het Daltononderwijs gekozen, omdat we ons aangesproken voelen door de principes ervan. Dalton staat voor: verantwoorde­lijkheid/vrijheid in gebondenheid, zelfstandigheid en samenwerking. De weektaak speelt hierbij een belangrijke rol. Vanaf de zomer van 2009 mogen we ons officieel een daltonschool noemen.

Als voordeel geldt, dat het individuele kind beter tot zijn recht komt.

Het leidende pedagogische principe van het Daltonon­derwijs vloeit voort uit het mensbeeld van Helen Park­hurst. In het boek ‘De wereld van een kind’ beschrijft ze dit beeld: Elk kind probeert zijn of haar omgeving zo goed mogelijk te begrijpen, en hier positief mee om te gaan. Bovendien dienen volwassenen en kinderen op een pedagogische wijze met elkaar om te gaan. Essentieel is dat elke volwassene een veilig, ondersteunend klimaat biedt voor het exploreren, begrijpen en zo zelfstandig mogelijk omgaan met de omgeving.

Dit leidt tot de drie belangrijke uitgangspunten die hier­boven staan.

Helen Parkhurst

Helen Parkhurst was een van de grote onderwijsvernieu­wers van de vorige eeuw. Haar eerste school was een eenmansschool met 40 leerlingen in acht groepen. In feite een onmogelijke opgave voor een jonge, beginnende onderwijzeres. Zij bedacht een manier om hiermee om te gaan. Ze koos voor een aanpak met gedeeltelijke zelfstu­die en voor overleg met kinderen wat eigen verantwoor­delijkheid zou kunnen zijn. Daarnaast legde ze het een en ander vast in een soort contract: ‘de taak’. De kinderen beloofden dat de taak op tijd af zou zijn en op haar beurt beloofde zij de kinderen hulp te bieden waar dat noodza­kelijk was. De aanpak bleek heel positief te zijn. Dat kwam doordat de leerkracht gerichte bemoeienis had met het werk van de leerling. Daarnaast had het kind een actieve rol in zijn eigen onderwijs.

De methode werd overgenomen door de State High School in Dalton – Massachusetts, die zijn naam gaf aan deze werkwijze.

Een school met geschiedenis

Onze school staat tegenover het kasteel Nederhorst, en draagt de naam van de vroegere bewoners van het kas­teel, de freules Warin. Toen onze school in 1882 begon met ruim 60 leerlingen en één onderwijzer, was er natuurlijk nog geen subsidie. De dames Warin namen de meeste kosten voor hun rekening. In 1887 splitste de school zich in een her­vormde en een gereformeerde school; sinds 1968 zijn ze weer samengevoegd tot een christelijke lagere school. De kleuterscholen, die sinds 1975 onder hetzelfde bestuur vielen, kwamen in 1985 onder het dak van de Warinschool.

Aan de zuidgevel van de school hangt een plastiek met drie kinderen rond een boek. De kinderen staan voor de drie scholen die vroeger tot de vereniging behoorden: de twee kleuterscholen en de lagere school. Het boek stelt uiteraard de bijbel voor.

Een christelijke school

In de Warinschool werken we vanuit een protestants-christelijke levensbeschou­wing. Dat blijkt niet alleen uit de gods­dienstige vorming en de vieringen, maar bovenal uit onze visie op het kind en de daaruit voortvloeiende consequenties.

We leren dat kinderen op een respectvolle wijze met elkaar om te gaan. We begeleiden de kinderen op hun weg naar volwassenheid.

We zijn ons ervan bewust dat we als volwassenen een voorbeeldfunctie heb­ben.

Daarbij denken we aan:

·       veiligheid en geborgenheid bieden;

·       betrokken zijn op elkaar;

·       begrip hebben voor elkaar;

·       rekening houden met elkaar;

·       opkomen voor de zwakkere;

·       overdracht van waarden en normen die daaruit voort­komen;

·       duidelijkheid in regels.

Ook als u uw kind niet opvoedt vanuit een christelijke traditie, denken wij als christelijke school uw kind een meer­waarde te bieden voor de rest van zijn of haar leven.

Het gebouw

Het oudste deel van het schoolgebouw dateert van 1920. Toen al was de Warin­school een zeer moderne school: de enige in Nederland met een ‘badinrichting’! Door de jaren heen is het gebouw steeds uitgebreid en vernieuwd. De laatste renovatie vond plaats in 1996.

In de school zijn acht moderne lokalen, een kleutergym­lokaal, een ruime keuken, toiletten en een douche, perso­neelska­mers en de ‘grote zaal’: de ruimte voor vieringen en overblijven. Deze kunnen we door paneelwanden splitsen, waar­door een extra lokaal kan worden gecreëerd. Sinds 1987 is peuterspeelzaal ‘Nijntje’ in ons gebouw gevestigd.

Stichting Proceon

Stichting Proceon is de bovenschoolse organisatie voor 17 scholen in en om het Gooi. Deze zijn verspreid over de gemeenten Hilversum, Wijdemeren, Eemnes, Laren, Naarden en De Bilt.

Aan het hoofd van de stichting staat het bestuur. De uitvoerende werkzaamheden en het dagelijks bestuur is in handen van  de algemeen directeur, de heer P.D. van Buuren. Hij wordt daarbij gesteund door drie stafleden en twee andere medewerkers. Het Stichtingskantoor, is gevestigd aan de Nieuwe Havenweg 53 te Hilversum, tel 035-6852320. Postadres: Stichting Proceon, Postbus 352, 1200 AJ Hilversum. E-mail: info@proceon.nl en website (www.proceon.nl).

Proceon is de naam die de Stichting draagt sinds de oprichting in 2006. ‘Pro’ staat voor PROfessioneel en PROtestants, maar bovenal voor het Latijnse woord ‘PROcedere’ dat letterlijk vooruitgaan, voortgaan betekent. Proceon is een organisatie die vooruit wil, zich wil ontwikkelen. Kwaliteit staat, evenals identiteit, bij ons hoog in het vaandel. Kwaliteit leveren is een PROces dat nooit ophoudt. Immers, wat vandaag gewoon is, is morgen achterhaald. De C staat voor christelijk en ‘on’ voor ‘onderwijs’. De naam Proceon draagt al deze betekenissen in zich.

Het schoolteam

Het team van de Warinschool bestaat uit twaalf volledig bevoegde leerkrachten, een onderwijs­assistent en een conciërge. Drie leerkrachten hebben de oude kleuterleidstersopleiding gevolgd, de anderen de onderwijzersoplei­ding aan de Pedago­gische Academie ( voor Basisonder­wijs). Daarnaast hebben de leerkrachten nog na- en bij­scholing gevolgd, zoals een cursus speciaal onderwijs, remedial teaching, Engels, handvaardigheid, be­drijfs­hulpverlening, computercursussen, muziek- en toneelcur­sussen. De leerkrachten blijven up‑to‑date door veel tijd te steken in nascholing.

Missie

Kinderen komen het meest tot hun recht, als ze opgroeien in een omgeving, waar zij zich veilig voelen en medeverantwoordelijk voor dragen. We zien ons onderwijs als middel om kinderen te stimuleren in hun ontwikkeling tot zelfstandige, verant­woordelijke mensen die hebben leren samenwerken en die actief en kritisch deelnemen aan de maatschappij en met vrijheid om kunnen gaan, maar dan wel vrijheid in gebondenheid.

Onderwijsvisie

Omdat de maatschappij snel verandert, moet je je voortdurend ontwikkelen. Daarom vinden wij het belangrijk dat kinderen plezier in het leren hebben en dat ze leren leren. We bereiden de kinderen voor op hun toekomst, niet alleen door een gede­gen kennispakket te bieden, maar ook door hun zelfstandigheid, het vermogen met anderen samen te werken en verantwoordelijkheid voor hun eigen ontwik­keling bij te brengen. Dit doen we door het aanleren van basis­vaardigheden zoals lezen, schrijven, taal en rekenen, maar wij hechten ook veel waarde aan de sociale, crea­tieve en emotionele ontwikkeling van het kind.

Onze visie op het kind

Wij zien het kind als een mens, die open­staat voor de veelvormige wereld.

Wij zien het kind als iemand, die verant­woordelijk mag zijn en dus in vrijheid in gebondenheid mag kiezen.

Wij zien het kind als iemand, die ter verantwoording kan worden geroepen; het mag antwoord geven op de vraag naar de waarde van zijn keuze.

Wij zien het kind als iemand, die in ont­wikkeling is.

Doelstellingen van de school

Doelstellingen van de school

De school heeft een opvoedende taak, die gericht is op de persoonlijkheidsvorming van het individuele kind en zijn omgang met anderen. Binnen deze sociale vor­ming leren we de kinderen om te gaan met vrijheid, die altijd een vrijheid in gebondenheid is. Dat houdt in, dat men­sen rekening houden met elkaar, dat mensen verantwoorde­lijk zijn voor el­kaar. We vinden het onze taak de kinde­ren te leren hoe de samenleving eruit ziet en wat er in het dagelijkse leven gebeurt.

Sociale vorming houdt ook in, dat mensen kunnen samenwerken. Mensen bereiken meer in samenwerking met anderen dan dat ze alles alleen doen. Daarbij komt, dat de maatschappij om mensen vraagt die kunnen samenwerken.

De mens is een individu. Hij krijgt de kans zijn eigen vermogens en identiteit te ontwikkelen. Ook heeft hij de gelegenheid zijn idealen zo veel mogelijk te verwezenlij­ken. Daarom heeft ieder mens recht op een persoon­lijke benadering en waardering.

Mede hierom leggen we in ons onderwijs een sterke nadruk op zelfstandigheid. Het kind leert dat de samenle­ving aan een ieder een zinvolle plaats moet geven. Door het onderwijs leert het kind kritisch te zijn ten opzichte van die samenleving.

De kinderen krijgen de kans zoveel mogelijk kennis te verwerven, opdat ze praktisch, logisch, abstract en sociaal denkend kunnen zoeken naar oplossingen. Hierdoor kunnen de kinderen zich redden in een maatschappij, waar informatie een steeds grotere plaats inneemt. Dit houdt in, dat de kinderen de cognitieve vaardig­heden als lezen, schrijven en rekenen zich eigen maken en wel zodanig, dat zij ook later zich in deze informatie­maat­schap­pij staande kunnen houden.

Maatschappelijke betrokkenheid vinden we heel belang­rijk. Dit kan zich uiten in de onderwerpen die we aan de orde stellen, de zorg voor het milieu, de zorg voor jezelf en de medemens en de keuze van projecten waarmee we voor anderen iets doen.

We streven ernaar, dat kinderen, leerkrachten en ouders zich verantwoordelijk voelen voor een sfeer, waarin iedereen zich veilig, zich prettig voelt en zich de moeite waard vindt. In deze omgeving mag het kind emotievolle erva­ringen naar voren brengen.

Kinderen mogen zich uiten. De doelstelling van de emo­tio­nele ontwikkeling is, dat het kind kan omgaan met zijn eigen en met andermans gevoelens.

Sfeer op school heeft ook te maken met de aankleding van het gebouw, kleurge­bruik, planten, werkstukjes, het iets voor elkaar over hebben, iets voor elkaar betekenen, iets voor anderen doen.

Binnen deze sfeer zijn openheid en crea­tieve ontwikke­ling belangrijk. We geven de gelegenheid voor beel­dende, verbale, muzikale, intellectu­ele en bewegingsex­pressie, waardoor kinde­ren hun natuurlijke en creatieve uitings­drang ontwikke­len.

We geven godsdienstige vorming als 'vak', waarbij we verhalen vertellen, zingen, bidden, vieringen houden, groepsgesprekken voeren. Het gaat om het verhaal van God met de mensen. Deze bijbelverhalen kunnen ons ook in onze tijd wat zeggen.

We leven in een wereld die niet, zoals vroeger, als het ware een christelijk stempel heeft, maar daarentegen een meer multicultureel karakter draagt. We maken de kinde­ren hier vertrouwd mee. We brengen hen respect bij voor andere religies. Hierdoor krijgt de christelijke school een grotere waarde als het gaat om de identi­teitsbepaling van jonge mensen.

Door naar deze doelstellingen te wer­ken groeit vanzelf de diepere betekenis van het bestaan. Deze diepere bete­kenis (het geloof in jezelf en de anderen) vraagt om de ontdekking van 'het gezicht van God' in de wereld om ons heen. Het samen (be)leven en samen de wereld bekijken is voor ons een deel van gelovige opvoeding.

Godsdienstige vorming in de praktijk

We volgen onze methode godsdienstige vorming. Deze behandelt thema’s uit de bijbel die aan de dagelijkse praktijk gekoppeld worden. In de bovenbouw resulteert deze benadering in een bespre­king van diverse maat­schappelijke vraag­stukken.

Pedagogisch klimaat

Kinderen en volwassenen horen zich prettig te voelen in school. Daarom hebben we samen afspraken gemaakt voor in de groep, maar ook daar­buiten. We werken vanuit negen, positief geformuleerde regels:

1.     Wij zorgen ervoor dat iedereen op school zich veilig, prettig en de moeite waard voelt.

2.     Wij behandelen elkaar met respect.

3.     Wij stimuleren iedereen in zijn zelf­standigheid.

4.     Iedereen hoort erbij.

5.     Wij zorgen ervoor dat de kinderen kunnen leren.

6.     Wij zorgen ervoor dat de juffen en meesters les kun­nen geven.

7.     We zorgen ervoor dat we op tijd kunnen beginnen.

8.     Wij gaan zorgvuldig om met de spullen van de school, de ander en onszelf.

9.     Wij gaan zorgvuldig om met de natuur om ons heen.

Deze regels bespreken we met de kinde­ren in de klas en we maken op grond daarvan samen afspraken. Daarnaast hebben we nog enkele praktische afspra­ken gemaakt:

·         Hollen en schreeuwen op de gang is gevaarlijk en hinderlijk: een ongeluk is zo gebeurd.

·         In de pauze gaat iedereen naar buiten. Binnen blij­ven mag alleen met toe­stemming van de juf of mees­ter; naar binnen gaan alleen na overleg met de plein­wacht.

·         Het schoolplein is er om samen te spelen. Houd rekening met elkaar.

·         Op het schoolplein naast de school is een skatebaan, waar de kinderen mo­gen skaten en steppen.

·         Kinderen die met de fiets op school komen, lopen voor de veiligheid op het plein naast hun fiets,.

·         Wees aardig voor een ander, dan is die ander het meestal ook voor jou. Schelden, pesten, dreigementen en grove taal proberen we dus te vermij­den.

·         Kun je problemen met andere kinde­ren niet samen oplossen, ga dan naar je juf of meester.

Ook hebben we het stilteteken ingevoerd: eén hand in de lucht, en afhankelijk van de leeftijd van de kinderen de wijsvinger van de andere hand. op de lippen. De kinderen moeten dit dan ook doen, zodat het stil wordt en de leerkracht iets kan zeggen. Zo vraagt niet alleen de leerkracht de kinderen, maar vragen ook de kinderen elkaar om stilte!.

Kwaliteitsbeleid

Wij stellen al geruime tijd vast welke kwaliteit wij de kinderen, de ouders en onszelf bieden. Hierbij richten we ons op de ideeën van de inspectie. Deze kwali­teitseisen leggen wij vast. Vervolgens doen wij wat we beloven en gaan we na of het ons ook lukt. Hiervan leggen we ver­antwoording af in het schoolplan en de schoolgids.

Dit project zal als uitkomst hebben, dat we weten welke aspecten binnen ons onderwijs we moeten bijstellen. We zijn met de objecten ‘didactisch handelen’ en ‘de leraar’ begonnen. Deze vormden een aanzet voor het schrijven van persoon­lijke ontwikkelingsplannen door de individu­ele leerkrachten.

In de komende periode willen we de kwaliteit bepalen van het pedagogisch klimaat en van het leerstofaanbod dat we nastreven.

Het kan gebeuren dat de komende jaren een aantal ouders een enquêteformulier krijgt met het verzoek dit in te vullen. Hierdoor hopen we een beter zicht te krijgen op de kwaliteit die we leveren.

Het onderwijs

Daltononderwijs in de praktijk

De afgelopen schooljaren hebben we ons gestort op de ontwikkeling van onze school tot een daltonschool. Het enthousiasme onder de leerkrachten is groot. Het bezoek aan verschillende daltonscholen was voor velen een bron van inspiratie. Voor de meeste leerkrachten was dit de aanleiding om hun eigen proeftuintje in te richten. Dit werkte op zijn beurt weer stimulerend naar de andere collega’s. Het moois dat in de proeftuintjes is gegroeid hebben we in het Daltonwerkboek vastgelegd, dat hierbij in de schoolgids is opgenomen.

Zelfstandig werken

In elke groep wordt gewerkt met uitgestelde aandacht. Tijdens de werkles wordt er zelfstandig gewerkt. Dit betekent dat de kinderen de opdrachten zonder instructie kunnen maken. Gedurende de dag zijn echter wel instructiemomenten ingebouwd en ook zijn er vaste tijdstippen voor de gezamenlijke activiteiten ingepland.

De instructies kunnen gelden voor alle kinderen, maar het kan ook zijn dat met bepaalde kinderen is afgesproken dat zij de instructie facultatief kunnen volgen.

Kinderen mogen tijdens de les elkaar om hulp vragen. Mocht een kind rustig door willen blijven werken en niet gestoord willen worden, dan kan een kind van groep 3 of hoger zijn blokje ‘op rood zetten’. Het mag dan zelf ook niet een ander kind storen.

Om ervoor te zorgen, dat kinderen snel aan de slag gaan maken de leerkrachten een motivatierondje om te kijken of de leerlingen hun werk goed hebben opgepakt. Bij dit rondje kunnen vragen van de kinderen kort beantwoord worden. Heeft het kind behoefte aan uitleg, dan kan het zijn blokje op de tafel van de leerkracht zetten.

Handelingswijzers

Dit zijn kaarten met foto’s. Deze beelden bepaalde handelingen uit, zoals het opruimen van de poppenhoek, het maken van puzzels of het strikken van veters. Als kinderen dergelijke handelingen moeten verrichten, kan het zo’n handelingswijzer pakken om te kijken hoe het ook al weer moet. Oudere kleuters kunnen nieuwkomers met een handelingswijzer in de hand handelingen aanleren.

Uitgestelde aandacht

In iedere groep wordt met uitgestelde aandacht gewerkt. Zodra de leerkracht de kinderen aan het werk zet, maakt deze de leerlingen met symbolen duidelijk, dat hij/zij zelf niet gestoord wil worden. Bij de kleuters zet de juf de knuffel op haar stoel. Zodra de juf vindt, dat de kinderen een beroep op haar mogen doen, haalt ze de knuffel van haar stoel af.

Vanaf mei groep 2 gebruiken we de stoplichtkleuren:

·         Rood betekent: je moet helemaal stil zijn. De leerkracht helpt enkele kinderen of doet iets wat hij belangrijk vindt. De kinderen mogen de juf niets vragen. De ‘rode’ tijd duurt vijf tot twintig minuten.

·         Oranje betekent: je mag zachtjes onderling overleg voeren. Er moet wel stil gewerkt worden. Je mag de leerkracht nog steeds niets vragen.

·         Groen betekent: je mag met elkaar overleggen en je mag de leerkracht aanspreken. Uiteraard moeten de kinderen eerst de hulp van de medeleerlingen inroepen.

Kinderen met blokkades (“ik snap het niet”) kunnen om te beginnen het probleem eerst goed verkennen:

·         Lees de som goed;

·         Kijk goed naar het denkwolkje dat soms bij de opgave staat;

·         Blader terug in je boek naar een soortgelijke opgave;

·         Gebruik materiaal, bijvoorbeeld je steunblad;

·         Gebruik een schema.

Verder kan het kind, voordat het de leerkracht inschakelt, hulp vragen aan een hulpmaatje of zonodig de opgave overslaan.

De leerkracht is tijdens de werkles doorgaans beschikbaar voor de kinderen. Mocht een kind uitleg nodig hebben en de leerkracht is niet meteen beschikbaar, dan kan het kind een blokje met zijn naam op de instructietafel neerzetten.

Tijdbesteding werkles

De tijd die dagelijks per groep besteed wordt aan zelfstandig werken

        Groep 1, 2 en 3: 1 uur;

        Groep 4, 5,  6 en 7: 1 ½ uur;

        Groep 8: 2 uur

Weekritme

De meeste groepen starten in principe de weektaak op maandag. De kinderen dienen vrijdagmiddag al hun taken af te hebben, tenzij duidelijk is gesteld dat er meerdere weken aan de taak gewerkt mag worden. De rekenopdrachten moeten doorgaans op dezelfde dag af zijn. Sommige taalopdrachten moeten eerder in de week gemaakt zijn.

Dagkleuren

De dagkleuren worden gebruikt als communicatiemiddel. Omdat iedere dag in de week een eigen kleur heeft, kan die kleurcode op verschillende manieren worden toegepast in de organisatie van de groep. De dagkleuren liggen vast. In iedere groep van de school wordt op een duidelijk herkenbare manier aangegeven welke de dagkleuren zijn. In de kleutergroepen hangen banieren met de zeven dagen van de week. Dagdelen, waarop de kinderen vrij zijn, hebben we met een witte kleur aangegeven. De betreffende dag geven we bij de kleuters aan met een knijper.

Op de taakbrieven wordt met de dagkleuren gepland en afgetekend. De dagkleuren zijn:

        maandag: rood;

        dinsdag: blauw;

        woensdag: oranje

        donderdag: groen;

        vrijdag: geel

De taak

Vanaf het moment dat de kinderen op school komen, werken ze met taken. Soms hebben nieuwe leerlingen behoefte om een weekje te wennen. Daar komen we aan tegemoet.

De ontwikkeling loopt op van een taakje met één of een paar opdrachten per dag tot een volledige weektaak in groep 8.

Dag- en weektaken

Onder ‘dag- en weektaak’ verstaan we het formulier, waarop de opdrachten voor de kinderen staan.

 

Opbouw

·         In groep 1 en 2 wordt gewerkt met een weektaak, waarop per week vijf opdrachten staan.

·         In groep 3, 4 en 5 krijgen de kinderen ook weektaken. Dit zijn in feite een verzameling dagtaken.

·         Vanaf groep 6 zijn de taken per vakgebied geordend.

 

Gebruik

Aan het werken met een weektaak gaat een korte instructie vooraf. Op een weektaak staan alle taken die in een week moeten worden afgewerkt. Door het bundelen van alle dagtaken in de vorm van een weektaak krijgen de kinderen een beeld van:

·         De hoeveelheid werk

·         De samenstelling van een taak

·         De soorten opdrachten

·         De verschillende vakgebieden

Omdat het werk steeds met dagkleuren wordt afgetekend, wordt het inzicht in en het overzicht van het weekritme versterkt.

Als de kinderen een taak af hebben, kleuren ze het betreffende hokje in met de kleur van de dag waarop zij de taak hebben voltooid. In groep 3 geven de kinderen dit aan met een smiley.

 

Vanaf groep 6, als de taken per vak geordend zijn, leren we hen een weekplanning te maken die ze met de dagkleuren aangeven. Hierdoor krijgen ze nog meer gelegenheid het werk naar eigen inzicht in te delen.

Op de weektaak bieden we de kinderen een zo ruim mogelijke variatie aan in de vakgebieden, waarbinnen ieder kind op eigen niveau, in eigen tempo en volgens een zelf bepaalde volgorde het werk binnen een van tevoren afgesproken tijd maakt.

 

Differentiatie,

Bij het maken van een taakblad houden we rekening met tempo- en/of niveauverschillen bij de kinderen. We maken hier afspraken over met de kinderen. Deze afspraken leggen we niet vast in de weektaak, maar op een overzicht dat voorin in het klassenboek zit onder ‘info voor invaller’.

Bovendien staat op de taak aangegeven voor welke opdrachten of vakken er sprake is van instructie. Op het bord geven we met een dagrooster aan op welk moment van de dag de instructie plaatsvindt.

Op het taakblad is het ook mogelijk aan te geven welke opdrachten door de leerlingen zelf te corrigeren zijn. In groep 4 geven we dit met een stip aan. Op de taakbrief werken we met codes die aangeven of de kinderen het werk zelfstandig of klassikaal nakijken. Ook kunnen we aangeven wat de leerkracht nakijkt.

 

Niveau van de leerling in de taak,

Het werken op een ander niveau betekent:

·         Het werken aan een aangepaste taak: het niveau is lager dan de basisstof

·         Het werken aan een verrijkingstaak: het niveau is hoger dan de basisstof

Zoals hierboven aangegeven is, zijn de kinderen op de hoogte van wat van hen buiten de reguliere taak verwacht wordt. Voor de invalskrachten voegen we een lijst toe in het klassenboek.

Niet alle kinderen willen of kunnen een weektaak afmaken. De aanpak hiervan kan verschillen per kind:

·         Veelal begeleiden we de kinderen en maken we aanvullende afspraken.

·         Bij het ene kind kun je eisen, dat de taak af komt.

·         We verdelen de opdrachten in dagtaken.

 

Basisstof en extra stof

Op de weektaak staan de basis- en verrijkingsstof aangegeven. We verwachten van de kinderen, dat ze de basisstof in ieder geval afhebben, tenzij we het met individuele kinderen anders afspreken. Als de kinderen hiermee klaar zijn werken ze verder aan de maximumtaken. Voordat ze de maximumtaken af hebben, mogen ze één zg. vrije taak maken. Als ze zowel hun basis- als verrijkingsstof afhebben, mogen ze aan andere vrije taken werken.

 

Vrije taken

Vrijheid betekent niet alleen dat het kind de volgorde mag bepalen binnen de taak, maar ook, dat het voor een deel zelf de inhoud van het leren mag kiezen.

Vrije taken mogen ‘anders dan anders’ zijn. Ze mogen aansluiten bij de speciale interesses van de kinderen. Vrije taken (‘mijn eigen opdracht’) zijn bij ons niet “Even iets voor jezelf doen”, of uitloopwerk voor de snelle kinderen of “even een spelletje doen”. Ook deze taken worden ingekleurd op het taakformulier.

 

Keuzematerialen en keuzewerk

Voor de kleuters hebben we kleuterontwikkelingsmaterialen. In de groep 3 t/m 8 kunnen de kinderen uit het onderstaande kiezen.

 

Kortstondig

Langdurend

Laagdrempelig

Piccolo, Loco, Ambrasoft, Kwartet, Memory, Lokon, tangram, puzzles,

24-game.

Werkbladen uit de keuzekast.

Zelfstandig lezen

Humpie Dumpie

Werkstuk maken

Schaken

Dammen

Expressieopdracht

Map Nederland door

Map Europa door

Map De wereld door

Map De techniek door

Uitdagend

Taalboek – extra opdrachten

Denkspellen

Werkbladen uit de keuzekast.

VLL – raket- en zonversie

Website maken

Webquest maken

Compacten met rekenen

Rekenen – verrijkingsstof

Vooruit

Reis om de wereld

Map Ruimtevaart

Topklassers Wiskunde

Topklassers Cultuur

Topklassers Spaans

Topklassers Sterrenkunde

 

Evaluatie

Op vrijdag evalueren we de week mondeling met twee kinderen. Dit doen we door loting. De lootjes gaan terug het doosje in, zodat kinderen die al geweest zijn toch alert blijven.

Huishoudelijke taak

In groep 1 t/m 3 werken we met zgn. “hulpjes”. Dit zijn de kinderen die volgens een rooster naast de juf mogen zitten. In groep 1 en 2 mogen ze de kring tellen, een liedje kiezen en zeggen welke groep als eerste hun drinken mag pakken. In groep 3 zetten de hulpjes van de juf de computers aan, zetten de ramen open en geven op maandag de planten water.

Vanaf groep 4 werken we met klassendiensten. Dit doen we op volgorde van de leerlingenlijst.

Voorbeelden van de taken van de klassendienst zijn:

1.        lokaal aanvegen

2.        planten water geven

3.        stoelen en krukken op de tafels zetten van de kinderen die dit niet zelf hebben gedaan.

4.        bord schoonmaken

5.        open kasten opruimen

6.        het uitdelen en ophalen van werk

Taakadministratie

Het werken aan de taak levert drie soorten gegevens op:

·          procesgegevens

·          observatiegegevens

·          toetsgegevens

Procesgegevens

Het dagelijks werk van een groep leerlingen levert vooral gegevens op over het werkproces. Kinderen geven zelf aan welke planning ze hebben toegepast.

Vervolgens tekenen ze per dag af welke onderdelen ze hebben afgewerkt en of de planning is gehaald. De onderdelen zijn (zelf) nagekeken en zo nodig door de leerkracht van een beoordeling voorzien.

Kleuters die hun taakkaart afgewerkt hebben verdienen een sticker. In de hogere groepen controleren we de taakbladen steekproefsgewijs.

Observatiegegevens

Het werkproces leidt ook tot observatiegegevens die de leerkracht zelf zal moeten vastleggen. Juist de gegevens over werkhouding, de mate van zelfstandigheid en de verantwoordelijkheid, het vermogen tot samenwerken, de nauwkeurigheid, leveren een beeld op van de ontwikkeling die een kind doormaakt. Het door de jaren heen op het rapport en op de EGGO-kaarten vastleggen van die rode draad is van groot belang voor het werken aan een doorlopend ontwikkelingsproces voor ieder kind.

Toetsgegevens

De toetsgegevens leveren informatie op over de feitelijke stand van zaken op een bepaald moment. Er worden methodegebonden en methodeonafhankelijke (CITO) toetsen afgenomen.

NB. Na de uitslag van een methodegebonden toets wordt bepaald hoe het leerproces vervolgd zal worden. Er volgt een (korte) periode van re-teaching of van verrijking. Met rekenen werken we aan het einde van een blok met herhalingsbladen. Op basis hiervan bepalen we het re-teachingsprogramma voor de kinderen. Het blok sluiten we af met een eindtoets.

De uitslag van een Cito-toets wordt vergeleken met de methodegebonden toetsen. Bij een opvallend verschil wordt in overleg tussen IB’er en leerkracht actie ondernomen.

Keuzedienblad bij de kleuters

Het keuzedienblad is niets meer dan een dienblad, waarop voorwerpen liggen, zoals zandzakjes, lepeltjes, krijtjes, boeken, blokjes, penselen e.d. liggen. Deze staan symbool voor een bepaalde activiteit. Bij het verdelen van de kinderen over de hoeken, pakt het kind het voorwerp dat bij een activiteit hoort. Daardoor weten andere kinderen of er nog plaats bij een bepaalde activiteit is. Op het blad is te zien hoeveel leerlingen maximaal een bepaalde activiteit kunnen doen.

 

Gebruik

Als iedereen gekozen heeft, legt hij het voorwerp op het blad terug.

De voorwerpen kunnen betrekking hebben op taken van de weektaak. Wanneer een taak af is, kleuren de kleuters het rondje onder het pictogram van de taak in de dagkleur.

Ondertussen heeft de leerkracht de tijd om met een klein groepje gericht te werken of een observatie te doen.

Dagritmepakket

De kleutergroepen gebruiken het dagritmepakket.

Het pakket bestaat uit een serie kaarten met een tekening van de verschillende activiteiten in de groep. Met behulp van het dagritmepakket is het mogelijk ook voor jonge kinderen de dagindeling inzichtelijk te maken.

Door de opeenvolging van de activiteiten te visualiseren, raken de kinderen vertrouwd met een dagindeling en de verschillende onderdelen waaruit een dag is opgebouwd. Het geheel geeft vooral de jongste kleuters houvast en een gevoel van veiligheid en rust.

De kaarten hangen aan de muur. De ochtend bestaat uit 7 of 8 onderdelen (kaarten), de middag uit 3 of 4.

Het gebruik van dagritmekaarten is onderdeel van het klassenmanagement en maakt het mogelijk om kinderen op een eenvoudige manier te kunnen betrekken bij de organisatie en het geeft inzicht in de volgorde van activiteiten. Op deze manier ontwikkelen we bij hen een gevoel van medeverantwoordelijk zijn, dat we in de loop van de jaren willen bevorderen.

Het dagritmepakket is naast de dagkleuren een van de middelen om kinderen al in een vroeg stadium te laten oefenen met de opbouw van een taakbewuste houding.

 

De dagritmekaarten zijn aanwezig voor knutselen, buitenspelen, eten en drinken, jas pakken (naar huis) , gymen, schooltelevisie, muziek, vertelkring, verjaardagen, verrassing, voorlezen, computeren, klassenuitje en zelfstandig werken (werkles)

 

Vanaf groep 4

Vanaf groep 4 werken we niet meer met dagritmekaarten. In deze groepen staat dagelijks het dagrooster op het bord, zodat de kinderen de structuur van de dag kunnen zien.

Geven van instructie

Alle leerlingen volgen de basisinstructie, behalve:

·         Als het kind op een geheel ander niveau (leerjaar voor of leerjaar achter) van dat vakgebied werkt.

·         Als de leerkracht van mening is dat het kind dat op basisniveau werkt op dat moment geen basisinstructie nodig heeft. Het kind kan zelfstandig aan het werk.

 

Wat kinderen al zelf kunnen

De kinderen lezen teksten van wereldoriëntatie en dergelijke zelfstandig. Dat doen we al vanaf groep 3. Dat kan individueel, in tweetallen of bij de leerkracht aan de instructietafel.

 

De instructietafel

Bij de kleuters fungeert de centrale tafel als instructietafel. Daarnaast ondersteunt de leerkracht de kinderen aan een tafelgroep, maar dat kan wisselen.

Vanaf groep 3 kennen we instructietafels. Hieromheen staan vier stoelen of krukken en de stoel van de leerkracht. De tafel staat midden voor de klas. Deze tafel gebruiken de leerkrachten voor de verlengde instructie, de groepsinstructie of individuele hulp.

Het bureau van de leerkracht dient om materiaal en persoonlijke spullen van de leerkracht op te leggen. Het bureau staat in de marge van het lokaal. We helpen geen kinderen aan het bureau.

Werkplekken

De kinderen mogen als de situatie het toelaat een eigen plek kiezen. Op deze manier brengen we de kinderen verantwoordelijkheidsgevoel bij. Het biedt een goede gelegenheid om maatjesopdrachten uit te voeren zonder dat de overige kinderen gestoord worden. We willen de kinderen ook leren zonder direct toezicht te werken.

Ook hier is sprake van vrijheid in gebondenheid. De kinderen kunnen werken op de gang, in het voorste en het achterste deel van de grote zaal en in het leegstaande lokaal. Ze zitten op een stoel aan een tafel. Als ze met bouwmaterialen werken, doen ze dat op een matje. In elke ruimte of op de matjes mogen maar twee kinderen per klas werken. De groep mag uiteraard groter zijn, als het om een groepsopdracht gaat. We verwachten dat de kinderen rustig werken en op hun gekozen werkplek zitten, totdat ze ermee willen stoppen; en dat ze zich uitsluitend aan hun taak wijden. Kinderen die met de computer werken doen dit zonder achtergrondmuziek. De kinderen laten de werkplekken opgeruimd achter.

Leerlingen die naar een werkplek buiten het eigen lokaal gaan, tekenen dit af op een aftekenlijst. Na tien keer zijn de beurten voorbij en moeten ze wachten tot er een nieuwe lijst hangt. Hiermee bevorderen we, dat ze even vaak buiten de klas kunnen werken.

We zien er met elkaar op toe, dat de kinderen binnen hun vrijheid handelen. Mocht dat niet het geval zijn, dan verspelen ze een extra beurt.

Om ervoor ze zorgen, dat de kinderen niet snel afgeleid worden, hebben we schotten laten maken die tussen de tafels ingezet kunnen worden. Om die reden mogen de schotten ook in de klas gebruikt worden. Kinderen die samen willen werken, mogen hun tafels iets van de muur afhalen.

 

De nakijktafel en het nakijken

Wij hechten grote waarde aan het zelf corrigeren door de kinderen. Dit geldt zowel voor opdrachten binnen de taak als opdrachten daarbuiten.

Zelfcorrectie heeft een aantal voordelen:

·         Het kind krijgt meteen feedback op zijn werk. Het hoeft niet te wachten tot hij het werk pas later terugkrijgt van de leerkracht.

·         Het heeft een duidelijk leereffect, omdat het kind, als het een fout ontdekt, zich meteen zal afvragen hoe deze fout kon ontstaan.

·         De kinderen krijgen hierdoor beter inzicht in wat ze zelf kunnen en bij welke zaken ze hulp moeten vragen van de leerkracht.

In het algemeen geldt, dat…

·         In iedere groep een nakijktafel staat met daarop mappen met antwoordbladen en nakijkboekjes.

·         De leerkracht het werk van de kinderen al dan niet steekproefsgewijs door loopt.

·         De kinderen aan hun eigen tafel nakijken.

·         De kinderen aangeven of zij al dan niet tevreden over hun werk zijn.

·         De kinderen het nagekeken werk op een vaste inleverplek leggen.

·         We de kinderen leren bij ons te komen, als ze extra instructie willen.

·         Alle toetsen door de leerkracht nagekeken worden.

In groep 1 en 2 gebruiken we geen nakijktafel. In groep 3 kijken de kinderen hun extra werkbladen zelf na. Vanaf  groep 4 is er een nakijkhoek, waarin de mappen met nakijkbladen liggen. Er liggen ook antwoordenboeken van rekenen bij. Na de herfstvakantie komt daar spelling bij. Na de kerstvakantie kijken ze ook nog hun rekenwerk na.

In groep 5 mogen de kinderen ook de oefeningen van woordenschat en taalbeschouwing nakijken. Ze kijken ook de geschiedenisopdrachten na.

In de weektaak van de drie hoogste groepen wordt met de letter ‘z’. aangegeven wat de leerlingen zelf na moeten kijken. Het betreft opdrachten in verschillende vakgebieden. De opdrachten betreffende wereldoriëntatie worden ook zelf nagekeken. 

Samenwerkend leren

Samenwerking tussen mensen is niet meer uit onze maatschappij weg te denken. Samenwerken moet je leren. Daarom besteedt de Warinschool structureel aandacht hieraan. Samenwerking is meer dan elkaar helpen. Bij samenwerkend leren is de samenwerking mede het doel van de opdracht. De koppels worden meestal door de leerkracht samengesteld.

 

Maatjes werken

Vanaf januari groep 2 doen de kinderen aan maatjesleren. De leerlingen maken wekelijks een of meer opdrachten samen met een maatje dat door de leerkracht aangewezen is. Voor de kleuters en de leerlingen van groep 3 en 4 betreft het één opdracht per week. Daarna maken ze twee maatjesopdrachten per week. We streven ernaar de aard van de opdrachten af te laten wisselen.

De leerkracht stelt de koppels samen, die op het daltonbord staan aangegeven. Op de weektaak geeft de leerkracht aan welke opdrachten in tweetallen gemaakt moeten worden. Dit kan van alles zijn: topografie, partnerdictee, tafels oefenen, begrijpend lezen, splitsoefeningen, wereldoriëntatie, voorlezen bij een schrijfopdrachten, som 1 bij rekenen, creatieve opdrachten, gezelschapsspelletjes, werken in hoeken bij de kleuters, werken met het woordenboek, woordspinnen maken, enz.

We hanteren de volgende regels:

·         Reageer respectvol, als je hoort wie je maatje van de week wordt.

·         Je bent zelf verantwoordelijk voor je spullen.

·         Maatjeswerk heeft voorrang bij het op de gang werken.

·         Werk fluisterend samen.

·         Je mag tijdelijk van plaats wisselen.

·         Je mag andere opdrachten met een vrij maatje maken.

·         Laat elkaar uitpraten.

·         Verdeel de taken eerlijk.

·         Geef en neem verantwoordelijkheid.

De inrichting van het lokaal

Het meubilair van de kinderen staat in groepjes opgesteld. Daarbij is er rekening mee gehouden, dat de kinderen zich zonder te veel moeite door het lokaal kunnen bewegen.

Daltonkast

In ieder lokaal staan een of twee daltonkasten. In de kleutergroepen spreken we van werkkasten. Alles wat de kinderen zelf moeten pakken en opbergen staat in de daltonkast, zoals woordenboeken, lijmpotjes, scharen, portfolio’s en ander werkmateriaal. In de laatjes aan de linkerkant liggen de schriften. Hier moeten de kinderen hun (nagekeken) werk inleveren. In het laatje rechtsboven liggen de overblijfkaarten. Materiaal dat alleen maar voor de leerkracht bestemd is, hoort niet thuis in de daltonkast.

Daltonbord

Het daltonbord is niets anders dan een whiteboard van een klein formaat. Op dit bord staat informatie, die voor de kinderen van belang is, zoals de maatjeskoppels, de taken van de klassendienst, evt. het dagrooster, maar ook kan aangegeven worden, welke kinderen op de gang werken.

Steunbladen

Aan de muur hangen steunbladen voor de kinderen. Ze kunnen dit redelijkerwijs van een afstand lezen. Dit kan ook de tijdbalk zijn.

Portfolio

In alle groepen gebruiken we het portfolio. Dit moet de ontwikkeling weergeven die een kind doormaakt. De kinderen hebben een eigen 23-ringsmap van huis meegenomen. Zo krijgt het portfolio immers een eigen karakter. De uitgekozen werkjes bewaren we in showtassen.

 

Kleuters

De leerkrachten van de kleuters bewaren bij drie projecten, die over het jaar verdeeld zijn, alle werkjes. Na afloop van een project kiest het kind één werkje dat het in het portfolio wil doen. Mocht dit een driedimensionaal voorwerp zijn, dan maakt de leerkracht er een foto van.

 

Groep 3

Omdat kinderen in groep 3 op veel gebieden een enorme ontwikkeling maken, bewaart de leerkracht eveneens drie keer per jaar de werkjes. Alleen nu mogen de kinderen drie werkjes per keer uitkiezen. Deze moeten wel verschillende leer- en vormingsgebieden omvatten. De kinderen voegen per keer  bij één werkje een reflectie toe.

 

Groep 4 en hoger

De kinderen bewaren in het portfolio:

·         Al het extra gemaakte verrijkingswerk dat op losse bladen is gemaakt

·         Alle toetsen van taal, spelling, rekenen, aardrijkskunde en natuur.

·         Alle tekenopdrachten die niet in het tekenschrift zijn gemaakt.

·         Het kind is vrij om van bijvoorbeeld van een dictee of een les begrijpend lezen een kopie toe te voegen.

Vlak voor de spreekavond zoekt iedere leerling zijn werkbladen en toetsen uit om mee naar huis te nemen. Het kind kiest een of twee bladen uit, die het mooiste zijn, of waar de vooruitgang het beste te zien is of waar een kind trots op is. Van één blad schrijft het een reflectie dat direct achter het blad wordt gevoegd.

Als de leerkracht ervoor gekozen heeft alle werken tot het selectiemoment in het portfolio te bewaren, dan nemen we een tabblad om het tijdelijke en het gekozen werk van elkaar te scheiden

Rapportage aan de ouders

In de eerste maand van een nieuw schooljaar wordt er in alle groepen een informatieavond verzorgd, waar de leerkracht van uw kind uitleg geeft over wat uw kind en u in het komende schooljaar kunnen verwachten in de nieuwe groep, zoals het (dalton)werken in de groep, huiswerk voor de hogere groepen, bijzondere projecten, de schoolregels, enz.

 

Binnen twee maanden na de zomervakantie vinden gesprekken plaats met ouders van kinderen met een apart programma of een handelingsplan. Vindt de leerkracht het noodzakelijk, dan worden de ouders alsnog voor een gesprek uitgenodigd. Gesprekken tussendoor kunnen te allen tijde plaatsvinden zowel op aanvraag van de leerkracht als van de ouders.

In de kleutergroepen vinden in november en maart de tienminutengesprekken plaats met de ouders. De leerkracht neemt dan het leerlingvolgsysteem van de kinderen door.

Vanaf groep 3 krijgen de leerlingen 3x per jaar een rapport. Zowel met het tweede als het derde rapport voegen we een inlegvel met de citoresultaten toe. Bij ieder rapport vullen de kinderen zelf een zg. refelctieformulier in, waarop ze zelf aan kunnen geven, hoe ze werken en hoe ze de school ervaren. Na de uitreiking van de rapporten krijgen alle ouders een uitnodiging voor een tienminutengesprek, welke niet verplicht is.

Tijdens de tweede tienminutenavond in groep 7 krijgen de ouders het voorjaarsadvies voor de schoolkeuze van hun kind op schrift.

In groep 8 zijn de onderwerpen van de informatieavond buiten de eerder genoemde zaken: het schoolkamp, de eind-cito en de keuze voor voortgezet onderwijs. In november en december vinden gesprekken plaats over de keuze van het voortgezet onderwijs, waarbij de leerkracht het najaarsadvies op schrift geeft. Deze gesprekken zijn niet facultatief. Na de uitreiking van het tweede en het derde rapport nodigen we de ouders uit voor een voortgangsgesprek dat niet verplicht is. Tevens nodigen we de kinderen uit met hun ouders mee te komen, zodat zij zelf hun ontwikkeling kunnen schetsen.

Zodra de uitslag van de Cito-eindtoets binnen is, horen de leerlingen de uitslag van de leerkracht. Bij een tegenvallende score nemen we contact met de ouders op, waarbij we de mogelijke consequenties van deze uitslag vertellen:

a. plaatsing op de school van keuze, gezien de uitslag en het schooladvies

b. afwijzing, gezien de uitslag en het schooladvies

c. nader onderzoek, gezien de uitslag en het schooladvies.

De school voor voortgezet onderwijs bericht de ouders over toelating.

De werkwijze in de diverse groepen

In de kleutergroepen werken we met projecten. Een onderwerp dat aansluit bij de belevingswereld van jonge kinderen wordt het middelpunt van het spelen, vertellen, zingen en van onze creatieve bezigheden. Er wordt veel in groepjes gewerkt. En natuurlijk gaan we, waar moge­lijk, ons onderwerp ook van dichtbij bekijken! Dat bete­kent dan een excursie naar de brandweer, lammetjes kijken op de boerderij, enz.

In deze groepen ligt de meeste nadruk op de sociale en emotionele ontwikkeling. Natuurlijk leren de kinderen ook de nodige vaardigheden, vaak spelenderwijs.

In groep 1 komen allerlei ‘nieuwe’ technieken aan bod, zoals knippen, plakken, tekenen en verftechnieken. Ook is er veel aandacht voor het leren van kleuren en vormen, tellen en de kennismaking met de eerste cijfersymbolen.

Een belangrijke plaats neemt ook de taalontwikkeling in. Met voorlezen, taalspelletjes, poppenkast proberen we de kinderen al warm te krijgen voor het leren lezen.

In groep 2 wordt alles een beetje moeilijker en maken de kleuters alvast kennis met de letters. Via klank en gebaar worden letters alvast aangeboden. Ook is er veel aandacht voor het hakken en plakken. Deze voorbereiding helpt het proces van leren lezen in groep 3 goed op gang komen.

Verder werken wij aan de zelfstandigheid van de kinde­ren. Zo kennen de kleuters al een echte weektaak, maar daarover hebt u al gelezen.

De kleuters in groep 2 werken met het zogenaamde maatjessysteem. Ze overleggen samen met hun maatje wat ze gaan doen, vragen elkaar om hulp en laten de ander beoordelen of het werk af is. Behalve dat de kinde­ren leren samenwerken, vergroot het hun zelfstandigheid en de juf heeft haar handen vrij om andere zinvolle din­gen met de kinderen te doen.

In groep 3 staat het beginnende lees-, taal- en rekenon­derwijs centraal; een belangrijke periode in de school­loopbaan van het kind. We leren de kinderen zelfstandig te werken, al dan niet binnen groepjes. Immers, wanneer de kinderen zo zelfstandig mogelijk de lesstof ver­werken, ontstaat de mogelijkheid voor de leerkracht om extra hulp te bieden aan kinderen die extra aandacht nodig heb­ben. Aan de hand van de weektaken weten de kinderen wat van hen die dag verwacht wordt.

Ook in groep 4 blijven we zowel het samenwerken als het zelfstandig werken stimuleren. De kinderen lossen samen of alleen bepaalde leerproblemen op, voorzover dat binnen hun mogelijkheden ligt..

In de bovenbouw komen er nieuwe vakken bij: aard­rijkskunde, geschiedenis en natuuronderwijs. We vinden het be­langrijk dat de kinderen een actieve rol spelen in de lessen. Liever dan alles in theorie te behandelen, willen we dat kinderen dingen zelf ontdekken, waar dat kan. Naast het verwerven van kennis, proberen we de kinderen ook technieken aan te leren om voor hen relevante gege­vens op te zoeken.

In gesprekken met de kinderen komen allerlei maat­schappelijke onderwerpen aan de orde, zoals vandalisme, milieu, ontwikkelingshulp, alcohol- en drugge­bruik, mishandeling.

Terwijl de groepen 1 t/m 4 op woensdag een uurtje eerder uit zijn, krijgen de leerlingen van groep 5 t/m 8 handenar­beid in kleinere groepjes. Zij krijgen tel­kens drie weken les in een bepaalde techniek van de leerkrachten, daarna gaan ze naar een volgende leerkracht voor weer een nieuwe techniek.

Vanaf groep 5 worden er spreek- of boekenbeurten gehouden. Vanaf groep 6 moeten de kinderen zich regelmatig thuis voorbereiden op repetities.

In groep 8 krijgen ze daarnaast wekelijks spellingsoefe­ningen mee.

In groep 6, 7 en 8 leren we de kinderen werkstukken maken. De resultaten zijn heel goed. Als de kinderen willen, wor­den de werkstukken gepubliceerd op onze internetsite.

Projectonderwijs

We hebben ieder cursusjaar aandacht voor projectonder­wijs. Binnen de hele school wordt dan een thema centraal gesteld, waar de lessen omheen worden opgebouwd. Zo’n thema kan zijn: de veeteelt, de bakker, de posterijen, het verkeer.

Meestal doen we daarbij een beroep op ouders om ons te assisteren bij eventuele excursies of de uitvoering van het pro­ject.

Een ander project is de kinderboeken­week, ieder najaar. We hopen hiermee de interesse voor het lezen te vergro­ten. Het onderwerp dat van 'hogerhand' wordt aangereikt, werken we in de groepen uit. We besluiten de week op een passende wijze. Ook richten we in samenwerking met de boekhandel een boekenstand in.

Met behulp van het documentatiecentrum kunnen de kinderen leren gegevens over een bepaald onderwerp op te zoeken. Daar staat een groot aantal boeken tot hun beschikking. Verder mogen de kinderen gebruik maken van het internet.

Feesten en vieringen

Jaarlijks terugkerende vieringen vormen ook een soort van projecten.

Eén van de hoogtepunten in het jaar is het sinterklaas­feest. We vieren dat altijd vol overgave. De Sint komt vlak na half negen aan en gaat dan eerst naar de peuters. Daarna brengt hij bezoekjes van een half uur aan de eerste vier groepen.

De kinderen in de hoogste vier groepen hebben de och­tenduren voor de surprises en gedichten die zij ‑ al dan niet met hulp van hun ouders ‑ voor elkaar gemaakt hebben; hiervoor zijn lootjes getrokken. 's Middags vie­ren deze groepen samen met Sint en zijn Pieten het feest in de grote zaal.

De kerstviering neemt binnen de gods­dienstige vorming een belangrijke plaats in. Al tijdens de adventsweken nemen we een 'aanloop' naar dit feest. Hierdoor is het kerstfeest op de Warinschool niet een feest rond een kindje in een kribbe, maar maakt het iets duidelijk van Gods bedoe­ling met de aarde en de mensen. De viering vindt meestal plaats op de laatste donderdagavond voor de kerstvakantie. Helaas kunnen wij geen ouders uitnodi­gen voor dit feest, vanwege ruimtegebrek en verscherpte veiligheidseisen.

Binnen het kerkelijk jaar neemt pasen met daarbij de veertigdagentijd een cen­trale plaats in. Wij vieren altijd met de hele school paasfeest in de grote zaal. Op deze dag voor het paasweekeinde is de paasmaal­tijd. De activiteitencommissie zorgt voor brood en drinken. Daarna hebben de kinderen vrij.

Elk jaar houden we een afscheidsavond voor de kinderen die naar het voortgezet onderwijs gaan. Ze voeren een musical op. De ouders van de schoolverlaters krijgen natuurlijk een uitnodiging!

Tijdens de laatste vrijdagochtend van het schooljaar verzorgen de kinderen van groep 8 een vossenjacht: ze bevinden zich verkleed in de Blijk en de andere leerlin­gen moeten hen zoeken. De jong­ste kinderen krijgen hierbij begeleiding van ouders.

Leven in een multiculturele samenle­ving

Het is onze taak de kinderen erop voor te bereiden, dat we deel uitmaken van een multiculturele samenleving. Dit doen we onder meer in de hoogste groepen, waar onderwerpen die hiermee samenhangen binnen de wereldoriënterende vakken aan de orde komen.

Ook bij de lessen godsdienstige vorming komen zaken die met 'samenleven' sa­menhangen aan de orde. Verder bespre­ken we in de hoogste groepen met regel­maat actualiteiten, die ook raakvlakken kunnen hebben met dit onderwerp.

Computeronderwijs

Sinds halverwege de jaren tachtig zijn we op onze school in de weer met com­puters. Het begon met een oude Com­modore Vic-20, waarna we enkele MSX-computers aanschaften. Inmiddels heb­ben we 24 configuraties, waar­van de kinderen structureel gebruik maken.

Om de kinderen vertrouwd te maken met de computer en de muis, werken de kleuters van groep 1 onder het toe­ziend oog van ouders met het programma Clowns. We gebrui­ken programma's als De multimedi­ale basisschool, programma's over de seizoenen, de Leeshoek, Bas gaat digi-taal en nog enkele andere pro­gramma’s.

Groep 3 werkt veel met het computer­programma dat bij de leesmethode hoort en andere ‘leesprogramma’s’, zoals de Taalfanfare en de Leeshoek. De dag begint ermee, dat vijf kinderen met een computerprogramma hun leesvaar­dighe­den vergroten. Daarnaast werken ze in de klas zelfstandig met andere educatieve programma’s. In groep 4 werken ze evenals in groep 3 regel­matig met Lees­hulp en Ambrasoft, de module spelling.

Dit geldt ook voor de boven­bouw. Daar leren ze ook gericht werken met het internet, een tekstverwerker en andere applicaties. De kinderen leren computervaardigheden met het programma BasisBits

Er staan meerdere computers permanent in de grote zaal opgesteld. Vanuit ieder lokaal en de grote zaal kunnen de kinderen dankzij ons lokaal netwerk het internet op.

De leerkrachten hebben een interne cursus gevolgd om zich internetvaardig­heden eigen te maken. Inmiddels heeft ieder teamlid thuis een internet­aansluiting.

De meeste kinderen van groep 8 gebrui­ken het internet om informatie voor hun werkstukken te zoeken.

We hebben een huiswerksite, waarop enkele kinderen het huiswerk voor de komende week zetten.

Protocol internetgebruik

Sinds de school televisie, video en inter­net­faciliteiten heeft, kunnen er beelden en programma’s de school binnenkomen, die wij ongeschikt achten voor de leer­lingen. Te denken valt aan bepaalde uitingen van geweld, seks en racisme. Met name door de gemakke­lijke toegang tot internet is het risico op het binnenha­len van respect­loos en ongewenst materi­aal groot.

Het team staat op het standpunt dat on­gewenste uitingen zoveel mogelijk moe­ten worden voorkomen, zonder de leer­lingen alle verantwoordelijkheid uit handen te nemen. Het team ziet een mogelijkheid om leerlingen onder bege­leiding eigen verantwoordelijkheid bij te brengen. Het omgaan met internet op zich zien we als leerpunt binnen de school.

De leerkrachten confronteren kinderen niet bewust met bovengenoemde uitin­gen; leerlingen zullen worden aangespro­ken op ongewenst (surf-, chat- en e‑mail) gedrag.

We wijzen de kinderen vanaf groep 5 op hun verant­woordelijkheid voor verstandig internetgebruik. We bieden hen dan het internetprotocol ter ondertekening aan.

Uitgangspunten

·       De school bevordert het verantwoor­delijkheidsgevoel bij leerlingen door de toegang tot internet en video­beel­den te bege­leiden.

·       Het team stelt de kinderen niet be­wust bloot aan videobeelden van ge­weld, seks en racisme die geen op­voedkundige bedoeling hebben (uit­gezonderd is bij voorbeeld het school-tv-weekjournaal voor groep 7 en 8, waarin oorlogssituaties worden behandeld).

·       Bij het vertonen van videofilms wordt de leeftijdscate­gorie in acht genomen, met dien ver­stande dat films voor 12 jaar en ouder niet ver­toond worden! De school ziet het als opvoedkundige taak om kinderen er­van bewust te maken waarom be­paalde uitingen niet door de beugel kunnen.

·       De school zorgt ervoor dat er geen ongewenste uitin­gen de school bin­nenkomen.

·       Leerlingen mogen niet onbeperkt en onbelemmerd internetten; per­soneel van de school kijkt als het ware ‘over de schouder mee’.

·       Internetten gebeurt niet zonder een leerkracht in de nabijheid.

·       De school leert de leerlingen welke zoekopdrachten wel en welke niet relevant zijn bij het zoeken naar in­formatie op internet.

·       Chatten staan we slechts bij uitzonde­ring toe (bijvoor­beeld als onderdeel van een project)!

·       Ook bij het surfen op internet, bij e-mailgebruik en in het geval van chatten door kinderen is het beleid van kracht. Daarbij geldt dat het be­wust zoeken van ongewenste uitingen en het gebruik van schut­tingtaal als storend wordt opgevat en dus conse­quenties voor de leer­lingen heeft.

Na verloop van tijd wordt gekeken of bovenstaand beleid goed werkt. Zo niet, dan passen we het beleid aan.

Resultaten

We vinden het belangrijk dat kinderen, met respect voor hun persoonlijke moge­lijkheden en beperkingen, een hoog niveau van kennis en vaardigheden be­reiken. Regelmatig worden kinderen getoetst. De CITO-eindtoets, die alle kinderen in groep acht maken, is een goede moge­lijkheid om na te gaan wat elk kind in de afgelopen jaren van het onderwijs heeft opgestoken, op het gebied van rekenen, taal en het opzoeken en opnemen van informa­tie. Uit de scores blijkt dat onze leerlingen over het alge­meen voldoende preste­ren.

Het is overigens discutabel te veronder­stellen dat een school goed is als de uitstroomgegevens van de leerlingen naar scholen in het voortgezet onderwijs hoog zijn. De kwaliteit van een school wordt immers bepaald door het feit of een school uit de kinderen weet te halen wat erin zit. Daarbij gaat het zeker niet alleen om de verstande­lijke vermogens. Een school met leerlingen die gemid­deld presteren maar bescheiden leercapacitei­ten hebben, kan daarom veel beter zijn dan een school die makkelijk lerende leerlingen met hogere cijfers heeft.

Aannamebeleid

Algemeen

De scholen van Stichting Proceon staan open voor alle kinderen van 4 t/m 12 jaar. Wanneer uw kind speciale zorg of aangepast onderwijs nodig heeft door een handicap, ziekte of ontwikkelingsstoornis, dan is het zeer aan te bevelen ons zo vroeg mogelijk hiervan op de hoogte te stellen. In overleg met u maken we dan de afweging of uw kind het onderwijs en de zorg kan krijgen die het nodig heeft. Voor een zo goed mogelijke afweging hebben wij de informatie nodig van de bij uw kind betrokken zorgverleners.

Ook kunnen wij u adviseren over de eventueel te nemen stappen om een passend onderwijsaanbod voor uw kind te realiseren (zie ook leerlingenzorg).

Op de scholen van Proceon is een beleidsplan “aannamebeleid van leerlingen” aanwezig, dat ervoor zorgt, dat deze afweging zorgvuldig wordt gemaakt.

 

Zorgleerlingen

Wanneer u een kind heeft dat speciale zorg of aangepast onderwijs nodig heeft door een handicap, ontwikkelingsstoornis of een ziekte, dan is het verstandig zo vroeg mogelijk de school van uw keuze hiervan op de hoogte te stellen. De school zal dan, in overleg met u, de afweging maken of zij in staat is uw kind voldoende onderwijs en zorg te bieden. Daarvoor heeft de school in veel gevallen informatie nodig van diverse bij uw kind betrokken zorgverleners. De school kan u ook adviseren over de te nemen stappen om voor uw kind een passend onderwijsaanbod te verkrijgen (zie ook leerlingenzorg).

Op school is een beleidsplan "aannamebeleid van leerlin­gen" aanwezig, dat ervoor zorgt dat deze afweging zorg­vuldig gemaakt wordt.

Leerlingenzorg

Leerlingenzorg is binnen de Stichting Proceon heel erg belangrijk. Voor iedere 50 leerlingen die een school telt, zet de school één dagdeel interne begeleiding per week in. De intern begeleider (IB-er) coördineert de zorg op school, heeft de zorg voor de leerlingendossiers en helpt de leerkrachten bij het opzetten van de handelingsplannen.

We maken handelingsplannen voor kinderen die dat nodig hebben om extra zorg te bieden. Dit kan nodig zijn, omdat de leerstof niet aansluit bij de leerling. Dat betekent ook, dat ook een hoogbegaafde leerling zorg nodig heeft.

Ook is er aandacht voor kinderen die op sociaal-emotioneel gebied ondersteuning nodig hebben.

Alle intern begeleiders van onze scholen nemen deel aan een netwerk van Proceon, waarbinnen ze kennis en ervaringen delen. Daarnaast beschikken we over adressen van externe instanties, waarnaar we kunnen verwijzen. Voorbeelden hiervan zijn:

  1. Samenwerkingsverband Weer Samen Naar School (WSNS)

Alle scholen van Stichting Proceon maken deel uit van het samenwerkingsverband  Het Gooi en Omstreken. Buiten onze scholen nemen nog 46 andere scholen deel aan dit samenwerkingsverband (SWV). Dit SWV ontwikkelt allerlei activiteiten die de zorg voor de leerlingen op de scholen verbetert. Ook beschikt het SWV over veel kennis die voor zorgleerlingen kan worden ingezet.

 

  1. Begeleiden en testen van kinderen door deskundigen van buiten de school

We kunnen kinderen laten testen en of begeleiden door externe deskundigen. Aanvragen voor onderzoeken en testen vinden altijd plaats in overleg met de IB-er. Ook wordt er altijd schriftelijk toestemming van de ouders gevraagd.

De aanvragen worden behandeld door de intakecommissie van de Permanente Commissie Leerlingenzorg.

 

  1. Verwijzing naar een school voor speciaal basisonderwijs

Als een school niet meer de zorg kan bieden die een kind nodig heeft, kunnen ouders en school besluiten om het betreffende kind te verwijzen naar een school voor speciaal basisonderwijs (SBO). In de praktijk wordt de aanmelding door de ouders in samenwerking met de IB-er gedaan. De aanmelding wordt ingediend bij de kerngroep van de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL).

Als de PCL vindt dat een kind toelaatbaar is voor een school voor SBO, stelt zij de ouders daarvan in kennis. De procedures die door de PCL worden gehanteerd, staan in folders beschreven die u aan de IB-er kunt vragen.

 

  1. Rugzakfinanciering

Wanneer een leerling een ernstige handicap of leer- of gedragsstoornissen heeft, krijgen de ouders het advies om hun kind aan te melden bij de Commissie van Indicatie (CVI). Deze commissie besluit of het kind in aanmerking komt voor extra vergoedingen. Het advies kan  zijn om het kind verder onderwijs te laten volgen op een clusterschool voor speciaal onderwijs.

Wanneer een vergoeding wordt toegekend, kan dit ook betekenen dat het kind op de reguliere school onderwijs blijft volgen en de school geld ontvangt voor extra materiaal en ondersteuning.

 

Als ouders het advies krijgen van de school om hun kind te laten testen of onderzoeken, heeft de school altijd de medewerking van de ouders nodig. Als ouders die medewerking niet verlenen, kan dat tot gevolg hebben dat een kind niet die zorg krijgt die het nodig heeft.

Individuele hulp

In enkele gevallen is het goed, dat het kind extra individuele hulp buiten de klas krijgt . Gelukkig heeft de school een onderwijsassistent die een deel van haar werk invult door het helpen van kinderen die extra zorg nodig hebben.

Orthotheek

We hebben in de loop van de tijd materi­alen aangeschaft die we kunnen inzetten voor zwakke of heel goede leer­lingen. Voor de zwakke leerlingen zijn dit veelal metho­dieken die ook binnen het speciaal basisonderwijs wor­den gebruikt. Zowel de groepsleerkrachten als de reme­dial teacher maken regelmatig gebruik van de orthotheek. Vanzelfsprekend doen we ons best om deze bij de tijd te houden.

Zorg voor het jonge kind

Dankzij de extra formatie die we hebben gekregen voor de klassenverkleining in de onderbouw hebben een onderwijsassistent kunnen aanstellen. Deze houdt zich voornamelijk bezig met de onderbouw en verleent individuele hulp aan zorgleerlingen. Daar­naast kan een leer­kracht meerdere dagdelen in de week andere leerkrachten terzijde staan.

Ook uit de opsomming van de nascho­ling blijkt, dat de zorg voor het (jonge) kind bij ons hoog in het vaandel staat. Verder voeren we bijna maandelijks leer­lingenbe­sprekingen.

Hoewel de peuterspeelzaal officieel niet bij de school hoort, vindt er informatie­overdracht plaats over de binnenkomende leer­lingen.

 

Ouders en school

Wij hechten er grote waarde aan dat de ouders nauw betrokken zijn bij het wel en wee van hun kind op school. Een goed contact tussen ouders en school vinden we belangrijk. De leerkrachten proberen open te staan voor de inbreng van de ouders. Ouders zijn altijd welkom met vragen over de gang van zaken op school of over de ontwikkeling van hun kind.

Ouderparticipatie

Het is verheugend om te zien hoeveel ouders zich ieder jaar weer inzetten voor de school. In groep 1 en 2 nemen zij deel aan excursies, buitenschoolse activiteiten en feesten; ook verrichten zij allerlei activiteiten voor de school.

In de groepen 3 t/m 8 helpen ouders bij het lezen, reken- en taalspelletjes, werken in het documentatie­centrum of de schoolbibliotheek, handvaardigheid en activiteiten als sportdagen, excursies en schoolreizen.

We zijn ons ervan bewust dat heel wat dingen binnen onze school niet mogelijk zouden zijn zonder de hulp van ouders.

Activiteitencommissie (AC)

De Activiteitencommissie (voorheen: ouderraad) op onze school bestaat uit ouders en leerkrachten. Haar taak is allerlei activiteiten op school mogelijk te maken.

Verder beheert en int zij het schoolfonds (ouderbijdra­gen).

Zij legt jaarlijks verantwoording af over de besteding van deze bijdragen. De begroting van de AC wordt voorge­legd aan de schoolleiding en vastgesteld door de Mede­zeggenschapsraad

Voor de AC worden regelmatig nieuwe leden aangezocht. Ouders kunnen zich kandidaat stellen of gevraagd wor­den.

De AC heeft een eigen reglement. Zij benoemt uit haar midden een voorzitter, een secretaris en een pen­ningmeester.

Medezeggenschapsraad

De MR van onze school bestaat uit een personeelsgele­ding en een oudergeleding.

De leden van de MR worden gekozen door de ouders van de school voor een periode van drie jaar en treden af volgens een door de MR te maken rooster, waarbij jaar­lijks een derde deel aftreedt.

De MR kiest een voorzitter en een secretaris. De MR van de school kent een reglement, waarin haar taken en bevoegdheden zijn beschreven die voortvloeien uit de Wet Medezeggenschap Onderwijs (WMO) van 2007.

Op verzoek van de MR kan de schoolleiding om advies worden gevraagd.

In ieder geval overlegt de MR minimaal 2 keer per jaar met de schoolleiding.

De taak van de MR is het gevraagd of ongevraagd advise­ren van bestuur en personeel in beleidszaken.

De MR heeft t.a.v. een aantal beleidsterreinen adviesbe­voegdheid of instemmingsbevoegdheid.

Een omschrijving van deze bevoegdheden staat in de informatiemap van Proceon.

Geschillen tussen het bevoegd gezag en de MR van de school worden voorgelegd aan de Commissie van Geschillen WMO van de Nederlandse Protestants Chris­telijke Schoolraad (NPCS).

Iedere school binnen Stichting Proceon heeft een eigen medezeggenschapsraad (MR). In deze raad zitten een aantal gekozen ouders en personeelsleden. Jaarlijks wordt via verkiezingen een deel van de raad vervangen. De bevoegdheden van de MR staan uitgebreid beschreven in een reglement, dat op iedere school in te zien is.

In het kort komt het er op neer, dat de leden van de MR meedenken met de beleidsmakers van de school. Zij geven gevraagd en ongevraagd adviezen op alle beleids­terreinen van de school en hebben op bepaalde beleidster­reinen zelfs instemmingsrecht. Wanneer deze instemming niet wordt verleend, zal de directie de plannen moeten aanpassen. Het is dus van groot belang, dat de mensen van de MR goede contacten onderhouden met hun ach­terban, alle ouders en alle personeelsleden.

De 17 scholen van Stichting Proceon hebben elk een eigen vertegenwoordiger in de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR). Omdat ook deze raad is samengesteld uit ouders en personeelsleden zijn goede afspraken gemaakt over welke school door een ouder en welke school door een personeelslid wordt vertegen­woordigd. Jaarlijks wordt de helft van de raad vervangen. Tweejaarlijks wijzigt de vertegenwoordiging door een ouder of een personeelslid.

De GMR kent haar eigen reglement, waarin de bevoegd­heden staan omschreven. Dit reglement is ook in te zien op alle scholen. De GMR heeft dezelfde taken en bevoegdheden als de MR, maar dan op die beleidsterrei­nen die voor alle scholen gelden. Vrijwel al het perso­neelsbeleid wordt bijvoorbeeld op dit niveau overlegd.

In het geval dat het schoolbestuur en de (G)MR samen niet uit een verschil van inzicht komen, dan zal dit wor­den voorgelegd aan een Commissie van geschillen WMO van de Nederlandse Protestants Christelijk Schoolraad (NPCS). We kunnen gelukkig constateren, dat we van­wege onze goede structurele samenwerking het gebruik van de Commissie nog niet nodig hebben gehad.

Ouderbijdrage

Aan het begin van het schooljaar ver­zoeken wij de ouders hun vrijwillige ouderbijdrage te voldoen. Dit gebeurt op basis van de 'Overeenkomst vrijwillige bijdrage', waarvan de tekst hieronder in­tegraal is opgenomen:

"In aanmerking nemende:

·       dat de wettelijke vertegenwoordiger de leerling heeft ingeschreven bij de school, welke inschrijving de school heeft aanvaard;

·       dat de school naast het verzorgen van regulier onder­wijs zich tevens sterk maakt voor een verdieping van het onderwijs door middel van diverse activiteiten welke ten doel hebben de maatschappelijke en per­soonlijke ontwikkeling van de leer­ling te be­vorderen;

·       dat het de wettelijk vertegenwoordi­ger vrij staat al dan niet (voor het ge­hele pakket dan wel een deel of delen daar­van) gebruik te maken uit de door de school aangeboden dien­sten en activi­teiten;

·       dat de wettelijk vertegenwoordiger het van belang acht dat de leerling naast het reguliere onderwijs tevens deel neemt aan hierna met name ge­noemde, door de school verzorgde activiteiten, en bereid is de daarvoor geldende kosten aan de school te vol­doen;

·       dat de wettelijk vertegenwoordiger door het aangaan van deze overeen­komst ook gehouden is de daarin op­genomen bij­drage aan de school vol­ledig en tijdig te voldoen."

Uit de ouderbijdrage betalen we de on­kosten die we maken met o.m. Sinter­klaas- en kerstge­schenken, afscheids­avond, excursies. De ouderbijdrage wordt verhoogd, want deze is niet meer toerei­kend om de kosten te dekken.

Naast de ouderbijdrage verzoeken we de ouders hun bijdrage te leveren in de kos­ten van de jaarlijkse school­reis van groep 3 t/m 8. De kinderen van groep 8 gaan op schoolkamp.

Het bedrag van de vrijwillige ouderbij­drage en de te verwachten tarieven voor schoolreis en –kamp zijn in deze gids vermeld. Zie onder Jaarlijkse kosten.

Sponsoring

Bij sponsoring gaat het altijd om geld, waarvoor de spon­sor een tegenprestatie van de school verlangt.

Van het geld dat sponsoring oplevert, kan een school speciale activiteiten organiseren of extra leermiddelen aanschaffen, die anders niet zomaar betaald kunnen worden. Denk bijvoorbeeld aan de extra aanschaf van computers. Om deze reden staat het bestuur in principe positief tegenover sponsoring. Scholen zijn voor sponsors aantrekkelijk. Uiteraard gaat onze school zorgvuldig om met sponsoring. Het bestuur heeft daarom richtlijnen ontwikkeld, waarbinnen de scholen hun sponsoractivitei­ten mogen organiseren. Binnen de school heeft de MR de taak om, afgaande op de richtlijnen, al of niet instemming te verlenen aan sponsoractiviteiten. Voor verdere infor­matie kunt u contact opnemen met de directeur van de school.

Veiligheid voor kinderen

Als kinderen zich niet veilig voelen, zullen zij minder of niet tot leren komen. Voor Stichting Proceon is veiligheid voor kinderen, voor ouders en voor personeel een van de meest wezenlijke voorwaarden om kwalitatief goed onderwijs te kunnen bieden. Er wordt door de scholen op dit gebied heel veel ondernomen. We vinden het belangrijk dat scholen er alles aan doen om een zo goed mogelijk pedagogisch klimaat te realiseren. Hiermee bedoelen we dat ouders en kinderen moeten voelen en ervaren, dat de sfeer op school goed is, dat iedereen weet hoe dingen zijn afge­sproken en ook volgens die afspraken handelt, dat ieder­een zijn verhaal kwijt kan in het besef, dat je serieus genomen wordt enzovoort.

Het realiseren van veiligheid in de meest brede zin van het woord vraagt om duidelijke afspraken en protocollen. Veel veiligheidsdocumenten worden op school gemaakt en vastgesteld. Anderen worden als richtlijn voor alle scholen op het niveau van de Stichting vastgesteld. Alle documenten betreffende veiligheid zijn op de school in te zien of op te vragen. Op het niveau van de Stichting zullen de beleidsstukken en protocollen ook op de web­site www.proceon.nl worden geplaatst. U kunt daar inzien:

·         De gedragscode, die de omgang tussen leerlingen, leerkrachten en ouders regelt. In de gedragscode staan drie begrippen centraal: acceptatie, respect en vertrouwen. De gedragscode kent 10 basisregels die ook voor meewerkende ouders geldt.

·         Beleid agressie, geweld en seksuele intimidatie. Hierin staan opgenomen protocollen voor opvang bij ernstige incidenten, melding, dreigen met agressie en/of geweld (verbaal en fysiek) of seksuele intimidatie.

·         Regeling schorsing en verwijdering. Wanneer sprake is van structureel wangedrag of het gedrag van een leerling gevaar oplevert voor medeleerlingen, leer­krachten en/of ouders, dan mag de directeur, na goedkeuring door het bestuur, de leerlingen schor­sen. Wanneer de afspraken gemaakt rond de schor­sing geen verbetering laten zien, kan door het bestuur ook een verwijderingprocedure worden opgestart.

·         Klachtenregeling.

 

Op het niveau van de school worden ook protocollen vastgesteld, die vaak afgeleid zijn van het Proceonbeleid en concreet de afspraken van de school weergeven. Zo beschikken de meeste scholen over een omgangs- of pestprotocol en een protocol internetgebruik. U kunt de informatie over deze specifieke schoolprotocollen elders in deze schoolgids vinden

In de maand december houden we vanaf groep 5 een enquête, waarin we de kinderen bevragen naar hun veiligheidsbeleving in de school en het pestgedrag van henzelf en anderen. Ook vragen we naar de rol van de leerkracht hierin.

Een veilig schoolklimaat

Een veilig schoolklimaat is de basis om zich te ontwikkelen en te leren. We willen dat de kinderen met veel plezier naar school gaan, zich op school thuis voelen, ervaren dat zij erbij horen, serieus worden genomen en kunnen spelen en werken in een goede sfeer.

Voor een veilig school- en klassenklimaat zijn regels nodig. Deze regels stellen we vaak samen met de kinderen op. We formuleren deze regels positief. Hiermee sturen we het gedrag van kinderen bij het omgaan met elkaar en geven tegelijkertijd grenzen aan. Hiervoor verwijs ik u naar de kopjes ‘pedagogisch klimaat’ en ‘anti-pestprotocol’.

 

Gedragscode en gedragsprotocollen

Onze Stichting heeft veel oog voor veiligheid van leerlingen, medewerkers en ouders. Zo hebben we een beleidsstuk ontwikkeld, waarmee we alle vormen van agressie, geweld en seksuele intimidatie binnen of in de directe omgeving van de school tegen willen gaan. Waar zich desondanks toch incidenten voordoen, nemen we adequate maatregelen om verdere escalatie te voorkomen. Alle medewerkers die bij de Stichting werken, hebben een intentieverklaring ondertekend. Hiermee geven zij aan het beleid agressie, geweld en seksuele intimidatie van de Stichting te kennen, zich te gedragen en te handelen naar de opgestelde gedragsregels en – protocollen.

Er zijn gedragsprotocollen uitgewerkt voor privacy en het voorkomen van pesten, discriminatie en ander ongewenst gedrag.

Klachten

We doen ons uiterste best om ervoor te zorgen, dat ouders en kinderen tevreden zijn. Toch kan het voorkomen, dat u zich aan bepaalde zaken ergert of zelfs een klacht heeft. Alle scholen van Proceon beschikken over een klachtenregeling die bijdraagt aan een veilig schoolklimaat. Daarnaast schept deze regeling duidelijkheid over hoe met klachten om te gaan. We nemen deze altijd serieus en we zoeken daarbij naar de best mogelijke oplossing om verder ongenoegen te voorkomen.

Onze scholen beschikken over twee interne contactpersonen klachtrecht (icp). U kunt met uw klacht of ongenoegen bij hen terecht. Dat geldt zowel voor ouders als voor kinderen. Het is ook mogelijk, dat de icp onderwerpen in de groepen bespreekt die een preventieve uitwerking kunnen hebben, zoals het voorkomen van pestgedrag.

Mocht u onverhoopt een klacht hebben, bespreek deze dan in de eerste plaats met de leerkracht. Mocht u zich niet serieus genomen voelen of vinden dat uw klacht onvoldoende behandeld wordt, dan kunt u de directeur of de intern contactpersoon klachtrecht hierover aanspreken. De icp voor onze school zijn Yvonne Corbeek en Elly Dolman.

In geval van klachten over geweld, intimidatie of andere vormen van ongewenst gedrag kunt u de vertrouwenspersoon inschakelen. Voor stichting Proceon zijn dat de heer B. Hogenelst en mevr. J. Janmaat, beiden werkzaam bij Eduniek. Zij zijn telefonisch te bereiken onder nummer 0346-219777, of anders via postbus 25, 3738 ZL Maartensdijk.

Klachten van algemene aard zoals de omgang met procedures, de veiligheid van het gebouw, het uitvoeren van wettelijke bepalingen enz, kunt u indienen bij de heer P.D. van Buuren, die deze namens het bestuur behandelt. Het kan ook gebeuren, dat hij in overleg met u de verdere behandeling overlaat aan de landelijke klachtencommissie. U kunt deze trouwens ook rechtstreeks benaderen. Het adres van de klachtencommissie waarbij stichting Proceon is aangesloten luidt:

Klachtencommissie Besturenraad P.C.O

Algemeen secretaris: mevr. Mr. A.C. Melis-Gröllers

Postbus 694

2270 AR Voorburg

Tel.: 070-3861697

Fax: 070-3481230

E-mail: info@klachtencommissie.org

Zie ook www.besturenraad.nl

Het secretariaat is telefonisch bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 9.00 tot 15.00 uur.

Bij (een vermoeden) van seksuele intimidatie, seksueel misbruik, extreme vormen van fysiek of psychisch geweld, discriminatie, onverdraagzaamheid, fundamentalisme, radicalisering of extremisme is het aan te raden de contactpersoon van de school te benaderen. U kunt ook de vertrouwenspersoon of het landelijke meldpunt van de onderwijsinspectie bellen. Binnen die organisatie is een aantal vertrouwensinspecteurs in dienst die uw klacht vertrouwelijk behandelt (meldpunt vertrouwensinspecteurs: 0900-1113111).

 

Vragen over onderwijs in het algemeen of over de onderwijsinspectie in het bijzonder kunt u stellen aan Postbus 51, telefoon 0800-8051 (gratis). of info@owinsp.nl. Zie ook www.onderwijsinspectie.nl.

Het dagelijkse leven op alfabet

Anti-pestprotocol

Het anti-pestprotocol is een soort overeenkomst, waarin de kinderen, hun ouders en de leerkrachten ervoor tekenen zich aan een aantal elementaire regels te houden. Deze overeenkomst bieden we jaarlijks in iedere groep in de eerste maand van het schooljaar aan. Bij aanmelding van een leerling wordt eveneens een kopie overhandigd.

Daarnaast stellen we in iedere klas regels op door de leerlingen met hun leerkracht ten aanzien van de gewenste omgang met elkaar. De leerlingen gaan hiermee akkoord en kunnen hierop worden aangesproken. Regelmatig refereert de leerkracht hieraan. Dit hoeft niet alleen te zijn naar aanleiding van een concreet voorval, maar dient onderdeel te zijn van het onderwijsaanbod.

We maken de leerlingen duidelijk, dat als zij geconfronteerd worden met gedrag dat niet conform de afspraken is en zij dat als zeer onaangenaam ervaren, dit kunnen melden aan de groepsleerkracht of de contactpersoon, en dat dit geen klikken is. Ook leerlingen die getuige zijn van dit gedrag moeten dit melden.

Indien er sprake is van pestgedrag dat meer dan eens voorkomt, zal de leerkracht minimaal het volgende doen:

• een gesprek houden met de gepeste

• een gesprek houden met de pester

• afspraken maken ter voorkoming van verder pesten; deze noteren we op het ondertekende pestprotocol.

Bij ernstig en/of steeds terugkerend pestgedrag, informeert de leerkracht de directeur, die het voorval in zijn incidentenregistratie opneemt Tevens stellen we de ouders van het pestende kind hiervan op de hoogte. De wijze waarop en de snelheid waarmee ouders ingelicht worden, maakt deel uit van het plan van aanpak.

Als we vermoeden of ervaren dat er sprake is van meer dan incidenteel pesten van een kind, informeert de leerkracht de ouders van het gepeste kind hierover. Gekeken wordt of het vanuit de thuissituatie, aangevuld met de schoolsituatie de juiste steun aan het gepeste kind kan worden aangeboden.

 

Bedrijfshulpverlening

Net als een bedrijf, moet onze school beschikken over bedrijfshulpverleners. Enkele medewerkers hebben de op­leiding met succes gevolgd; zij weten het nodige over alarmering, communicatie, brandbe­strijding en EHBO.

Wij hebben al een groot aantal jaren een vluchtplan, dat we regelmatig samen met de brandweer uitproberen. Ook hebben we onder leiding van de plaat­selijke brandweer blus­oefeningen ge­daan, na eerst instructie te hebben ge­kregen hoe je met ver­schil­lende soorten branden om moet gaan.

Gevaarlijke situaties zullen nooit volle­dig uitgesloten kunnen worden, maar u ziet: wij doen ons best de veilig­heid zo goed mogelijk te waarborgen.

Buitenschoolse opvang (BSO)

Proceon gaat voor buitenschoolse opvang van hoge kwaliteit. We kijken verder dan de uren dat de kinderen op school zijn. Daarom werken de scholen samen met professionele kinderopvangorganisaties die de kinderen een aantrekkelijk en veelzijdig programma kunnen en willen bieden en ook rekening houden met de wensen, de behoeften van kinderen en ouders. Namens de Stichting overlegt mevr. Yvon Blaauw met de scholen en de kinderopvangorganisaties om hier inhoud aan te geven.

Voor de Warinschool zijn een  convenant afgesloten met De Bergertjes (tel. 252400, info@kovdeboerderij.nl).Ook kunt u Gastouderbureau Gooi en Eemland te Hilversum (035 6281381, info@gastouderbureau.net) of Gastouderopvang De Klimboom benaderen (0346-260404, www.deklimboom.nl).

Eerste hulp

Mocht er op school met uw kind een on­gelukje gebeuren, dan handelen we als volgt:

1.     Als het niet ernstig is, behandelt een van de leerkrach­ten het kind. Vijf leer­krachten zijn in het bezit van een certificaat bedrijfshulpverlening;

2.     Als het ernstiger is, dan doen wij het meest noodzake­lijke. Wij bellen dan onmiddellijk de ouders met de vraag om te komen. Als u niet bereikbaar bent, gaan wij met uw kind naar de huisarts, zono­dig naar het ziekenhuis.

3.     Als u komt, handelt u zelf verder alles af, zonodig met hulp van een van de leerkrachten (bijv. vervoer);

4.     Als u voorkeur hebt voor een bepaald ziekenhuis, kunt u dit bij voorbaat kenbaar maken, zo­dat we dit op de leerlin­genkaart kunnen verwerken;

5.     Als het zeer ernstig is, bellen wij on­middellijk de GGD en na­tuur­lijk de ouders.

Eet- en drinkmoment

Tussen tien uur en de pauze van half elf mogen de kinde­ren iets eten en drinken. Hiermee wordt het bloedsuiker­gehalte en daarmee het concentratie­vermogen op peil gebracht. De leerkrachten zorgen ervoor dat deze tijd ook in onderwijskun­dig opzicht goed wordt benut.

Kinderen nemen van thuis iets te eten en te drinken mee, en zetten dit op een vaste plek in het lokaal. De leerkracht geeft aan wanneer het eet- en drinkmoment begint.

Fietsenstalling

Kinderen die een plaats in de fietsenstal­ling hebben, mogen met de fiets naar school komen. Zij hebben een eigen, genummerde plaats. In de eerste week van het schooljaar verdeelt meester Peter de plaatsen.

Geld voor goed doel

Elke maandag mogen de kinderen geld meenemen voor een goed doel. Elke twee maanden kiest het team een project uit en informeert de kinderen en de ouders daar­over. Soms wordt een project ook door anderen aange­dragen.

We leren de kinderen op deze manier zorg te dragen voor de minderbedeelden in deze wereld. De wereld waarop we wonen is een wereld die ons allen, dus ook de kinde­ren, aangaat.

Gevonden voorwerpen

Het komt regelmatig voor, dat de kinde­ren allerlei voorwerpen verge­ten of ver­liezen, zoals tassen, gymmkle­ding, horloges, sieraden, jassen en laar­zen. Wilt u meehelpen het zoekraken zoveel mogelijk te voorko­men door bij ver­mis­sing meteen even te informeren of te (laten) zoeken? Ook raden we u aan de spullen van uw kind te merken.

We geven de gevonden voorwerpen af bij onze conci­ërge.

Gymnastiek

De groepen 1 en 2 hebben gymlessen (lichame­lijke ontwikkeling) in ons speellokaal.

De groepen 3 t/m 8 hebben op dinsdag- en don­derdag­ochtend gymnastiek in sporthal De Blijk.

Kinderen die in de sporthal gymen, hebben een sport­broek en een T-shirt nodig, en eventueel een handdoek om te kunnen douchen. U helpt ons enorm wanneer u eraan denkt uw kind gemakke­lijke kleding mee te geven, zodat het zichzelf kan uit- en aankleden.

Met het oog op het voorkomen van voetwratten verdient het aanbeveling gymschoenen (met witte zool) te dragen. Een kind dat op blote voeten gymt, is verplicht na afloop de voeten te wassen.

Hoofdluiscontrole

Hoofdluizen kunnen veel overlast ver­oorzaken, ook op school. Daarom beste­den we veel aandacht aan de bestrijding ervan. De eerste week na elke vakantie onder­zoeken controlemoeders alle kinde­ren op hoofdluis en neten. Wanneer deze worden aangetroffen, lichten we de ouders van het betreffende kind in, en ook de ouders van de groepsgenoten.

Jaarlijkse kosten

De kosten voor de jaarlijkse schoolreis bedragen doorgaans 25 tot 30 euro per kind. Het schoolkamp voor de kinderen van groep 8 kan oplopen tot € 70,00 per kind. Mochten de kosten voor ouders be­zwaarlijk zijn, dan kan men zich tot de directie wenden die een oplossing helpt zoeken.

De kinderen van groep 5 en hoger maken voor een klas­genoot een surprise, waarin een cadeautje verpakt is. Als richtprijs geven we € 3,00 aan.

Voor dit jaar is de ouderbij­drage vastgesteld op € 25,00 per kind. U ontvangt aan het begin van het schooljaar een brief, waarin u verzocht wordt dit bedrag over te maken op rekeningnummer 3882.32.110, t.n.v. ouderraad Warinschool, o.v.v. ouderbij­drage. U kunt ook in vier termijnen betalen.

Jaarplanning

  • 25 augustus informatieavond groep 1-2a

  • 27 augustus informatieavond groep 1-2b

  • 1 september informatieavond groep 3/4

  • 3 september 2009 informatieavond groep 7/8

  • 30 september - vr 2 okt kamp groep 8

  • 26 oktober kopij schoolkrant

  • 13 november rapport

  • 25 november spreekavond

  • 4 december sinterklaas

  • 17 december kerstviering

  • 11 januari cursus overblijfouders

  • 18 januari kopij schoolkrant

  • 2, 3 en 4 februari cito-eindtoets

  • 2 maart uitslag cito-eindtoets

  • 5 maart rapport

  • 17 maart spreekavond

  • 1 april 2010 paasviering

  • 6 april kopij schoolkrant

  • 8 juni sportdag voor groep 3 t/m 8

  • 21 juni kopij schoolkrant

  • 30 juni spreekavond

  • 7 juli afscheidsavond

  • do 8 juli rapport

  • 9 juli vossenjacht

 

Klassenverdeling

groep 1/2a

Marja Vlaanderen en Thea Russchenberg

groep 1/2b

José van Wageningen en Riemy Nesselaar

groep 3/4

Yvonne Corbeek en Hiltje Meester

groep 4/5

Bert de Moor en Desirée van Eunen

groep 6/7

vacature

groep 7/8

Elly Dolman en Desirée van Eunen

 

·         Bert de Moor en Desirée van Eunen verrichten hun taak als intern begeleider op resp. donderdagochtend en donderdagmiddag.

·         Desirée van Eunen doet de adv’s op de vrijdagen.

·         Yvonne Corbeek wordt een middag vrijgeroosterd om individuele hulp aan zorgleerlingen te geven.

·         Jolanda Vink verricht ondersteunende werkzaamheden voor de intern begeleiders. Daarnaast helpt zijn kinderen met leesproblemen in de interne leesklniek, verleent individuele hulp (RT) en assisteert groepsleerkrachten.

·         Elleke Veldhuisen besteedt haar tijd aan drie kinderen met een rugzak. Daarnaast kan ze aandacht schenken aan kinderen met diverse andere problemen, wat goed aansluit bij haar verworven deskundigheid.

·         Peter van den Doel ondersteunt groepsleerkrachten door individuele hulp te verlenen aan kinderen die dat nodig hebben en verricht dyslexieonderzoeken.

 

Leerlingvolgsystemen

In groep 1 en 2 gebruiken we naast een obser­vatie­systeem de toetsen Taal voor Kleuters  en Ordenen van Cito. Voor kinderen die uitvallen gebruiken we ook nog Taal voor alle kleuters (TAK). De kinderen vanaf groep 3 ma­ken toet­sen van het leerlingvolgsysteem van Cito (begrijpend lezen, spelling, rekenen, luisteren, leeswoordenschat, leestempo en teestechniek). We nemen AVI-leestoetsen af en we maken dage­lijks aantekeningen van het werk. Op deze manier houden we de vor­deringen van de kinde­ren goed in de gaten. Jaarlijks evalueren we de leer­lin­genzorg en trekken hier lering uit.

In de herfst van groep 3 en in het voor­jaar nemen we eveneens methodeonaf­hankelijke toetsen af om de leesontwik­keling van de kinderen goed in beeld te krijgen. In groep 7 krijgen de ouders van de kinderen bij de spreek­avond na het tweede rapport een advies voor het voortge­zet onderwijs. Dit advies is voornamelijk geba­seerd op het leerlingvolgsysteem.

Leerplicht en extra verlof

In de leerplichtwet staat dat uw kind de school moet bezoeken, als er onderwijs wordt gegeven. Leerlingen mogen dus nooit zomaar van school wegblijven. In een aantal gevallen is echter een uitzondering mogelijk.

Wanneer uw kind plichten moet vervullen die voort­vloeien uit godsdienst of levensbeschouwing bestaat er recht op verlof.

Voor de vakantie onder schooltijd kan alleen uitzonde­ring op de hoofdregel worden gemaakt, als uw kind tijdens de schoolvakanties niet op vakantie kan gaan door de specifieke aard van het beroep van een van de ouders. Het betreft dan de enige gezinsvakantie in het schooljaar en uit uw werkgeversverklaring blijkt de specifieke aard van het beroep en de enig mogelijke verlofperiode van de ouder.

Onder andere gewichtige omstandigheden vallen situaties die buiten de wil van ouders en/of leerlingen liggen. Voor bepaalde omstandigheden kan vrij worden gevraagd. Hierbij moet gedacht worden aan:

·          Verhuizing van het gezin.

·          Het bijwonen van een huwelijk van bloed- of aanver­wanten.

·          Ernstige ziekte van bloed- of aanverwanten.

·          Overlijden van bloed- of aanverwanten.

·          Viering van een ambtsjubileum en 12 ½ -. 25-, 40-, 50-, of 60-jarig (huwelijks)jubileum van bloed- of aanver­wanten.

Nadrukkelijk geen andere gewichtige omstandigheden zijn:

·          Familiebezoek in het buitenland

·          Vakantie in een goedkopere periode of aanbiedingen.

·          Eerder vertrek of latere terugkeer in verband met ver­keersdrukte

·          Andere kinderen uit het gezin zijn ook vrij.

·          Deelname aan televisieopnames of sportevenementen.

Aanvraagformulieren voor verlof buiten de schoolvakan­ties zijn verkrijgbaar bij de directeur van de school. U levert de volledig ingevulde aanvraag, inclusief de rele­vante verklaringen in bij de directeur van de school. U dient uw aanvraag ruim voor het gevraagde verlof te heb­ben ingeleverd, indien mogelijk 4 weken voor u het verlof wenst te genieten.

De directeur neemt zelf een besluit over de verlofaan­vraag voor een periode van maximaal 10 schooldagen. Als een aanvraag voor verlof vanwege andere gewichtige omstandigheden meer dan 10 schooldagen beslaat, wordt de aanvraag doorgestuurd naar de leerplichtambtenaar, die vervolgens na overleg met de directeur een besluit neemt over uw aanvraag. Tegen het besluit kunt u schrif­telijk bezwaar maken bij dezelfde leerplichtambtenaar.

Verlof dat wordt opgenomen zonder toestemming van de directeur of leerplichtambtenaar wordt gezien als onge­oorloofd schoolverzuim. De directeur is verplicht dit aan de leerplichtambtenaar te melden. De leerplichtambtenaar beslist of er proces-verbaal wordt opgemaakt.

Voor verder informatie over de leerplicht kunt u terecht bij Regionaal Bureau Leerlingenzaken, Brinklaan 138, 1404 GV Bussum.

Telefoon: 035-6926620

www.rblgooi.nl

Logopedist

Alle kinderen uit groep 1 worden individueel door de logopedist gescreend. Zij let daarbij op verschillende aspecten van de taalontwikkeling, zoals woordenschat, spontane spraak, taalbegrip, auditieve functies, maar ook spraak, mondgewoonten, stem en gehoor.

Ook kinderen uit andere groepen kunnen in aanmerking komen voor een logopedisch onderzoek. Ouders kunnen zelf in overleg met de leerkracht om zo’n onderzoek vragen.

Methoden

We hebben moderne methoden hoog in het vaandel staan. Het onderwijs is in ontwikkeling en dus is een methode na een tijdje weer verouderd. Wanneer een methode zo'n tien jaar in gebruik is, vervangen wij deze door een nieuwe. Zo werken wij steeds met eigentijds materi­aal.

Voorbereidend taal/lezen

Fonemisch bewustzijn

Lezen moet je doen

Voorbereidend schrijven

Schrijven in de basisschool

Voorbereidend rekenen

Rekenrijk

Schrijven

Schrijftaal van groep 3 t/m 8; Schrijfdans

Aanvankelijk technisch lezen

Veilig leren lezen nieuwe maan, waarbij de kinderen glo­baalwoorden wordt aangeleerd.

Voortgezet tech­nisch lezen

Goed gelezen

Nederlandse taal

Taal op maat

Begrijpend/stude­rend lezen

Goed gelezen!

Spellen

Taal op Maat

Rekenen & wis­kunde

'Rekenrijk' gaat uit van prakti­sche situaties.

Geschiedenis

Bij de tijd – nieuwste versie. Een bekroonde methode, die de ontwik­keling van de mens in zijn relatie tot zijn omgeving volgt.

Aardrijkskunde

Meander

Natuuronderwijs

NatuNiek

Godsdienstige vorming

Trefwoord

Verkeer/sociale redzaamheid

Klaar over

Engels

Hello World

Muziek

Muziek in de Basisschool

Tekenen/hand­vaardigheid

Diverse bronnen

Sociaal-emotio­nele vorming

Beter omgaan met jezelf en de ander (BOM)

Documentatiecen­trum

 

 

Mobieltjes

Veel kinderen hebben een mobieltje. Ze mogen deze na toestemming gebruiken om te bellen. Om te voorkomen, dat ongewenste foto’s op het internet geplaatst worden, mogen ze geen foto’s en filmpjes maken.

 

Namen en adressen

Peter van den Doel, Uiterdijksehof 27, tel. 253816, directeur;

José van Wageningen, Orionlaan 53, Hilversum, tel. 035‑6850964, adjunct-directeur

Bert de Moor, Moeflon 11, Huizen, tel. 035‑5258235

Marja Vlaanderen-van Ee, H.W. Mes­daglaan 23, tel. 253299

Yvonne Corbeek-Siebbeles, Jan Steenhof 19, tel. 254362

Elleke Veldhuisen-Postmus, J. van Ruijsdaelstraat 1. tel. 253231

Elly Dolman, Uithof 21, 1353 XG Almere, 06 55776042

Thea Russchenberg-Spruijtenburg, Dob­belaan 21, tel. 251973

Desirée Van Eunen, Speksnijdersweg 44, 1121 PN Landsmeer, tel. 020-4820164

Hiltje Meester, Langestraat 112, 1211 HB Hilversum, tel. 06 21296945

Riemy Nesselaar, Spechtenkamp 78, 3607 KD Maarssen

 

Jolanda Vink-van den Broek, Middenweg 28a, tel. 411388, onderwijsassistent

 

Bijzondere taken

Intern begeleiders: Bert de Moor, Desirée Van Eunen

Conciërge: Frederik Smit

Bedrijfshulpverleners: Stef Loosman, Desirée Van Eunen, Elleke Veldhuisen, Elly Dolman, Frederik Smit en Peter van den Doel.

 

Anita Snel-Dijkema, Vincent van Gogh­straat 4, tel. 251627

Telefoonnummer Nijntje, 06 10423575

 

Interne contactpersoon klachtenrege­ling: Yvonne Corbeek, tel. 254362 Elly Dolman, tel. 06 55776042

 

Externe vertrouwenspersoon

mevr. Colenbrander, tel. 253273

Meldpunt vertrouwensinspecteurs voor klachten over seksuele intimidatie, sek­sueel misbruik, ernstig psychisch of fysiek geweld: 0900 1113111 (lokaal tarief).

 

Bestuur

Voor bestuurszaken kunt u contact op­nemen met de heer P.D. van Buuren, p/a Bureau PROCEON,

Nieuwe Havenweg 53, postbus 352, 1200 AJ Hilversum, te. 035-6852320.

Voorzitter: mevr. M. Wendt-Storm.

 

Samenstelling van de activiteitencommissie

Jolanda Hooijmeijer, voorzitter (254546)

Diana Heemskerk, secretaris (252250)

Monique Hogenberg, penningmeester (252749)

Laura Ploegstra (252405)

Irma van Tilborg (254995)

Renata Besemer, (252700)

Marjon van den Bos (252411)

Pascal van Deursen (252748)

Carolien Westeneng (255330)

 

Samenstelling van de medezeggen­schapsraad

Jos de Goeij (253583)

Marco van den Broek (741045)

Yvonne Corbeek en Elleke Veldhuisen

De samenstelling van zowel de activiteitencommissie als de MR verandert begin oktober. De nieuwe samenstelling staat in de school­kranten die gedurende het cursusjaar verschijnen.

 

Samenstelling van de overblijfcommis­sie

Elly Dolman (team), Anja Stoter (254834), Lida van Ee (254895), Nicole Hartung (255261)

 

Inspectie van het onderwijs

info@owinsp.nl, www.onderwijsinspectie.nl,

tel. 0800 8051 (gratis).

Nascholing

Het afgelopen jaar hebben de leerkrachten de volgende cursussen gevolgd en informa­tiebijeen­komsten bijge­woond: coöperatief leren, mediërend leren, interne Coach opleiden, werken in groep 8, leiderschap, de beginnerscursus. en de herhalingscursus BHV.

Nieuwsbrief

Voor zover er iets te melden valt, stelt de directie wekelijks een nieuwsbrief samen. Deze krijgt u per e-mail toegestuurd.

Oudertevredenheidspeiling

We voeren iedere vier jaar een enquête (oudertevreden­heidsonderzoek) uit. Bestuur en directie willen u op deze wijze in staat stellen ons te informeren over hetgeen u belangrijk, waardevol en plezierig vindt aan onze school èn op welke punten in uw visie verbetering plaats zou moeten vinden.

We hebben voor een concept gekozen, waarbij de oudertevredenheidspeiling door een extern bureau ont­wikkeld is en (op basis van anonimiteit) verwerkt wordt. De voordelen die bestuur en directie hierin zien zijn de volgende:

1.        Er is een grote mate van anonimiteit mogelijk.

2.        De resultaten worden door het bureau vergeleken met andere scholen en geven ons de kans onze posi­tie ten opzichte van andere scholen te bepalen.

3.        Door te kiezen voor een specifiek instrument voor onderzoek van de oudertevredenheid, kunnen wij de resultaten van meerdere jaren onderzoek naast elkaar leggen en zo een vergelijking over de jaren tot stand te brengen.

De scholen zijn vrij een schoolspecifieke vragenlijst samen te stellen, waarvan de antwoorden intern verwerkt worden. Een dergelijke aanvulling kan de mogelijkheid bieden uw eigen opmerkingen kwijt te kunnen.

De scholen brengen de ouders op de hoogte van de resultaten.

Overblijven

Aan de leerlingen wordt de mogelijkheid geboden om over te blijven tussen de middag. Het overblijven gebeurt in de grote zaal en in een lokaal onder toezicht van betaalde overblijf­krachten; een van de leerkrach­ten draagt de verantwoor­delijkheid voor de zorg van de overblijvende kinderen.

De organisatie van het overblijven is in handen van de overblijf­commissie, die bestaat uit een teamlid, en drie ouders. De activiteitencommissie controleert jaar­lijks de kas en presenteert de resultaten ervan in het financieel jaarverslag.

 

Overblijfkaart

Om aan het overblijven deel te kunnen nemen moet het kind een overblijfkaart hebben. Er zijn stempel­kaarten met 10, 20 of 40 vakken te koop. De prijzen komen neer op € 1,50 per keer; de verkoopdata (1 x per 2 weken) staan vermeld op de nieuwsbrief. Het overblijfgeld wordt besteed aan o.a. spelmateriaal, vergoeding voor de overblijf­krachten en het gebruik van de inventaris en buitenspeelmateriaal.

 

De regels

·       Kinderen hebben hun eigen lunchpak­ketje bij zich; op school zijn thee en bordjes aanwezig.

·       Tijdens het overblijven wordt niet gesnoept.

·       Ouders melden hun kind aan voor het overblijven op het inschrijf­formu­lier bij de groepsleer­kracht.

·       Wanneer een kind incidenteel over­blijft, melden de ouders dit tenminste één schooldag van tevo­ren. Ouders melden hun kind af, wanneer het niet over­blijft op zijn vaste over­blijfdag.

·       De leerkrachten van groep 1, 2 en 3 brengen hun kinderen naar de over­blijfruimte.

·       Tussen de middag blijven de kinde­ren op het school­plein.

·       De kinderen helpen de overblijf­krachten met het netjes achterla­ten van de gebruikte ruimtes.

·       Tijdens het overblijven gelden de gebrui­kelijke schoolregels. Als een kind zich daar niet aan houdt, mag de overblijf­kracht passende maatregelen nemen (bijv. apart zetten).

·       Bij herhaalde overtreding van de regels, neemt de overblijfkracht con­tact op met de overblijvende leer­kracht. Indien nodig krijgt de leerling een gele kaart en stelt de leerkracht de ouders hiervan op de hoogte. Bij herhaling krijgt het kind een rode kaart en wordt de deel­name aan het overblijven geweigerd.

 

Opleiden

De school moet ervoor zorgen, dat er voldoende overblijfouders een opleiding hebben gevolgd. Binnen Proceon hebben enkele directeuren een cursus ontwikkeld. Een van de teamleden presenteert deze aan belangstellende ouders. De deelnemers ervaren de cursus, die één avond duurt, positief.

Relatie school - kerk

Met enige regelmaat organiseren wij samen met de predi­kant van de protes­tantse gemeente Nederhorst den Berg een school-gezinsdienst. U ontvangt hierover tijdig informatie.

Resultaten van onze voornemens

De afgelopen vier jaar hebben we ons ervoor sterk gemaakt een daltonschool te worden. Hierdoor is veel in ons onderwijs veranderd. De kroon op dit werk was toch wel, dat de visitatiecommissie van de Nederlandse Daltonvereniging het bestuur adviseerde ons de felbegeerde licentie te verlenen.

Daarnaast hebben we dit jaar hebben veel tijd geïnvesteerd in coöperatief leren. Hierbij zijn we begeleid door een medewerker van Eduniek. We hebben ons een aantal werkvormen eigen gemaakt die we regelmatig in de klas toepassen.

We hebben een start gemaakt met het realiseren van de interne leeskliniek. Onze onderwijsassistent leidt deze kliniek. Onder supervisie van een medewerker van het samenwerkingsverband Weer Samen Naar School heeft zij één leerling begeleid. Het resultaat was heel goed. De betreffende leerling heeft sterke vorderingen gemaakt en –wat belangrijker is – plezier in lezen gekregen. We hopen dit traject het komende schooljaar af te ronden.

Verder hebben we de werkvorm Samen Beter Lezen toegepast, waarbij tutors en ouders zijn geïnstrueerd om kinderen te helpen in hun leesontwikkeling. Veel tutees waren met hun ouders enthousiast met deze extra hulp.

Verder hebben we een begin gemaakt met de invoering van een digitaal rapport. We hebben de kinderen van groep 2 bij het tweede rapport naast het rapportenboekje een uitdraai van het digitale rapport meegegeven. De resultaten ervan zijn bemoedigend.

Rookvrije school

In onze school wordt niet gerookt, en ook niet op het plein. In ons lesprogramma behandelen we de gevolgen van het roken voor de gezondheid. Hiermee hopen we te bereiken dat de kinderen zo verstandig blijven om niet te gaan roken.

Schoolarts

Alle kinderen van groep 2 krijgen een uitnodiging voor een onderzoek door de jeugd­arts. Deze werkt samen met een dok­tersassistente. Zij kijken naar de groei, ontwikke­ling van spraak, taal, motoriek, de gezondheid en het functio­neren van het kind thuis en op school. De kinderen van groep 2 worden ook onder­zocht door een logopedist van de GGD, die let op taal, uitspraak, ver­keerde mond­gewoonten, luistervaardig­heden, stemgebruik en commu­nicatieve vaardig­heden.

De kinderen van groep 7 worden uitgenodigd voor een onderzoek door de sociaal-verpleeg­kundige. Hierbij staat de ge­zonde leefstijl centraal.

Naar aanleiding van deze onderzoeken kan de afdeling Jeugdgezondheidszorg van de GGD uw kind uitnodigen voor een extra onderzoek. Ook de school kan, na uw instemming, om extra onder­zoek vragen. U kunt bij vragen of problemen met uw kind ook zelf contact opne­men, waarna een extra onderzoek of gesprek kan plaats­vinden.

In het jaar dat uw kind 9 wordt ontvangt u een oproep voor twee inentingen: de dtp- en de bmr-prik. Wanneer uw kind onvolledig ingeënt is, kunt u hier­voor bij de JGZ terecht. U kunt de JGZ bereiken onder nummer 035 - 6926250.

Schoolkamp

Groep 8 gaat dit jaar op 30 september en 1 en 2 oktober met kamp naar het Koos Vor­rink­huis in Lage Vuur­sche. We gaan in het najaar om de groepsvor­ming te be­vorde­ren. Omdat de kampleiding dit jaar niet al­leen uit leerkrachten bestaat, hoeven we geen onderbouwgroepen vrij te rooste­ren.

Schoolkrant

Vier keer per jaar krijgt u de schoolkrant. De eerste pagina’s wijden we aan onder­wijs en opvoeding en andere zaken die onze school aangaan. Vervolgens komen de bladzijden met werk van de groepen. De kin­derredactie sluit de rij. Deze re­dactie verandert iedere keer van samen­stelling en werkt onder de bezielende leiding van een ouder. Ingekomen stuk­ken van ouders zijn van harte welkom. Op de maandkalender zijn de inleverdata vermeld.

Schoolkeuze na groep 8

Als het goed is, verlaat uw kind na acht jaar de basis­school. Maar wat dan? Veel hangt af van de mogelijkhe­den van uw kind. Aan het begin van groep 8 informe­ren we u over de structuur van het voort­gezet onderwijs en de procedure van aanmelding en toelating.

In het najaar ontvangt u een uitnodiging voor een school­keuzegesprek. Hierin zal de leerkracht van uw kind een advies geven en toelichten. In de weken die erop volgen krijgt u van ons de benodigde brochures.

Al na het tweede rapport in groep 7 krijgen de ouders een voorlopig advies, dat gebaseerd is op de resultaten van het leerlingvolgsysteem. In groep 8 krijgt het advies een bredere onderbouwing.

Schoolplein

Voor schooltijd en in de pauze mogen de kinderen op het schoolplein spelen. Het schoolplein aan de voorkant van de school is voor de oudere kinderen (groep 5 t/m 8), aan de achterkant spelen de jongsten (peuters en groep 1 t/m 4).

Een paar dingen mogen de kinderen niet:

·       fietsen op het plein;

·       vechten en ruzie maken;

·       spelen tussen de be­planting.

's Middags en tijdens de pauzes is er toezicht op het voor- en achterplein.

De kinderen mogen 's ochtends voor schooltijd al naar hun lokaal gaan, om alvast aan hun werk te beginnen of om gezellig met elkaar te praten. Enkele minuten voor half negen gaat de bel en dan moeten de kinderen naar binnen.

Schoolreis

Vanaf groep 3 hebben alle leerlingen een jaarlijks school­reisje. Groep 3 gaat naar een niet te ver afgelegen bestemming. De groepen 4 t/m 7 gaan met de bus eropuit. Groep 8 gaat op schoolkamp.

Schooltijden

Alle kinderen hebben dezelfde schooltijden, behalve op woensdag en vrijdag.

groep 1, 2, 3 en 4

08.30 uur - 12.00 uur

13.15 uur - 15.15 uur

woensdagochtend: 08.30 uur - 11.30 uur

vrijdagmiddag vrij

groep 5 t/m 8

08.30 uur - 12.00 uur
13.15 uur - 15.15 uur
woensdagochtend: 08.30 uur - 12.30 uur

De kinderen zijn ’s ochtends welkom vanaf 8.15 uur.

Afwijkingen van de schooltijden geven we altijd door.

We vinden veiligheid belangrijk. Parkeer uw auto daarom alleen in de parkeervakken. Dus niet op de weg.

Speelgoedochtenden

De laatste vrijdag voor de vakanties mogen de kinderen van groep 1, t/m 5 speelgoed meenemen, om hier tijdens de ochtend mee te spelen. We ver­zoeken u om geen groot speelgoed mee te geven, vanwege de beperkte ruimte in de klas.

Stagiaires

Dit jaar begeleiden we stagiaires van de Marnix Academie te Utrecht.

Studiemiddagen

Het rooster bestaat uit meer uren dan noodzakelijk. Dit wordt gecompenseerd met een aantal ‘studiemiddagen’. De kinderen zijn dan vrij; het team benut deze tijd om te vergaderen, nieuwe ont­wikkelingen te bestuderen en dergelijke. Deze middagen staan tijdig vermeld in de jaarlijkse bijlage, in de schoolkrant en in de nieuwsbrief.

Tropenrooster

Als het in de zomer zo heet wordt dat lesgeven niet meer mogelijk is, dan stappen we over op het tropenrooster. Hierbij hebben de kleuters les van 8.30 tot 12.15 of 13.15 uur, en de hogere groepen van 8.00 tot 12.15 of 13.45 uur. De tijden hangen af van hoeveel dagen we het tro­penrooster hanteren.

Mocht het zover komen, dan raadplegen we de MR. Ook informeren we u over de pre­cieze tijden.

Uitstroomgegevens

Onze oud-leerlingen vertrokken per 1 augustus naar:.

  • Aloisius College - 1

  • Alberdingk Thijm College - 2

  • Comenius College - 5

  • Hilfertsheem Beatrix - 8

  • Roland Holst College - 1

  • Savornin Lohmanmavo - 2

  • Vechtstede College - 4

  • Wellant - 1

Urenverdeling van de lessen

Uren voor

Kleuters

Lichamelijke ontwikkeling

8.25

Taal

2.45

Ontwikke­lings­materialen

2.00

Expressie

2.15

Verstandelijke ontwikkeling

3.50

Overig

3.45

 

Uren voor

Gr. 3

Gr. 4

Gr. 5

Gr. 6

Lich. oef.

2.30

2.00

2.45

2.00

Taalontwikkeling

8.40

6.30

6.30

6.15

Rekenen/

wiskunde

3.00

2.15

2.15

2.00

Wereldoriëntatie

1.10

3.00

3.00

3.15

Verkeer

0.30

0.45

0.45

0.45

Expressie

3.10

1.30

1.30

1.30

Godsdienst

2.45

2.15

2.15

2.15

Pauze

1.15

1.15

1.15

1.15

Werkles

 

5.45

5.15

6.45

 

Uren voor

Gr. 7

Gr. 8

Lich. oef.

2.25

2.10

Taalontwikkeling

6.00

5.05

Rekenen/wiskunde

2.00

1.55

Engels

0.45

0.30

Zaakvakken

2.20

0.55

Verkeer

0.30

0.30

Expressie

2.15

2.45

Godsdienst

2.30

2.30

Pauze

1.15

1.15

Werkles

6.00

8.25

Tijdens de werkles werken de kinderen aan vakken als rekenen, taal, schrijven, wereldoriëntatie, expressie en dergelijke. Daardoor worden voor deze vakken minder uren opgevoerd.

De groepen 1 t/m 4 werken bij elkaar 3544 uur en groep 5 t/m 8 werken ieder 1001 uur per jaar.

Vakanties

Voor ieder cursusjaar stellen we de vakanties vast. Deze vermelden we steeds in de schoolkrant, de maandkalen­der en in de jaarlijkse bijlage van de schoolgids. Dit geldt ook voor de extra vrije dagen en studiemiddagen.

Het onderbreken van het schooljaar buiten de normale vakanties om, is niet in het belang van uw kind. Wij verzoeken u dan ook nadrukkelijk rekening te houden met de vastgestelde vakanties. Zie ook onder Leerplicht.

Vakantierooster 2009-2010

Herfstvakantie

19 t/m 23 oktober

Studiemiddag

2 november

Kerstvakantie

21/12 t/m 1 januari

Studiedag

14 januari

Voorjaarsvak.

22 t/m 26 februari

Studiedag

18 maart

Studiemiddag

1 april

Paasdagen

2 en 5 april

Meivakantie

30 april  t/m 14 mei

Pinksteren

24 mei

Studiedag

8 juni

Zomervakantie

12 juli t/m 20 augustus

 

Verjaardag

Wanneer uw kind jarig is, vieren we dit ook op school. U bent in groep 1, 2 en 3 van harte welkom tijdens de vie­ring, neem uw fototoestel mee! De kinderen vanaf groep 4 trakteren ’s middags, behalve op woensdag.

Volgens traditie gaan de jarige kinderen met een grote kaart langs de leerkrachten, die er een wens op schrijven. We stellen de kinderen – ook de kleintjes – hiertoe ’s middags in de gelegenheid. Het is bij deze rondgang door de klassen niet de bedoeling dat er in die klassen getrak­teerd wordt aan vriendjes. We willen ‘scheve ogen’ bij andere kinderen graag voorko­men.

Wat de traktaties betreft hopen we dat u het met ons eens bent: wees zuinig op tanden en kiezen. Dat geldt overi­gens ook voor de tanden en kiezen van de leerkrachten (en hun lijn).

Verzekering

Het bestuur van Stichting Proceon heeft een verzekeringspakket afgesloten, bestaande uit een ongevallenverzekering en een aansprakelijkheidsverzekering. Op grond hiervan zijn alle betrokkenen bij schoolactiviteiten (leerlingen, personeel, vrijwilligers) verzekerd. De verzekering geeft recht op een (beperkte) uitkering, indien een ongeval tot blijvende invaliditeit leidt. Ook zijn de geneeskundige en tandheelkundige kosten gedeeltelijk mee verzekerd, voor zover uw eigen verzekering geen dekking biedt (bijvoorbeeld door eigen risico). Materiële schade (kapotte bril, fiets etc.) valt niet onder de dekking.

De aansprakelijkheidsverzekering biedt zowel de school zelf als de mensen die voor de school actief zijn (bestuursleden,  personeel, vrijwilligers) dekking tegen schadeclaims ten gevolge van onrechtmatig handelen.

Maar….. , de school dan wel het schoolbestuur is niet (zonder meer) aansprakelijk voor alles wat tijdens de schooluren en buitenschoolse activiteiten gebeurt. Wanneer dit wel het geval zou zijn, zou alle schade die in schoolverband ontstaat door de school moeten worden vergoed. Deze opvatting leeft wel bij veel mensen, maar is gebaseerd op een misverstand. De school heeft pas een schadevergoedingsplicht, wanneer er sprake is van een verwijtbare fout dus als de school tekort geschoten is in haar rechtsplicht. Als bijvoorbeeld tijdens de gymnastiekles een bal tegen een bril komt, valt die schade niet onder de aansprakelijkheidsverzekering, en wordt dus niet door de school vergoed.

De school is evenmin aansprakelijk voor schade door onrechtmatig gedrag van leerlingen. Leerlingen (beter gezegd: hun ouders) zijn primair zelf verantwoordelijk voor hun doen en laten. Een leerling die tijdens de schooluren of tijdens andere door de school georganiseerde activiteiten door onrechtmatig handelen schade veroorzaakt, is daar dus in de eerste plaats zelf (beter: de ouders) verantwoordelijk voor. Daarom raden we u aan zelf een particuliere aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten.

Website

We hebben een eigen website: www.warinschool.nl.

Bezoekers krijgen een digitale rondlei­ding en kunnen veel informatie van de werkstukkensite halen. Ook de maand­kalender en het eerste deel van de schoolkrant zijn hierop te vinden, evenals het huiswerk van groep 6, 7 en 8. Verder de diverse brieven die ook met de kinderen mee­gegeven zijn. Sinds kort staat veel informatie over daltononderwijs op onze site.

Ziekmelding

Indien uw kind thuis moet blijven in verband met ziekte of iets dergelijks, wilt u ons dan voor schooltijd daarover bel­len:

ons nummer is 251351.

Als uw kind onder schooltijd ziek wordt, bellen wij u op.

Bij langdurige ziekte van uw kind kan gebruik worden gemaakt van een gespe­cialiseerde consulent van het EDI, die als taak heeft zowel de leerkracht als de leerling te begeleiden in het veranderde leerproces. Aanmelding voor begeleiding aan uw kind gaat via de leerkracht. Aan­meldings­formulieren zijn op school aanwezig.

Ziekte van leerkrachten

Als een leerkracht ziek is, doet de direc­tie haar uiterste best om een invalskracht te vinden. Mocht dit onverhoopt niet lukken, dan zoeken we binnen de forma­tie naar ruimte om de groep op te vangen. Zonodig verdelen we de kinderen van de zieke leerkracht over de overige groepen. In het uiterste geval moeten we de kinde­ren naar huis sturen.

Onze adverteerders