brievencontactdaltondownloadshuiswerknieuwsbrief

 
 

NijntjeProceonrondleidingschoolgidsschoolkrantthuispaginawerkstukken

 
     
 

 

Jaargang 36

Juli  2010

nummer 147

 

Voorwoord

Deze Warinkrant is heel dik geworden, omdat er dit keer veel te schrijven was. Voordat ik verder ga, wil ik de Petra Vossepoel verwelkomen als redacteur van de Kinderkrant. Zij neemt dit werk over van Jeanette Blok, die dit werk een flink aantal jaren voor haar rekening heeft genomen. Jeanette, het leek me gepast om je in deze krant je in het zonnetje te zetten.

 

In de vorige aflevering heb ik geschreven over het belang van een taalrijke omgeving. Niet lang erna kwam ik een interview met Jelle Jolles, hoogleraar aan de Vrije Universiteit. Hierin onderstreept hij het belang van voorlezen voor de ontwikkeling van de hersenen.

Tot voor kort raadden onderwijsbegeleiders ons aan om kinderen met een leerachterstand een individueel hulpplan te geven. Zo nodig adviseerden ze ons om hiervoor een methode te gebruiken die beter bij de mogelijkheden van het betreffende kind zou passen. Inmiddels is men hiervan afgestapt. Men raadt leerkrachten nu aan om groepsplannen te schrijven. Deskundigen hebben hiervoor een manier ontwikkeld die de 1-zorgroute wordt genoemd. Naar aanleiding van het bezoek van de inspecteur vorig jaar heeft het team besloten om de leerlingenzorg op een hoger niveau te krijgen. Dat heeft geresulteerd in het inkopen van begeleiding om 1-zorgroute vorm te geven. Deze manier van werken hebben als eerste bij spelling opgepakt. U leest in dit blad hier meer over.

 

De vakantie staat voor de deur. Mogelijk wandelt u een keer door een bos. De kans dat u een teek op loopt is groter dan vroeger. Net als in het recente verleden heb ik een artikel over teken opgenomen.

Mocht u voor de vakantie er niet aan toekomen de Warinkrant te lezen, neem deze dan mee op vakantie.

Rest mij u een goede vakantie toe te wensen.

 

Peter van den Doel

 

Jeanette Blok en de Kinderkrant

Toen ik 23 jaar geleden het roer van mijn voorganger Fred ten Barge overnam, heb ik meteen de Kinderkrant ingesteld. Vanaf het begin waren het moeders die de verzorging ervan op zich namen. Voor zover ik me kan herinneren hebben vier vrouwen zich met deze taak belast, waarvan Jeanette Blok verreweg het langst redacteur van de Kinderkrant is geweest. Ik weet niet wanneer ze precies begonnen is, maar volgens mij is dat ruim tien jaar geleden.

Jeanette heeft altijd op een bescheiden manier haar steentje aan de school bijgedragen. Altijd op de achtergrond en bijna altijd aan het oog onttrokken. Zo heeft ze de deuren van de kleuterlokalen van een vrolijke kleur voorzien. In het oude deel van de school hangen voor de bovenramen aan de gangkant gordijnen. Wie ze in elkaar heeft gezet? Jeanette. Zo is haar bijdrage aan de school nog heel lang te zien zonder dat iemand weet, dat zij al dit werk in stilte heeft verricht. Toen de school veertien jaar geleden verbouwd werd, hebben we met een aantal ouders sloopwerkzaamheden verricht. Wie erbij was? Jeanette natuurlijk samen met haar man Koen.

Beste Jeanette, langs deze weg wil ik je bedanken voor het vele werk, dat je in stilte en in bescheidenheid voor de school hebt verricht.

 

Het belang van voorlezen

Intellectuele ontwikkeling gaat door tot na het twintigste levensjaar

Taalontwikkeling en leren rekenen gaan niet alleen over woorden en zinnen, getallen en verhoudingen, maar ook over denken en sociale relaties. Hoogleraar Jelle Jolles: "Lezen en voorlezen zijn zo belangrijk. Je maakt een visuele voorstelling van wat je leest of hoort, daarmee stimuleer je het brein:'

Taal en denken hangen samen, zegt de Amsterdamse hoogleraar Hersenen, Gedrag en Educatie Jelle Jolles. Zo kan een scholier van dertien woordelijk herhalen wat zijn moeder van hem wil: spullen opruimen, huiswerk maken. Maar waarom doet hij het niet? "Hersenonderzoek laat zien dat de paden in het brein om van taal naar handeling te komen, niet actief zijn. Het omzetten van taal naar handeling gebeurt niet. Dat moet nog geleerd worden:'

Figuur  SEQ Figuur \* ARABIC 1"Jongens leren langzamer taal dan meisjes, maar zijn weer sneller in het leren van abstracties"

In de hersenen worden verbindingen aangelegd tussen zaken als oorzaak en gevolg, gedachte en handeling, objecten die met elkaar te maken hebben.

"Een jong kind ziet al zinvolle verbanden. Er worden verbindingen aangelegd in de hersenen. Bij een kind zijn het dunne verbindingen, maar wel een heleboel. Bij volwassenen  zie je er minder, maar ze zijn sterker." Lezen en voorlezen zijn heel belangrijk om die verbindingen te verstevigen. "Je stimuleert een kind ermee.

Niet alleen omdat hij of zij taal hoort, of voor zich ziet, maar ook omdat het kind een voorstelling erbij maakt. Zo creëer je ruimtelijk inzicht. Als het gaat over een vogeltje dat van hier naar daar vliegt zie je iets voor je: vliegt het over een weiland? Over een bos? Over schoorstenen? Dat is ook erg belangrijk in het voortgezet

onderwijs en voor kinderen met een andere moedertaal: een voorstelling maken bij lezen. Als je je een handeling voorstelt, zijn dezelfde hersendelen actief als wanneer je die handeling ook uitvoert:'

 

"Ontwikkeling zit niet in de genen'; vertelt Jelle. "Prikkels van ouders, leerkrachten, vrienden doen ertoe en zijn nodig voor intellectuele ontwikkeling.

De hersenstructuur rijpt tot na het twintigste levensjaar, ontdekten wetenschappers een paar jaar geleden. Je moet daarom lang doorgaan met stimuleren, en veel methodes aanbieden waarop iets kan worden opgelost. Gebruik materiaal waarmee verschillende routes aangelegd kunnen worden in het brein. Informatieverwerking kan via woorden of beeld, ruimtelijk of voelend of handelingsgericht. Sommige kinderen zijn op een bepaald gebied trager of juist sneller. Gebruik daarom ook gymnastiek en drama bij taal of rekenen:'

Voor het onderwijs is het belangrijk rekening te houden met de ontwikkeling van het brein. "We weten bijvoorbeeld dat tot het veertiende jaar plaatjes beter blijven hangen

"Koppel altijd beelden aan tekst"

dan woorden. Dus moetje altijd beelden koppelen aan tekst. Jongens leren langzamer taal dan meisjes, maar zijn weer sneller in het leren van abstracties. Dus moetje meisjes daarin extra stimuleren, ze ook meer stimuleren in wiskunde. Roddelen, rondhangen, het zijn dingen die jongeren vanzelf doen. En het helpt hun ontwikkeling. Zo leren ze hun plek in de sociale hiërarchie, ze leren omgaan met emoties, ze leren die verwoorden, ze leren ook samenwerken. Toneelspelen en drama zijn daarvoor ook goed:'

Maak gebruik van deze inzichten, zegt Jelle. "Een gedragsprobleem van een kind kan een taalprobleem zijn. Wanneer je verschillende kinderen verschillend benadert, zorgt dat ze door je opvoeding en didactiek meerdere routes aanleggen, ze moeilijke woorden laat leren, het abstraheren en visualiseren traint, kun je kinderen helpen zich optimaal te ontplooien. Zoek het talent!"

 

Figuur  SEQ Figuur \* ARABIC 2 Jelle Jolles is hoogleraar Hersenen, Gedrag en Educatie aan de Vrije Universiteit

Spelling en leerlingenzorg

Inzichten veranderen. Tot voor kort raadden onderwijsbegeleiders ons aan om kinderen met een leerachterstand een individueel hulpplan te geven. Zo nodig adviseerden ze ons om hiervoor een methode te gebruiken die beter bij de mogelijkheden van het betreffende kind zou passen. Inmiddels is men hiervan afgestapt. Men raadt leerkrachten nu aan om groepsplannen te schrijven. Deskundigen hebben hiervoor een manier ontwikkeld die de 1-zorgroute wordt genoemd. Naar aanleiding van het bezoek van de inspecteur vorig jaar heeft het team besloten om de leerlingenzorg op een hoger niveau te krijgen. Dat heeft geresulteerd in het inkopen van begeleiding om 1-zorgroute vorm te geven. Deze manier van werken hebben als eerste bij spelling opgepakt.

 

1-zorgroute

Bij de 1-zorgroute werkt men met groepsplannen. Daarvoor moet je een goed overzicht van je groep op papier hebben. In zo’n groepsoverzicht noteer je de namen van alle kinderen met daarbij de resultaten van de laatste toetsen. Dit zijn dan methodegeboden en niet methodegebonden toetsen, zoals die van het Cito-leerlingvolgsysteem. In het groepsoverzicht vermeld je leerlingkenmerken, zoals bijvoorbeeld de opmerking dat een kind dyslectisch is, dat het van lezen houdt, dat het taalvaardig is of juist een gebrekkige uitspraak heeft. Tot slot benoem je de onderwijsbehoefte van de kinderen, zoals de behoefte aan verlengde instructie bij een bepaald vak.

Nadat de leerkracht dit heeft opgesteld, maakt deze een groepsplan. Hierin verdeelt zij de groep in drieën: de kinderen die helemaal geen moeite hebben met spelling (de zonnetjes), de gemiddelde leerlingen (de maantjes) en kinderen die extra instructie nodig hebben (de sterretjes). Het kan gebeuren, dat een kind in geen van deze groepen valt, zoals een kind met een zware vorm van dyslexie of een kind met zeer weinig leervermogen.

In het groepsplan vermelden we ook, wat we de kinderen de komende maanden willen aanleren. Hierbij vermelden we spellingcategorieën, zoals de woorden met een open of een gesloten lettergreep, woorden met –cht enz. Met spelling krijgen de sterretjes langer instructie dan de andere kinderen, omdat zij het probleem minder snel begrijpen. Om te voorkomen dat de zonnetjes en maantjes zich tijdens de instructie gaan vervelen, mogen zij doorwerken, terwijl de sterretjes langer uitleg krijgen en ook meer en sneller feedback van de leerkracht krijgen.

Een groepsplan is vier tot vijf maanden van kracht. De directeur en de intern begeleider bespreken de resultaten ervan met de leerkrachten, waarbij enkele vragen centraal staan:

·      hoe is het je gelukt om de opbrengsten te verbeteren;

·      wat had je moeten doen om het gewenste resultaat te behalen, mochten de opbrengsten tegenvallen;

·      welke aanpak hanteer je in de volgende periode.

 

Onze ervaringen

Afgelopen voorjaar hebben we daadwerkelijk de 1-zorgroute ingevoerd, voor zover het spelling betreft. Deskundigen hebben ons aangeraden om voorlopig één vakgebied te kiezen, waar we de 1-zorgroute gebruiken. In de loop van de komende jaren zullen we heet repertoire uitbreiden. De leerkrachten hebben de volgende voordelen ervaren:

·       we gaan efficiënter met de tijd om;

·       we zijn ons meer bewust van de niveauverschillen binnen de groep;

·       we ‘behandelen’ meer kinderen tegelijkertijd;

·       de hulp is overzichtelijk omdat het op papier staat;

·       de aanpak heeft een structureel karakter;

·       we onderkennen het belang van verlengde instructie meer dan voorheen;

·       hogere opbrengsten, waarover straks meer;

·       we hebben een beter zicht op welke leerstof aan bod komt.

We zien ook nadelen:

·       de administratie is bewerkelijk;

·       verschillende niveaus in combiklassen is veel werk;

·       sommige kinderen hebben nog een individueel plan dat actueel is;

·       sommige kinderen hebben de neiging om vooruit te werken. Hiervoor moeten we waken, omdat er dan instructie wordt gemist.

 

Succesfactoren

Ik heb de leerkrachten gevraagd, wat succesvol is geweest in hun aanpak. De hogere opbrengsten zijn te danken aan de volgende factoren:

·       de leerkrachten accepteren niet zonder meer, dat kinderen ergens zwak in zijn;

·       de leerkracht heeft een duidelijk overzicht van wie wat op welk ogenblik aangeboden krijgt;

·       we geven verlengde instructie aan de sterkinderen, waarbij de opdrachten grondig worden doorgenomen;

·       leerkrachten oefenen met enkele kinderen apart;

·       we maken consequent tijd vrij om de sterkinderen instructie te geven;

·       de ster-kinderen en de onzekere kinderen krijgen bij de zelfstandig te verwerken bladzijde toch instructie;

·       er worden vaker auditieve oefeningen aangeboden, waarbij in de kring meer gedifferentieerd wordt;

·       sommige kinderen hebben baat bij het aanbieden van extra werkbladen;

·       het computerprogramma Spellingwerk wordt zowel op school als thuis ingezet;

·       er is veel controle en directe feedback;

·       de leerkracht vertelt het doel van de les aan het begin van de instructie, zodat de kinderen weten waar ze op moeten letten;

·       er is bij de sterretjes sprake van begeleide inoefening;

·       groep 6 leert bij de werkwoordspelling het werkwoordschema te hanteren.

 

Hogere opbrengsten

De opbrengsten met spelling zijn het laatste halfjaar sterk verbeterd. Toch wil ik allereerst een relativerende opmerking maken. Bij de leerlingvolgsysteemtoetsen van januari waren sommige spellingscategorieën nog niet aan bod gekomen. Zo had groep 7 nog geen kennis gemaakt met het trema, terwijl er in het dictee vier van dergelijke woorden voorkwamen. Dit beïnvloedde het resultaat negatief. In het onderstaand overzicht heb ik groep 8 buiten beschouwing gelaten, omdat er aan het einde van groep 8 geen lvs-toetsen afgenomen worden.

43% van de kinderen zijn op een hoger niveau terecht gekomen, terwijl 4% in niveau is gezakt. 53% is op hetzelfde niveau gebleven, waarbij opgemerkt moet worden, dat de helft daarvan al op een acceptabel niveau zat.

 

Onderzoek

KPC Groep heeft onderzoek verricht op basisscholen die tenminste één jaar met de 1-zorgroute werken. In dit onderzoek stonden twee vragen centraal:

  1. Wat zijn de resultaten van de invoering?

Uit het onderzoek komt naar voren dat de resultaten van het werken met de 1- zorgroute positief zijn:

·      driekwart van de respondenten is tevreden;

·      er wordt een duidelijke meerwaarde ervaren;

·      op alle uitgangspunten van de 1-zorgroute treedt verandering in positieve zin op;

·      de aanpak biedt impulsen voor kwaliteitsverbetering van de leerlingenzorg;

·      met groepsplannen wordt het rekening houden met verschillen meer hanteerbaar voor leraren en kunnen zij de onderwijszorg in school te verbeteren.

  1. Hoe verloopt de implementatie in school?

Invoering van de 1-zorgroute is een intensief en langdurig traject dat hoge eisen stelt aan de professionaliteit van leraren, intern begeleider en schoolleider. Vooral het benoemen van onderwijsbehoeften en het versterken van het klassenmanagement zijn belangrijke aandachtspunten.

 

Tot slot

Werken met de 1-zorgroute is een succes gebleken. We gaan hiermee door.

In dit traject hebben we een steek laten vallen. Binnen het team hebben we afgesproken, dat we ouders van zorgleerlingen op de hoogte houden van onze aanpak. Gebleken is echter, dat niet alle leerkrachten de ouders van de ster-kinderen de ouders hiervan in kennis hebben gesteld.

 

Juf Hiltje

Hiltje MeesterEen flink deel van ons schoolteam werkt al heel lang op de Warinschool. Zelfs zo lang, dat de kinderen van oud-leerlingen inmiddels naar het vervolgonderwijs zijn gegaan. Er zijn stemmen die beweren, dat je elke vijf jaar van baan (lees: school) zou moeten veranderen. Toen ik halverwege de jaren zeventig vier jaar op mijn vorige school werkte, had ik het gevoel, dat ik me in onderwijskundig opzicht niet verder kon ontwikkelen. Ik kan me goed voorstellen ,dat iemand er voor kiest om na betrekkelijk korte tijd van school te veranderen. Dat geldt natuurlijk ook voor juf Hiltje, hoewel ik graag had gezien dat ze ons team langer had versterkt.

 

Ik heb juf Hiltje van het begin af aan een kanjer gevonden. Ze heeft met overtuiging voor het vak van lerares gekozen. Toen ze haar propedeuse op de pabo haalde, brak ze deze opleiding af om orthopedagogiek te studeren. Daarna vervolgde ze in deeltijd de pabo. Je zou dit de omgekeerde weg kunnen noemen. Naast haar parttime baan als orthopedagoog aan het Hilfertsheem-Beatrix wilde Hiltje nog enkele dagen voor een basisschoolgroep staan. Daarbij heeft ze niet voor de weg van de minste weerstand gekozen. Een 3/4-combinatie van ruim 30 kinderen is zwaar, zeker om mee te beginnen. Ik heb bewondering voor de manier, waarop zij deze taak heeft vervuld. Ze werkte regelmatig tot half zeven op school. In het weekend bereidde ze haar deel van de weektaak voor. Ik heb haar nooit horen klagen, dat haar iets te veel was. Haar inbreng tijdens de vergaderingen was positief en opbouwend. Ik heb bij Hiltje nooit het gevoel gehad, dat ze een startende, onervaren leerkracht was.

 

Wat ik vind is niet het belangrijkste. De kinderen, daar gaat het om. De kinderen houden van haar en omgekeerd natuurlijk. Ze wisten waar ze met Hiltje aan toe waren. Ze gaf goed les en ze kon samen met juf Yvonne de zaak goed organiseren. Ook de ouders zijn op haar gesteld. Ik heb in ieder geval nooit het tegendeel horen beweren.

Ik wens juf Hiltje veel succes met de banen, waarmee ze haar carrière voortzet. We zullen haar als mens en collega missen.

 

Oudertevredenheidspeiling

 

Onlangs hebben ouders van onze school aan een tevredenheidsonderzoek meegewerkt. 105 ouders/verzorgers hebben de vragenlijst ingevuld en daarmee komt de respons voor de peiling op 63%. Enkele weken geleden ontving ik de uitslag die uit allerlei overzichtjes, tabelletjes en teksten bestond. Hieronder vindt u een samenvatting.

Het rapportcijfer van de ouders is een 7.0. De ouders waarderen de onderbouw meer dan de bovenbouw.

Belangrijk voor ouders en school

De meeste ouders (90%) zien hun kind met plezier naar school gaan. Over de vorderingen die hun kind maakt zijn de meeste ouders (81%) tevreden.

83 % van de ouders geeft aan actief te zijn als hulpouder of commissielid.. Verreweg de meeste ouders (91%) helpt regelmatig met huiswerk, opdrachten. De ouderavonden worden door 85 procent van de ouders vaak bezocht, terwijl 99% de nieuwsbrief vaak leest.

De zorg en aandacht die de school heeft voor de leerlingen is voor ouders het belangrijkste motief om voor onze school te kiezen.

Voor 63 procent van de ouders is duidelijk wat de school te bieden heeft, voor 16 procent is dit niet duidelijk. Volgens 39 procent van de ouders staat de school goed bekend, 24% vindt van niet. 66 procent van de ouders vindt de schriftelijke informatie van de school aantrekkelijk.

De leerkracht wordt door de ouders als belangrijkste aspect voor een goede school genoemd. 89% van de ouders zegt tevreden te zijn over de vakbekwaamheid van de leerkracht. Ook over de mate waarin de leerkracht naar de ouders luistert zijn de ouders tevreden. De leerkracht krijgt van de ouders als tevredenheidscijfer een 7.4.

Veel ouders zijn tevreden over de omgang van de leerkracht met de leerlingen (82%). Wel geven de ouders aan dat er meer aandacht moet komen voor pestgedrag. Ook over de begeleiding van leerlingen met problemen zijn ouders minder tevreden (23%).

De sfeer op de Warinschool wordt door de ouders gewaardeerd met een 6.7. Het meest tevreden zijn de ouders over de aandacht voor normen en waarden. Minder tevreden is men over de rust en orde in de klas.

Voor kennisontwikkeling geven ouders de Warinschool een 7.1. Over de aandacht voor rekenen en taal zijn relatief veel ouders over de aandacht voor goede prestaties.

Relatief veel ouders zijn tevreden over de aandacht voor godsdienst/levensbeschouwing en de aandacht voor uitstapjes en excursies. Over de aandacht voor creatieve vakken zijn de ouders minder tevreden. Wat betreft persoonlijke ontwikkeling geven de ouders de school een 7.0.

 

Minder belang, maar niet onbelangrijk

Hieronder staan de vijf aspecten die ouders minder belangrijk vinden voor een goede school.

89% van de ouders is tevreden over de gelegenheid om met de directie te praten. 85 procent van de ouders is tevreden over de informatievoorziening over de school. Minder tevreden zijn de ouders over de informatievoorziening over het kind. 19% is hier ontevreden over.

81% van de ouders is tevreden over de duidelijkheid van de schoolregels, 17% is hierover ontevreden. 77 procent zegt tevreden te zijn over de opvang bij afwezigheid van de leerkracht. Minder tevredenheid is er over de rust en orde op school.

De ouders zijn het meest tevreden over de speelmogelijkheden op het plein en de veiligheid op het plein. Ook het uiterlijk en de inrichting van het schoolgebouw worden goed gewaardeerd.

Veel ouders (90%) zijn tevreden over de huidige schooltijden. Over het overblijven is 72% tevreden en 16% ontevreden.

Het vervolg

Voor ons is dit onderzoek aanleiding om aan het pedagogisch klimaat te gaan werken. We laten ons inspireren door de Daltonpijlers: vrijheid,zelfstandigwerken en verantwoordelijkheid. Vooral vrijheid, die goed gestalte krijgt bij het verwerven van discipline en het hanteren van regels krijgt daarbij veel aandacht. het pedagogisch klimaat te verbeteren. Daarbij willen we in de eerste plaats weten, welke beelden ouders hebben bij onderdelen die zij als minder positief ervaren. Daarop zullen we beleid maken in de verwachting, dat de school er beter op wordt. Kort na de zomervakantie willen we ouders benaderen om hierover in gesprek te gaan.

 

Is mijn kind niet te jong voor een Daltonschool!

Een Daltonschool werkt met weektaken, waaraan kinderen zelfstandig gaan werken. Ze plannen wat ze gaan doen en wanneer. Ze zorgen ervoor dat hun taken aan het eind van de week af zijn.

Niets voor kleuters….toch?

Mis! Op de Warinschool krijgen ook kleuters al een weektaak. Een kaartje, waarop vijf plaatjes staan. Elk plaatje staat voor een bezigheid: blokken voor de bouwhoek, potloden voor tekenen, een plakselpot en kwast voor een plakwerkje, enzovoorts.

Op maandag wordt deze weektaak samen bekeken en besproken. De juf vertelt hoe de werkjes gedaan moeten worden en doet dit zo nodig voor.

Elk kind kiest waar het eerst mee wil beginnen. Is het werkje af, dan wordt het afgetekend in de kleur van de dag. Op maandag is dat rood, op dinsdag blauw, op woensdag oranje, op donderdag groen en op vrijdag geel. Zo begrijpen ze ook beter hoe lang een week duurt. (Regelmatig vertelt een kind, dat het bv. op de gele dag bij oma gaat logeren!)

Sommige kinderen werken heel enthousiast hun kaart af en kunnen dan op woensdag een volle kaart laten zien. Op donderdag en vrijdag mogen ze dan iets buiten de weektaak om kiezen. Andere kinderen willen eerst spelen…..maar de weektaak moet wèl vol! Hier stuurt de juf waar nodig bij.

Aan het einde van de week zijn de weektaken vol en hebben de kleuters een sticker verdiend. Trots nemen ze hun weektaak mee naar huis!

 

Wij geven toe, dat de kinderen nog erg jong voor deze grote woorden zijn: taakbesef, zelfstandigheid en werkplanning. Maar niet voor niets zegt het spreekwoord 'Jong geleerd is oud gedaan'. Spelenderwijs leren de kleuters hier al heel veel van, dat van nut is in hun verdere schoolcarrière.

 

 

VAKANTIEROOSTER  EN VRIJE DAGEN  2010-2011

 Plan uw vakanties in de genoemde weken.

Reserveer geen vakanties buiten deze data om

zonder toestemming voor verlof van de directie.

 

zonnetje.gif image by judelienZomervakantie 12 juli t/m 20 augustus

Studiemiddag               20 september

Herfstvakantie             25 t/m 29 oktober

Studiemiddag               23 november

zonnetje.gif image by judelienKerstvakantie              20 t/m 31 december

Studiemiddag               27 januari

Voorjaarsvakantie       21 t/m 25 februari

Studiemiddag               7 maart

Studiemiddag               21 april

Paasdagen                   22 en 25 april

Meivakantie                 2 t/m 6 mei

Hepi                            2 t/m 13 juni

Studiemiddag               21 juni

Zomervakantie 25 juli t/m 2 september

 

 

                                     

 

 

Laat je niet beetnemen door een teek!

Wat is een teek?

Een teek is een klein spinachtig beestje zo groot als een speldenknop (1-3 mm). Teken vinden het heel fijn om op je huid te gaan zitten. Teken hebben bloed nodig om te blijven leven en daarom gaan ze op mensen en dieren zitten. Het zijn parasieten. Teken zuigen zich vast in je huid en drinken zo jouw bloed.

 

 

Hoe kom je aan teken?

Teken kun je vooral krijgen van maart tot en met oktober. Je vind ze in de bossen en de duinen, maar ook in de tuin of het park. Ze zitten daar in hoog gras en in struiken. Teken laten zich vallen op mensen en dieren om zich vol te zuigen met bloed. Ze zoeken het liefst een warm, vochtig plekje op, zoals in je oksel, knieholte, in je lies of op je buik. Soms gaan ze ook in je hals, op je hoofd of achter je oren zitten.

 

Kun je ziek worden van een tekenbeet?

Van een tekenbeet kun je ziek worden. In Nederland zijn veel teken: 25% van alle teken zijn besmet. Het is heel belangrijk om de teek binnen 24 uur eruit te halen. Van een besmette teek kun je de ziekte van Lyme krijgen. In het begin zijn het griepverschijnselen. Later kunnen klachten aan het hart, zenuwstelsel en de gewrichten ontstaan. Als je enkele dagen tot enkele weken na de tekenbeet een rode ring of (soms blauwachtige) vlek ziet rond de plaats van de beet moet je naar de huisarts gaan.

Hoe haal je een teek uit je huid?

Een teek uit je huid halen, doet helemaal geen pijn. Haal een teek er liever niet zelf uit, maar vraag je ouders of een andere volwassene om dat te doen. Je ouders hebben een pincet nodig. Dat pincet zetten ze over de teek, zo dicht mogelijk op de huid (niet vooraf verdoven met alcohol of olie!). De teek wordt voorzichtig recht uit de huid getrokken. Als er een stukje van de monddelen blijft zitten is dat ongevaarlijk. Dat groeit er vanzelf weer uit net als bij een splinter.

Om het wondje te ontsmetten moet je wat jodium of alcohol (70%) gebruiken. Ook de datum van de tekenbeet opschrijven, voor het geval je na een tijdje misschien ziek wordt.

 

Laat je niet beetnemen door een teek!

 

Tips om te zorgen dat de teek jou niet te pakken krijgt:

Het allerbelangrijkste:

·          Laat na het spelen je lichaam nakijken of er een teek op zit.

·          Klop je kleren af.

·          Blijf in de duinen en bossen op de paden.

·          Speel niet tussen de struiken en het hoge gras.

·          Draag een lange broek en een T-shirt, het liefst met lange mouwen en zet een petje op.

·          Smeer je in met muggenolie met een speciaal middel erin (DEET). Dit helpt tegen muggen en teken.

 

Je voelt meestal niet dat er een teek op je zit. Als de teek binnen 24 uur eruit gehaald wordt, is de kans klein dat je ziek zal worden.