|
Jaargang 36 |
Juli 2010 |
nummer 147 |
Voorwoord
Deze
Warinkrant is heel dik geworden, omdat er dit keer veel te schrijven
was. Voordat ik verder ga, wil ik de Petra Vossepoel verwelkomen als
redacteur van de Kinderkrant. Zij neemt dit werk over van Jeanette
Blok, die dit werk een flink aantal jaren voor haar rekening heeft
genomen. Jeanette, het leek me gepast om je in deze krant je in het
zonnetje te zetten.
In de vorige
aflevering heb ik geschreven over het belang van een taalrijke
omgeving. Niet lang erna kwam ik een interview met Jelle Jolles,
hoogleraar aan de Vrije Universiteit. Hierin onderstreept hij het
belang van voorlezen voor de ontwikkeling van de hersenen.
Tot voor kort
raadden onderwijsbegeleiders ons aan om kinderen met een
leerachterstand een individueel hulpplan te geven. Zo nodig
adviseerden ze ons om hiervoor een methode te gebruiken die beter
bij de mogelijkheden van het betreffende kind zou passen. Inmiddels
is men hiervan afgestapt. Men raadt leerkrachten nu aan om
groepsplannen te schrijven. Deskundigen hebben hiervoor een manier
ontwikkeld die de 1-zorgroute wordt genoemd. Naar aanleiding
van het bezoek van de inspecteur vorig jaar heeft het team besloten
om de leerlingenzorg op een hoger niveau te krijgen. Dat heeft
geresulteerd in het inkopen van begeleiding om 1-zorgroute vorm te
geven. Deze manier van werken hebben als eerste bij spelling
opgepakt. U leest in dit blad hier meer over.
De vakantie
staat voor de deur. Mogelijk wandelt u een keer door een bos. De
kans dat u een teek op loopt is groter dan vroeger. Net als in het
recente verleden heb ik een artikel over teken opgenomen.
Mocht u voor
de vakantie er niet aan toekomen de Warinkrant te lezen, neem deze
dan mee op vakantie.
Rest mij u een
goede vakantie toe te wensen.
Peter van den
Doel
Jeanette Blok en de Kinderkrant
Toen ik 23 jaar geleden het roer van mijn
voorganger Fred ten Barge overnam, heb ik meteen de Kinderkrant
ingesteld. Vanaf het begin waren het moeders die de verzorging ervan
op zich namen. Voor zover ik me kan herinneren hebben vier vrouwen
zich met deze taak belast, waarvan Jeanette Blok verreweg het langst
redacteur van de Kinderkrant is geweest. Ik weet niet wanneer ze
precies begonnen is, maar volgens mij is dat ruim tien jaar geleden.
Jeanette heeft
altijd op een bescheiden manier haar steentje aan de school
bijgedragen. Altijd op de achtergrond en bijna altijd aan het oog
onttrokken. Zo heeft ze de deuren van de kleuterlokalen van een
vrolijke kleur voorzien. In het oude deel van de school hangen voor
de bovenramen aan de gangkant gordijnen. Wie ze in elkaar heeft
gezet? Jeanette. Zo is haar bijdrage aan de school nog heel lang te
zien zonder dat iemand weet, dat zij al dit werk in stilte heeft
verricht. Toen de school veertien jaar geleden verbouwd werd, hebben
we met een aantal ouders sloopwerkzaamheden verricht. Wie erbij was?
Jeanette natuurlijk samen met haar man Koen.
Beste
Jeanette, langs deze weg wil ik je bedanken voor het vele werk, dat
je in stilte en in bescheidenheid voor de school hebt verricht.
Het belang van voorlezen
Intellectuele ontwikkeling gaat door tot na het twintigste
levensjaar
Taalontwikkeling en leren rekenen gaan niet alleen over woorden en
zinnen, getallen en verhoudingen, maar ook over denken en sociale
relaties. Hoogleraar Jelle Jolles: "Lezen en voorlezen zijn zo
belangrijk. Je maakt een visuele voorstelling van wat je leest of
hoort, daarmee stimuleer je het brein:'
Taal en denken hangen
samen, zegt de Amsterdamse hoogleraar Hersenen, Gedrag en Educatie
Jelle Jolles. Zo kan een scholier van dertien woordelijk herhalen
wat zijn moeder van hem wil: spullen opruimen, huiswerk maken. Maar
waarom doet hij het niet? "Hersenonderzoek laat zien dat de paden in
het brein om van taal naar handeling te komen, niet actief zijn. Het
omzetten van taal naar handeling gebeurt niet. Dat moet nog geleerd
worden:'
Figuur SEQ
Figuur \* ARABIC 1"Jongens leren langzamer taal dan meisjes, maar
zijn weer sneller in het leren van abstracties"
In
de hersenen worden verbindingen aangelegd tussen zaken als oorzaak
en gevolg, gedachte en handeling, objecten die met elkaar te maken
hebben.
"Een
jong kind ziet al zinvolle verbanden. Er worden verbindingen
aangelegd in de hersenen. Bij een kind zijn het dunne verbindingen,
maar wel een heleboel. Bij volwassenen zie je er minder, maar ze
zijn sterker." Lezen en voorlezen zijn heel belangrijk om die
verbindingen te verstevigen. "Je stimuleert een kind ermee.
Niet
alleen omdat hij of zij taal hoort, of voor zich ziet, maar ook
omdat het kind een voorstelling erbij maakt. Zo creëer je ruimtelijk
inzicht. Als het gaat over een vogeltje dat van hier naar daar
vliegt zie je iets voor je: vliegt het over een weiland? Over een
bos? Over schoorstenen? Dat is ook erg belangrijk in het voortgezet
onderwijs en voor kinderen met een andere moedertaal: een
voorstelling maken bij lezen. Als je je een handeling voorstelt,
zijn dezelfde hersendelen actief als wanneer je die handeling ook
uitvoert:'
"Ontwikkeling zit niet in de genen'; vertelt Jelle. "Prikkels van
ouders, leerkrachten, vrienden doen ertoe en zijn nodig voor
intellectuele ontwikkeling.
De
hersenstructuur rijpt tot na het twintigste levensjaar, ontdekten
wetenschappers een paar jaar geleden. Je moet daarom lang doorgaan
met stimuleren, en veel methodes aanbieden waarop iets kan worden
opgelost. Gebruik materiaal waarmee verschillende routes aangelegd
kunnen worden in het brein. Informatieverwerking kan via woorden of
beeld, ruimtelijk of voelend of handelingsgericht. Sommige kinderen
zijn op een bepaald gebied trager of juist sneller. Gebruik daarom
ook gymnastiek en drama bij taal of rekenen:'
Voor
het onderwijs is het belangrijk rekening te houden met de
ontwikkeling van het brein. "We weten bijvoorbeeld dat tot het
veertiende jaar plaatjes beter blijven hangen
"Koppel altijd beelden aan tekst"
dan
woorden. Dus moetje altijd beelden koppelen aan tekst. Jongens leren
langzamer taal dan meisjes, maar zijn weer sneller in het leren van
abstracties. Dus moetje meisjes daarin extra stimuleren, ze ook meer
stimuleren in wiskunde. Roddelen, rondhangen, het zijn dingen die
jongeren vanzelf doen. En het helpt hun ontwikkeling. Zo leren ze
hun plek in de sociale hiërarchie, ze leren omgaan met emoties, ze
leren die verwoorden, ze leren ook samenwerken. Toneelspelen en
drama zijn daarvoor ook goed:'
Maak
gebruik van deze inzichten, zegt Jelle. "Een gedragsprobleem van een
kind kan een taalprobleem zijn. Wanneer je verschillende kinderen
verschillend benadert, zorgt dat ze door je opvoeding en didactiek
meerdere routes aanleggen, ze moeilijke woorden laat leren, het
abstraheren en visualiseren traint, kun je kinderen helpen zich
optimaal te ontplooien. Zoek het talent!"
Figuur SEQ
Figuur \* ARABIC 2 Jelle Jolles is hoogleraar Hersenen, Gedrag en
Educatie aan de Vrije Universiteit
Spelling en leerlingenzorg
Inzichten
veranderen. Tot voor kort raadden onderwijsbegeleiders ons aan om
kinderen met een leerachterstand een individueel hulpplan te geven.
Zo nodig adviseerden ze ons om hiervoor een methode te gebruiken die
beter bij de mogelijkheden van het betreffende kind zou passen.
Inmiddels is men hiervan afgestapt. Men raadt leerkrachten nu aan om
groepsplannen te schrijven. Deskundigen hebben hiervoor een manier
ontwikkeld die de 1-zorgroute wordt genoemd. Naar aanleiding
van het bezoek van de inspecteur vorig jaar heeft het team besloten
om de leerlingenzorg op een hoger niveau te krijgen. Dat heeft
geresulteerd in het inkopen van begeleiding om 1-zorgroute vorm te
geven. Deze manier van werken hebben als eerste bij spelling
opgepakt.
1-zorgroute
Bij de
1-zorgroute werkt men met groepsplannen. Daarvoor moet je een goed
overzicht van je groep op papier hebben. In zo’n groepsoverzicht
noteer je de namen van alle kinderen met daarbij de resultaten van
de laatste toetsen. Dit zijn dan methodegeboden en niet
methodegebonden toetsen, zoals die van het Cito-leerlingvolgsysteem.
In het groepsoverzicht vermeld je leerlingkenmerken, zoals
bijvoorbeeld de opmerking dat een kind dyslectisch is, dat het van
lezen houdt, dat het taalvaardig is of juist een gebrekkige
uitspraak heeft. Tot slot benoem je de onderwijsbehoefte van de
kinderen, zoals de behoefte aan verlengde instructie bij een bepaald
vak.
Nadat de leerkracht dit heeft opgesteld, maakt deze
een groepsplan. Hierin verdeelt zij de groep in drieën: de kinderen
die helemaal geen moeite hebben met spelling (de zonnetjes), de
gemiddelde leerlingen (de maantjes) en kinderen die extra instructie
nodig hebben (de sterretjes). Het kan gebeuren, dat een kind in geen
van deze groepen valt, zoals een kind met een zware vorm van
dyslexie of een kind met zeer weinig leervermogen.
In het
groepsplan vermelden we ook, wat we de kinderen de komende maanden
willen aanleren. Hierbij vermelden we spellingcategorieën, zoals de
woorden met een open of een gesloten lettergreep, woorden met –cht
enz. Met spelling krijgen de sterretjes langer instructie dan de
andere kinderen, omdat zij het probleem minder snel begrijpen. Om te
voorkomen dat de zonnetjes en maantjes zich tijdens de instructie
gaan vervelen, mogen zij doorwerken, terwijl de sterretjes langer
uitleg krijgen en ook meer en sneller feedback van de leerkracht
krijgen.
Een groepsplan
is vier tot vijf maanden van kracht. De directeur en de intern
begeleider bespreken de resultaten ervan met de leerkrachten,
waarbij enkele vragen centraal staan:
·
hoe is het je gelukt om de opbrengsten te verbeteren;
·
wat had je moeten doen om het gewenste resultaat te behalen, mochten
de opbrengsten tegenvallen;
·
welke aanpak hanteer je in de volgende periode.
Onze ervaringen
Afgelopen
voorjaar hebben we daadwerkelijk de 1-zorgroute ingevoerd, voor
zover het spelling betreft. Deskundigen hebben ons aangeraden om
voorlopig één vakgebied te kiezen, waar we de 1-zorgroute gebruiken.
In de loop van de komende jaren zullen we heet repertoire
uitbreiden. De leerkrachten hebben de volgende voordelen ervaren:
·
we gaan efficiënter met de tijd om;
·
we zijn ons meer bewust van de niveauverschillen binnen de groep;
·
we ‘behandelen’ meer kinderen tegelijkertijd;
·
de hulp is overzichtelijk omdat het op papier staat;
·
de aanpak heeft een structureel karakter;
·
we onderkennen het belang van verlengde instructie meer dan
voorheen;
·
hogere opbrengsten, waarover straks meer;
·
we hebben een beter zicht op welke leerstof aan bod komt.
We zien ook
nadelen:
·
de administratie is bewerkelijk;
·
verschillende niveaus in combiklassen is veel werk;
·
sommige kinderen hebben nog een individueel plan dat actueel is;
·
sommige kinderen hebben de neiging om vooruit te werken. Hiervoor
moeten we waken, omdat er dan instructie wordt gemist.
Succesfactoren
Ik heb de
leerkrachten gevraagd, wat succesvol is geweest in hun aanpak. De
hogere opbrengsten zijn te danken aan de volgende factoren:
·
de leerkrachten accepteren niet zonder meer, dat kinderen ergens
zwak in zijn;
·
de leerkracht heeft een duidelijk overzicht van wie wat op welk
ogenblik aangeboden krijgt;
·
we geven verlengde instructie aan de sterkinderen,
waarbij de opdrachten grondig worden doorgenomen;
·
leerkrachten oefenen met enkele kinderen apart;
·
we maken consequent tijd vrij om de sterkinderen instructie te
geven;
·
de ster-kinderen en de onzekere kinderen krijgen bij de zelfstandig
te verwerken bladzijde toch instructie;
·
er worden vaker auditieve oefeningen aangeboden, waarbij in de kring
meer gedifferentieerd wordt;
·
sommige kinderen hebben baat bij het aanbieden van extra werkbladen;
·
het computerprogramma Spellingwerk wordt zowel op school als thuis
ingezet;
·
er is veel controle en directe feedback;
·
de leerkracht vertelt het doel van de les aan het begin van de
instructie, zodat de kinderen weten waar ze op moeten letten;
·
er is bij de sterretjes sprake van begeleide inoefening;
·
groep 6 leert bij de werkwoordspelling het werkwoordschema te
hanteren.
Hogere opbrengsten
De opbrengsten met spelling zijn het laatste
halfjaar sterk verbeterd. Toch wil ik allereerst een relativerende
opmerking maken. Bij de leerlingvolgsysteemtoetsen van januari waren
sommige spellingscategorieën nog niet aan bod gekomen. Zo had groep
7 nog geen kennis gemaakt met het trema, terwijl er in het dictee
vier van dergelijke woorden voorkwamen. Dit beïnvloedde het
resultaat negatief. In het
onderstaand overzicht heb ik groep 8 buiten
beschouwing gelaten, omdat er aan het einde van groep 8 geen
lvs-toetsen afgenomen worden.
43% van de
kinderen zijn op een hoger niveau terecht gekomen, terwijl 4% in
niveau is gezakt. 53% is op hetzelfde niveau gebleven, waarbij
opgemerkt moet worden, dat de helft daarvan al op een acceptabel
niveau zat.
Onderzoek
KPC Groep
heeft onderzoek verricht op basisscholen die tenminste één jaar met
de 1-zorgroute werken. In dit onderzoek stonden twee vragen
centraal:
-
Wat zijn
de resultaten van de invoering?
Uit het
onderzoek komt naar voren dat de resultaten van het werken met de 1-
zorgroute positief zijn:
·
driekwart van de respondenten is tevreden;
·
er wordt een duidelijke meerwaarde ervaren;
·
op alle uitgangspunten van de 1-zorgroute treedt verandering in
positieve zin op;
·
de aanpak biedt impulsen voor kwaliteitsverbetering van de
leerlingenzorg;
·
met groepsplannen wordt het rekening houden met verschillen meer
hanteerbaar voor leraren en kunnen zij de onderwijszorg in school te
verbeteren.
-
Hoe
verloopt de implementatie in school?
Invoering van
de 1-zorgroute is een intensief en langdurig traject dat hoge eisen
stelt aan de professionaliteit van leraren, intern begeleider en
schoolleider. Vooral het benoemen van onderwijsbehoeften en het
versterken van het klassenmanagement zijn belangrijke
aandachtspunten.
Tot slot
Werken met de
1-zorgroute is een succes gebleken. We gaan hiermee door.
In dit traject
hebben we een steek laten vallen. Binnen het team hebben we
afgesproken, dat we ouders van zorgleerlingen op de hoogte houden
van onze aanpak. Gebleken is echter, dat niet alle leerkrachten de
ouders van de ster-kinderen de ouders hiervan in kennis hebben
gesteld.
Juf Hiltje
Een
flink deel van ons schoolteam werkt al heel lang op de Warinschool.
Zelfs zo lang, dat de kinderen van oud-leerlingen inmiddels naar het
vervolgonderwijs zijn gegaan. Er zijn stemmen die beweren, dat je
elke vijf jaar van baan (lees: school) zou moeten veranderen. Toen
ik halverwege de jaren zeventig vier jaar op mijn vorige school
werkte, had ik het gevoel, dat ik me in onderwijskundig opzicht niet
verder kon ontwikkelen. Ik kan me goed voorstellen ,dat iemand er
voor kiest om na betrekkelijk korte tijd van school te veranderen.
Dat geldt natuurlijk ook voor juf Hiltje, hoewel ik graag had gezien
dat ze ons team langer had versterkt.
Ik heb juf
Hiltje van het begin af aan een kanjer gevonden. Ze heeft met
overtuiging voor het vak van lerares gekozen. Toen ze haar
propedeuse op de pabo haalde, brak ze deze opleiding af om
orthopedagogiek te studeren. Daarna vervolgde ze in deeltijd de
pabo. Je zou dit de omgekeerde weg kunnen noemen. Naast haar
parttime baan als orthopedagoog aan het Hilfertsheem-Beatrix wilde
Hiltje nog enkele dagen voor een basisschoolgroep staan. Daarbij
heeft ze niet voor de weg van de minste weerstand gekozen. Een
3/4-combinatie van ruim 30 kinderen is zwaar, zeker om mee te
beginnen. Ik heb bewondering voor de manier, waarop zij deze taak
heeft vervuld. Ze werkte regelmatig tot half zeven op school. In het
weekend bereidde ze haar deel van de weektaak voor. Ik heb haar
nooit horen klagen, dat haar iets te veel was. Haar inbreng tijdens
de vergaderingen was positief en opbouwend. Ik heb bij Hiltje nooit
het gevoel gehad, dat ze een startende, onervaren leerkracht was.
Wat ik vind is
niet het belangrijkste. De kinderen, daar gaat het om. De kinderen
houden van haar en omgekeerd natuurlijk. Ze wisten waar ze met
Hiltje aan toe waren. Ze gaf goed les en ze kon samen met juf Yvonne
de zaak goed organiseren. Ook de ouders zijn op haar gesteld. Ik heb
in ieder geval nooit het tegendeel horen beweren.
Ik wens juf
Hiltje veel succes met de banen, waarmee ze haar carrière voortzet.
We zullen haar als mens en collega missen.
Oudertevredenheidspeiling
Onlangs hebben
ouders van onze school aan een tevredenheidsonderzoek meegewerkt.
105 ouders/verzorgers hebben de vragenlijst ingevuld en daarmee komt
de respons voor de peiling op 63%. Enkele weken geleden ontving ik
de uitslag die uit allerlei overzichtjes, tabelletjes en teksten
bestond. Hieronder vindt u een samenvatting.
Het
rapportcijfer van de ouders is een 7.0. De ouders waarderen de
onderbouw meer dan de bovenbouw.
Belangrijk voor ouders en school
De meeste
ouders (90%) zien hun kind met plezier naar school gaan. Over de
vorderingen die hun kind maakt zijn de meeste ouders (81%) tevreden.
83 % van de
ouders geeft aan actief te zijn als hulpouder of commissielid..
Verreweg de meeste ouders (91%) helpt regelmatig met huiswerk,
opdrachten. De ouderavonden worden door 85 procent van de ouders
vaak bezocht, terwijl 99% de nieuwsbrief vaak leest.
De zorg en aandacht die de school heeft voor de
leerlingen is voor ouders het belangrijkste motief om voor onze
school te kiezen.
Voor 63
procent van de ouders is duidelijk wat de school te bieden heeft,
voor 16 procent is dit niet duidelijk. Volgens 39 procent van de
ouders staat de school goed bekend, 24% vindt van niet. 66 procent
van de ouders vindt de schriftelijke informatie van de school
aantrekkelijk.
De leerkracht
wordt door de ouders als belangrijkste aspect voor een goede school
genoemd. 89% van de ouders zegt tevreden te zijn over de
vakbekwaamheid van de leerkracht. Ook over de mate waarin de
leerkracht naar de ouders luistert zijn de ouders tevreden. De
leerkracht krijgt van de ouders als tevredenheidscijfer een 7.4.
Veel ouders
zijn tevreden over de omgang van de leerkracht met de leerlingen
(82%). Wel geven de ouders aan dat er meer aandacht moet komen voor
pestgedrag. Ook over de begeleiding van leerlingen met problemen
zijn ouders minder tevreden (23%).
De sfeer op de
Warinschool wordt door de ouders gewaardeerd met een 6.7. Het meest
tevreden zijn de ouders over de aandacht voor normen en waarden.
Minder tevreden is men over de rust en orde in de klas.
Voor
kennisontwikkeling geven ouders de Warinschool een 7.1. Over de
aandacht voor rekenen en taal zijn relatief veel ouders over de
aandacht voor goede prestaties.
Relatief veel
ouders zijn tevreden over de aandacht voor
godsdienst/levensbeschouwing en de aandacht voor uitstapjes en
excursies. Over de aandacht voor creatieve vakken zijn de ouders
minder tevreden. Wat betreft persoonlijke ontwikkeling geven de
ouders de school een 7.0.
Minder belang, maar niet onbelangrijk
Hieronder
staan de vijf aspecten die ouders minder belangrijk vinden voor een
goede school.
89% van de
ouders is tevreden over de gelegenheid om met de directie te praten.
85 procent van de ouders is tevreden over de informatievoorziening
over de school. Minder tevreden zijn de ouders over de
informatievoorziening over het kind. 19% is hier ontevreden over.
81% van de
ouders is tevreden over de duidelijkheid van de schoolregels, 17% is
hierover ontevreden. 77 procent zegt tevreden te zijn over de opvang
bij afwezigheid van de leerkracht. Minder tevredenheid is er over de
rust en orde op school.
De ouders zijn
het meest tevreden over de speelmogelijkheden op het plein en de
veiligheid op het plein. Ook het uiterlijk en de inrichting van het
schoolgebouw worden goed gewaardeerd.
Veel ouders
(90%) zijn tevreden over de huidige schooltijden. Over het
overblijven is 72% tevreden en 16% ontevreden.
Het vervolg
Voor ons is
dit onderzoek aanleiding om aan het pedagogisch klimaat te gaan
werken. We laten ons inspireren door de Daltonpijlers: vrijheid,zelfstandigwerken
en verantwoordelijkheid. Vooral vrijheid, die goed gestalte krijgt
bij het verwerven van discipline en het hanteren van regels krijgt
daarbij veel aandacht. het pedagogisch klimaat te verbeteren.
Daarbij willen we in de eerste plaats weten, welke
beelden ouders hebben bij onderdelen die zij als minder positief
ervaren. Daarop zullen we beleid maken in de verwachting, dat de
school er beter op wordt. Kort na de zomervakantie willen we ouders
benaderen om hierover in gesprek te gaan.
Is mijn kind niet te jong voor een Daltonschool!
Een
Daltonschool werkt met weektaken, waaraan kinderen zelfstandig gaan
werken. Ze plannen wat ze gaan doen en wanneer. Ze zorgen ervoor dat
hun taken aan het eind van de week af zijn.
Niets voor
kleuters….toch?
Mis! Op de Warinschool krijgen ook kleuters al een
weektaak. Een kaartje, waarop vijf plaatjes staan. Elk plaatje staat
voor een bezigheid: blokken voor de bouwhoek, potloden voor tekenen,
een plakselpot en kwast voor een plakwerkje, enzovoorts.
Op maandag
wordt deze weektaak samen bekeken en besproken. De juf vertelt hoe
de werkjes gedaan moeten worden en doet dit zo nodig voor.
Elk kind kiest
waar het eerst mee wil beginnen. Is het werkje af, dan wordt het
afgetekend in de kleur van de dag. Op maandag is dat rood, op
dinsdag blauw, op woensdag oranje, op donderdag groen en op vrijdag
geel. Zo begrijpen ze ook beter hoe lang een week duurt. (Regelmatig
vertelt een kind, dat het bv. op de gele dag bij oma gaat logeren!)
Sommige
kinderen werken heel enthousiast hun kaart af en kunnen dan op
woensdag een volle kaart laten zien. Op donderdag en vrijdag mogen
ze dan iets buiten de weektaak om kiezen. Andere kinderen willen
eerst spelen…..maar de weektaak moet wèl vol! Hier stuurt de juf
waar nodig bij.
Aan het einde
van de week zijn de weektaken vol en hebben de kleuters een sticker
verdiend. Trots nemen ze hun weektaak mee naar huis!
Wij geven toe,
dat de kinderen nog erg jong voor deze grote woorden zijn:
taakbesef, zelfstandigheid en werkplanning. Maar niet voor niets
zegt het spreekwoord 'Jong geleerd is oud gedaan'. Spelenderwijs
leren de kleuters hier al heel veel van, dat van nut is in hun
verdere schoolcarrière.
VAKANTIEROOSTER EN VRIJE DAGEN
2010-2011
Plan
uw vakanties in de genoemde weken.
Reserveer geen vakanties buiten deze data om
zonder
toestemming voor verlof van de directie.
Zomervakantie
12 juli t/m 20 augustus
Studiemiddag 20 september
Herfstvakantie 25 t/m 29 oktober
Studiemiddag 23 november
Kerstvakantie
20 t/m 31 december
Studiemiddag 27 januari
Voorjaarsvakantie 21 t/m 25 februari
Studiemiddag 7 maart
Studiemiddag 21 april
Paasdagen 22 en 25 april
Meivakantie 2 t/m 6 mei
Hepi
2 t/m 13 juni
Studiemiddag 21 juni
Zomervakantie
25 juli t/m 2 september

Laat je niet beetnemen door een teek!
Wat is een teek?
Een teek is
een klein spinachtig beestje zo groot als een speldenknop (1-3 mm).
Teken vinden het heel fijn om op je huid te gaan zitten. Teken
hebben bloed nodig om te blijven leven en daarom gaan ze op mensen
en dieren zitten. Het zijn parasieten. Teken zuigen zich vast in je
huid en drinken zo jouw bloed.
Hoe kom je aan teken?
Teken kun je
vooral krijgen van maart tot en met oktober. Je vind ze in de bossen
en de duinen, maar ook in de tuin of het park. Ze zitten daar in
hoog gras en in struiken. Teken laten zich vallen op mensen en
dieren om zich vol te zuigen met bloed. Ze zoeken het liefst een
warm, vochtig plekje op, zoals in je oksel, knieholte, in je lies of
op je buik. Soms gaan ze ook in je hals, op je hoofd of achter je
oren zitten.
Kun je ziek worden van een
tekenbeet?
Van een
tekenbeet kun je ziek worden. In Nederland zijn veel teken: 25% van
alle teken zijn besmet. Het is heel belangrijk om de teek binnen 24
uur eruit te halen. Van een besmette teek kun je de ziekte van Lyme
krijgen. In het begin zijn het griepverschijnselen. Later kunnen
klachten aan het hart, zenuwstelsel en de gewrichten ontstaan. Als
je enkele dagen tot enkele weken na de tekenbeet een rode ring of
(soms blauwachtige) vlek ziet rond de plaats van de beet moet je
naar de huisarts gaan.
Hoe haal je een teek uit je
huid?
Een teek uit
je huid halen, doet helemaal geen pijn. Haal een teek er liever niet
zelf uit, maar vraag je ouders of een andere volwassene om dat te
doen. Je ouders hebben een pincet nodig. Dat pincet zetten ze over
de teek, zo dicht mogelijk op de huid (niet vooraf verdoven
met alcohol of olie!). De teek wordt voorzichtig recht uit de huid
getrokken. Als er een stukje van de monddelen blijft zitten is dat
ongevaarlijk. Dat groeit er vanzelf weer uit net als bij een
splinter.
Om het wondje
te ontsmetten moet je wat jodium of alcohol (70%) gebruiken. Ook de
datum van de tekenbeet opschrijven, voor het geval je na een tijdje
misschien ziek wordt.
Laat je niet beetnemen door een
teek!
Tips om te
zorgen dat de teek jou niet te pakken krijgt:
Het
allerbelangrijkste:
·
Laat na het
spelen je lichaam nakijken of er een teek op zit.
·
Klop je kleren
af.
·
Blijf in de duinen en bossen op de paden.
·
Speel niet tussen de struiken en het hoge gras.
·
Draag een lange broek en een T-shirt, het liefst
met lange mouwen en zet een petje op.
·
Smeer je in met muggenolie met een speciaal middel erin (DEET). Dit
helpt tegen muggen en teken.
Je voelt
meestal niet dat er een teek op je zit. Als de teek binnen 24 uur
eruit gehaald wordt, is de kans klein dat je ziek zal worden.